Financiële beloningen voor acute ziekenhuizen die bepaalde kwaliteitsdoelen halen, ook wel pay-for-performance (P4P) genoemd, leiden niet automatisch tot betere zorg. Dat besluit het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) in een dinsdag gepubliceerd rapport. Volgens het KCE zijn financiële prikkels geen standaardoplossing, maar een aanvullend instrument dat alleen zinvol is in specifieke situaties en als onderdeel van een bredere kwaliteitsstrategie.
België past sinds 2018 een systeem van pay-for-performance toe in acute ziekenhuizen. Het budget van het P4P-programma werd in 2024 aanzienlijk verhoogd, van 7,2 miljoen euro naar 40 miljoen euro. Volgens het KCE is het echter weinig waarschijnlijk dat het huidige Belgische programma zal leiden tot een betekenisvolle en duurzame verbetering van de zorgkwaliteit, omdat het niet voldoet aan de voorwaarden die nodig zijn om een dergelijk systeem doeltreffend te maken.
Pay-for-performance houdt in dat ziekenhuizen financieel worden beloond wanneer zij bepaalde kwaliteitsdoelstellingen behalen. De achterliggende gedachte is dat de zorgkwaliteit vanzelf in de juiste richting evolueert wanneer de juiste financiële prikkels worden voorzien.
Verbetering, maar nog grote verschillen
Het KCE wijst erop dat de kwaliteit van de ziekenhuiszorg in België de voorbije jaren op verschillende vlakken is verbeterd. Zo zijn de overlevingskansen van patiënten met kanker en hart- en vaatziekten toegenomen.
Anderzijds verloopt de vooruitgang trager voor onder meer zorggerelateerde infecties en vermijdbare ziekenhuisopnames. Bovendien blijven er aanzienlijke verschillen bestaan tussen ziekenhuizen op het vlak van sterfte, heropnames en patiëntveiligheid. "Patiënten krijgen nog niet overal dezelfde zorgkwaliteit en er blijft dus ruimte voor verbetering", stelt het KCE.
Beperkt wetenschappelijk bewijs
Om de doeltreffendheid van P4P te beoordelen, analyseerde het KCE talrijke internationale studies en programma's.
De conclusie is genuanceerd. "Er is geen overtuigend bewijs dat dergelijke financiële prikkels de kwaliteit van de ziekenhuiszorg systematisch verbeteren", aldus het rapport. De effecten zijn "vaak wisselend, beperkt of tijdelijk". Wel wijst het KCE op enkele positieve uitzonderingen, onder meer bij bepaalde programma's voor de zorg van patiënten met een heupfractuur of een beroerte.
Volgens het KCE is P4P dan ook geen "standaardoplossing" die op zichzelf de zorgkwaliteit in ziekenhuizen kan verbeteren.
Mogelijke ongewenste effecten
Het rapport wijst eveneens op verschillende mogelijke neveneffecten.
Ziekenhuizen zouden zich vooral kunnen richten op de onderdelen van de zorg die worden gemeten en financieel beloond, terwijl andere, even belangrijke aspecten minder aandacht krijgen. Daarnaast bestaat het risico dat instellingen hun registratie aanpassen om beter te scoren zonder dat de zorgkwaliteit daadwerkelijk verbetert.
Ook over de kosteneffectiviteit van het systeem en de impact ervan op gelijke toegang tot zorg bestaat volgens het KCE nog onvoldoende duidelijkheid.
Alleen doeltreffend onder strikte voorwaarden
Het KCE sluit niet uit dat financiële prikkels een nuttige rol kunnen spelen. Ze lijken vooral effectief in situaties waarin zorgpraktijken waarvan de doeltreffendheid is aangetoond nog niet algemeen zijn ingeburgerd en een extra stimulans nodig hebben.
Daarbij moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Het systeem moet deel uitmaken van een bredere en coherente kwaliteitsstrategie, zorgverleners moeten actief worden betrokken, de doelstellingen moeten haalbaar zijn en zorgverleners en ziekenhuizen moeten alle kaarten in handen hebben om die te realiseren. Ook moeten de financiële prikkels voldoende groot zijn en moet er voldoende ruimte voor verbetering bestaan.
"Het uiteindelijke succes hangt sterk af van zorgverleners en ziekenhuizen, die de financiële prikkels moeten omzetten in duurzame gedragsverandering", benadrukt het rapport.
Huidig Belgisch P4P-programma voldoet niet aan de voorwaarden
Volgens het KCE voldoet het huidige Belgische P4P-programma niet aan die voorwaarden. Ondanks de aanzienlijke budgetverhoging in 2024 is het daarom weinig waarschijnlijk dat het zal leiden tot een betekenisvolle en duurzame verbetering van de zorgkwaliteit.
Volgens het KCE moeten beleidsmakers eerst duidelijke prioriteiten voor kwaliteitsverbetering vastleggen en vervolgens per domein de meest geschikte combinatie van maatregelen kiezen.
Financiële prikkels kunnen daarvan deel uitmaken, maar andere strategieën kunnen soms beter geschikt en effectiever zijn, zoals erkenningsnormen, publieke rapportering van zorgkwaliteit en de uitbouw van zorgpaden of beslishulpmiddelen.
Het KCE pleit daarom voor een gerichte en voorzichtige inzet van financiële prikkels als onderdeel van een bredere, coherente kwaliteitsstrategie met duidelijke prioriteiten en een zo efficiënt mogelijke inzet van de beschikbare middelen.
Een herziening van het huidige systeem vergt volgens het rapport veel meer dan enkele aanpassingen aan het P4P-programma zelf. Ze vraagt ook investeringen in betrouwbare en tijdig beschikbare gegevens, een sterke samenwerking tussen zorgverleners en een systematische evaluatie van de effecten. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar verbeteringen in zorgprocessen en patiëntuitkomsten, maar ook naar mogelijke ongewenste neveneffecten en naar de impact op billijkheid en kosteneffectiviteit van het systeem.








