De ziekte van Danon is een zeldzame genetische aandoening, te wijten aan een mutatie in het LAMP2-gen dat zich op het X-chromosoom bevindt. Door deze mutatie functioneren de lysosomen niet goed, met ophoping van glycogeen en andere stoffen in de hartspiercellen tot gevolg. Dit leidt bij mannen tot een ernstige cardiomyopathie en vroege dood (rond de 20 jaar). Andere musculoskeletale en neurocognitieve uitingen treffen zowel vrouwen als mannen. Er bestaat geen behandeling voor de ziekte, maar proeven in een muismodel met een eenmalige toediening van RP-A501, een recombinant adenogeassocieerd virus-serotype 9 (AAV9) dat het LAMP2B-transgen inbrengt, toonden een verbeterde hartfunctie en een langere overleving aan.
In een fase 1-studie dienden Amerikaanse onderzoekers – na een immunomodulerende inleiding met tacrolimus of sirolimus en rituximab - RP-501 in drie doseringen toe aan 7 mannelijke patiënten, onderverdeeld in twee cohorten adolescenten (17 tot 21 jaar) en een cohort kinderen (11 en 12 jaar). Naast overleving en klinische verbeteringen stond veiligheid als primaire uitkomst voorop. Eén patiënt kreeg complement-gemedieerde trombotische microangiopathie (graad 4) met trombocytopenie en acuut nierletsel. Drie patiënten ondervonden een glucocorticoïd-gerelateerde verergering (graad 3) van de met de ziekte van Danon geassocieerde skeletmyopathie. Eén patiënt had progressief hartfalen en onderging 5 maanden na de infusie een transplantatie. Bij de zes patiënten met een normale linkerventrikelejectiefractie bij aanvang zag men expressie van het LAMP2-eiwit in het hart, een afname ten opzichte van de uitgangswaarde of stabilisatie van de linkerventrikelmassa-index, behoud van de linkerventrikelejectiefractie en een afname van of stabilisatie van de niveaus van cardiaal troponine I en N-terminaal pro-B-type natriuretisch peptide. Ook telemetrisch bekomen ECG’s bleken relevante verbeteringen te vertonen. Na 24 tot 54 maanden waren alle patiënten in leven, met volledig herstel van de bijwerkingen. De oudste patiënten hebben inmiddels de kritische drempelleeftijd van 24 jaar overschreden. Deze bemoedigende resultaten ondersteunen de opstap naar een fase 2-studie, die momenteel loopt.








