De Vlaamse regering kiest voor een stevige verhoging van de quota voor het aantal studenten dat aan de opleidingen geneeskunde en tandheelkunde kan beginnen. Volgend academiejaar zullen er minstens 180 Vlaamse studenten meer dan vorig jaar aan de bacheloropleidingen mogen beginnen. Dat heeft de Vlaamse regering vrijdag beslist op voorstel van minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA). Zij heeft het over een "historische verhoging" die "broodnodig is om het tekort aan artsen en tandartsen weg te werken".
Wie in België (tand)arts wil worden, heeft na zijn opleiding een RIZIV-nummer nodig. De federale regering bepaalt jaarlijks hoeveel van die nummers worden toegekend aan de Vlaamse en Franse gemeenschap. In Vlaanderen worden vervolgens startquota uitgewerkt, op basis van een intern Vlaams advies.
De Vlaamse regering heeft nu beslist de quota fors te verhogen. Er zullen minstens 180 kandidaat-(tand)artsen meer starten dan vorig academiejaar. In totaal zullen daarmee minstens 2.155 studenten aan deze opleidingen kunnen beginnen. Minstens, omdat rekening wordt gehouden met mogelijke bijkomende adviezen.
Minister Demir verwijst naar het "historische tekort aan artsen en tandartsen in Vlaanderen" als belangrijkste reden voor de verhoging. "Mensen hebben het moeilijk om een huisarts in hun buurt te vinden en het is lang wachten op een afspraak bij de tandarts. (...) Door het aantal studenten te verhogen, willen we terug beter aan de medische noden voldoen. Zeker nu de vergrijzing op ons afkomt, hebben we meer mensen in de zorg nodig. Iedere Vlaming heeft recht op een toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg", legt de N-VA-minister uit.
De verhoging gaat gepaard met bijkomende middelen voor de universiteiten. Zo start de Vrije Universiteit Brussel (VUB) met een opleiding tandheelkunde en wordt bijkomende opleidingscapaciteit voorzien, onder meer via een nieuwe masteropleiding aan de Universiteit Hasselt. Vlaanderen voorziet hiervoor extra financiële middelen vanaf academiejaar 2027.









Laatste reacties
Jan DE MAESENEER
03 maart 2026Er verschijnt vandaag een Opiniestuk terzake in De Morgen:
"Vlaams startquotum
Het idee dat meer geneeskundestudenten de toegankelijkheid zullen herstellen, is achterhaald. Als we het zorgmodel niet aanpassen, zullen meer artsen vooral leiden tot meer overbelasting. Meer artsen opleiden zonder hervorming van organisatie en taakverdeling is als water gieten in een lekke emmer.
Het Vlaamse startquotum voor 2026 is vastgesteld op 1.878 studenten, met de ambitie het tekort aan huisartsen aan te pakken. Maar beleid moet meer zijn dan ambitie. Als in 2026 ,1.878 studenten beginnen, blijven er in 2032 ongeveer 1.521 kandidaten over voor de vervolgopleiding, rekening houdend met uitval. Als 40 procent voor huisartsgeneeskunde kiest, zouden 608 huisartsen in opleiding per jaar starten. Dat is niet haalbaar en niet nodig.
De opleiding tot huisarts is intensief en sterk afhankelijk van begeleiding in de praktijk. Opleiden vereist tijd, ervaring en goed functionerende praktijken. Je kunt opleiders niet ‘opschalen’ zoals een fabriek haar productie verhoogt.
De kern van dit debat is niet hoeveel studenten we toelaten, maar welk zorgsysteem Vlaanderen in 2035 nodig heeft. Internationaal onderzoek toont al decennialang aan dat een sterke eerstelijnszorg leidt tot betere gezondheidsuitkomsten, meer gelijkheid en een grotere kosteneffectiviteit. Vandaag betekent een sterke eerstelijnszorg dat huisartsen, of ze nu alleen werken, in duo, in groepspraktijken of in wijkgezondheidscentra, voldoende worden ondersteund om de toenemende complexiteit van de zorg aan te kunnen. Door samen te werken met andere zorgprofessionals kunnen huisartsen zich concentreren op hun kerntaken. Planningscommissie
Diensthoofden en decanen werken al maanden samen met de Federale Planningscommissie aan gefundeerde scenario’s. Die zijn gebaseerd op demografische prognoses, zorgbehoeften, personeelsuitstroom en opleidingscapaciteit.
Ons voorstel voor Vlaanderen in 2032 is een instroom die leidt tot 515 huisartsen per jaar, gebaseerd op een startquotum van 1.600 studenten in 2026, met een correcte verhouding tussen huisartsen en specialisten. Dit scenario combineert ambitie met haalbaarheid. Het versterkt de eerstelijnszorg zonder het medische onderwijs te destabiliseren. Het feit dat het Vlaamse instroomquotum werd vastgesteld voordat de Federale Planningscommissie haar aanbeveling formuleerde, ondermijnt een zorgvuldige personeelsplanning.
Daarom doen we een oproep aan de Vlaamse regering: leg het toelatingsquotum voor 2026 vast op 1.600 studenten, vertrek daarbij van onderbouwde planningscijfers, investeer in teamgebaseerde eerstelijnszorg en laat de Federale Planningscommissie haar rol spelen, gebaseerd op gegevens, expertise en een langetermijnvisie.
Birgitte Schoenmakers, Oliver van Hecke, Johan Vansintejan, Johan Wens, Geert Goderis, Bert Aertgeerts, Nicolas Delvaux, Bert Vaes, Gijs Van Pottelbergh en Stefan Heytens (vakgroepen huisartsgeneeskunde KU Leuven, UGent, VUB en UAntwerpen); Ann Gils, An Stockmans en Janique Lobbestael (directie Interuniversitair Centrum voor Huisartsenopleiding); Jan De Maeseneer (emeritus UGent). Chris Verslype (decaan faculteit geneeskunde KU Leuven), Piet Hoebeke (decaan faculteit geneeskunde en gezondheidswetenschappen UGent) en Filip Lardon (decaan faculteit geneeskunde en gezondheidswetenschappen Universiteit Antwerpen)."
Philip Simons
02 maart 2026Te laat !