Hoewel België in 2022 als eerste Europese land sekswerk decriminaliseerde, ervaren veel sekswerkers nog steeds drempels bij het zoeken naar medische hulp. Dat blijkt uit een onderzoek van VUB-onderzoekster Lara Vesentini. Er rust nog steeds een hardnekkig stigma op sekswerk en sekswerkers botsen op onbegrip bij artsen.
Bovendien gaan de gezondheidsnoden van sekswerkers veel verder dan seksueel overdraagbare aandoeningen. "Fysieke klachten hangen vaak samen met arbeidsomstandigheden — denk aan een erotisch masseuse die lang moet rechtstaan. Daarnaast zorgen de angst om 'ontmaskerd' te worden en negatieve maatschappelijke beeldvorming voor psychische druk", stelt de onderzoekster.
Volgens Vesentini reageren artsen vaak negatief op sekswerkers. Bij huisartsen botsen sekswerkers geregeld op onbegrip. "Artsen hebben soms geen idee wat het werk inhoudt", aldus Vesentini. Een hardnekkig vooroordeel is dat sekswerkers hun job bijvoorbeeld niet vrijwillig zouden doen, vervolgt ze.
De decriminalisering maakte wel de weg vrij voor een arbeidswet in 2024, waardoor sekswerkers rechten kregen zoals ziekteverlof en pensioenbijdragen. Gespecialiseerde sekswerkorganisaties spelen vandaag een cruciale rol door laagdrempelige zorg aan te bieden, vooral voor sekswerkers zonder papieren. Toch blijven er hiaten. Psychologische begeleiding ontbreekt vaak en wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg zijn lang. Vesentini benadrukt ook dat sekswerkers zonder Belgische nationaliteit — vaak de meest kwetsbaren — nog onvoldoende gehoord worden.
"Een wetswijziging alleen volstaat niet", zegt nog Vesentini. "Die moet gepaard gaan met gerichte interventies die stigma en discriminatie wegwerken."
"Betere zorg begint bij een open houding zonder vooroordelen", besluit de onderzoekster. "Ga er niet vanuit dat iemand mentale problemen heeft of het werk niet vrijwillig doet."








