Planbureau hoopt op betere vergelijkbaarheid bij berekening kiesprogramma's

Voor de tweede verkiezingen op rij becijfert het Planbureau de belangrijkste maatregelen waarmee de partijen naar de kiezer trekken. Enkele bijsturingen en duidelijke richtlijnen moeten ervoor zorgen dat de cijferaars de voorstellen beter kunnen doorrekenen en dat de resultaten beter vergelijkbaar zijn dan vijf jaar geleden. Op 7 mei, ruim een maand voor de verkiezingen, maakt het Planbureau de uitkomst van de oefening bekend.

De Nederlanders doen het al jaren op vrijwillige basis, bij ons vindt de doorlichting van het federale kiesprogramma voor de tweede keer plaats. Het Planbureau heeft sinds vorige zomer overleg gepleegd met de twaalf partijen die moeten deelnemen. De richtlijnen die daaruit voortvloeiden, werden in een startnota gegoten, die dinsdag wereldkundig werd gemaakt. Tot aan de publicatie van de resultaten hanteert het Planbureau totale radiostilte.

Acht categorieën

Voor deze oefening stelden de cijferaars acht categorieën op - (Para)fiscaliteit, arbeidsmarkt, sociale bescherming, gezondheidszorg, economisch beleid, werking van de overheid, overheidsinvesteringen en tot slot energie, mobiliteit, milieu en klimaatverandering. Dat bakent al een zekere perimeter af. Elke partij moet ook per categorie één prioritaire maatregel opgeven. Dat verplicht partijen dus te zeggen wat zijzelf bovenaan het verlanglijstje plaatsen. Ze mogen ook maximaal dertig voorstellen indienen.

Het startdocument legt ook duidelijk uit wat het Planbureau kan berekenen en wat niet. Dat moet verrassingen zoveel mogelijk helpen voorkomen. De allerbelangrijkste richtlijn is dat er een wetenschappelijke basis moet zijn voor het cijferwerk. Het Planbureau heeft intussen ook wat meer expertise ontwikkeld en betere rekenmodellen voorhanden om een aantal thema's beter te behandelen, terwijl het voor andere thema's zijn licht opsteekt bij andere instellingen en administraties. "Het maakt de oefening rijker, maar ook uitdagender", zegt commissaris Baudouin Regout.

Andere voorstellen vallen dan weer niet te becijferen. Dat heeft onder meer te maken met de bevoegdheidsverdeling in ons land, zoals bijvoorbeeld plannen binnen Onderwijs. Maar ook bijvoorbeeld de invoering van het confederalisme of een migratiestop zullen geen becijferd resultaat opleveren. "Voor meer extreme partijen is deze oefening moeilijker, want systeemveranderingen kunnen we niet doorrekenen", legt adviseur Igor Lebrun uit.

Verplichte deelname

Het Planbureau wil ook administraties inschakelen om de rechtgeldigheid van de voorstellen te toetsen. "We willen de clear errors eruit halen", aldus adviseur Bart Hertveldt. Indien een maatregel regelrecht indruist tegen de Grondwet, halen de cijferaars hun rekenmachine zelfs niet boven. Bij een twijfelgeval krijgt het voorstel een opmerking dat de uitvoering problematisch zou kunnen zijn.

Bij het Planbureau beseffen ze dat niet elke partij staat te springen om deel te nemen. "De wet is de wet. Elke partij moet meedoen", luidt het. Al heeft het Planbureau niet echt een hefboom om ze te verplichten. En bij partijen die niet enthousiast zijn, valt volgens Lebrun op dat ze "de limieten van de oefening" opzoeken. "Op die manier wordt het een vrij zinloze oefening met weinig toegevoegde waarde. Die boodschap hebben we ook gegeven."

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.