Colorectale kanker treft proportioneel meer mensen onder de 40 jaar in België, terwijl de incidentie bij 50-plussers afneemt dankzij georganiseerde screening. De Stichting tegen Kanker roept op om de cijfers te verduidelijken, de mechanismen die hierbij een rol spelen beter te begrijpen en het onderzoek te versnellen naar het darmmicrobioom.
In 2023 werden in België 7.837 nieuwe gevallen van colorectale kanker gediagnosticeerd. In 2021 stierven 2.419 mensen aan de ziekte. Het netto overlevingspercentage na vijf jaar bedraagt 70,5%. Colorectale kanker blijft de derde meest voorkomende vorm van kanker bij zowel mannen als vrouwen.
Contrastrijke evolutie naargelang de leeftijd
Sinds 2012 daalt de incidentie met gemiddeld 2 tot 4% per jaar bij 50- tot 74-jarigen en bij 75-plussers, precies dankzij georganiseerde screening. Bij jongeren is de trend anders.
Bij 15- tot 39-jarigen neemt de incidentie toe. Bij 40- tot 49-jarigen is ze de afgelopen jaren over het algemeen stabiel gebleven. In absolute cijfers werden in 2023 121 nieuwe gevallen geregistreerd bij 15- tot 35-jarigen, tegenover 47 in 2004. In de leeftijdsgroep van 20-49 jaar (“early onset”) zijn in 2023 525 gevallen geregistreerd, tegenover 403 in 2004. Bij de 40-49-jarigen werden in 2023 339 gevallen gediagnosticeerd, tegenover 320 in 2004.
In 2023 betrof 7% van de diagnoses personen jonger dan 50 jaar, 2,6% van de patiënten was jonger dan 40 jaar en 1,7% was tussen 16 en 35 jaar oud.
Diagnoses bij jongeren blijven in absolute cijfers minder frequent, maar hun aandeel neemt jaar na jaar toe. Bovendien wordt de ziekte in deze leeftijdsgroepen vaker in een vergevorderd stadium ontdekt, omdat de waarschuwingssignalen soms pas laat worden herkend.
"We zien een duidelijke toename bij mensen jonger dan 40 jaar. De oorzaken zijn waarschijnlijk multifactorieel: veranderingen in het voedingspatroon, obesitas, een zittende levensstijl, het microbioom en andere omgevingsfactoren spelen waarschijnlijk een rol. Het gaat hier niet om een klassieke evolutie van de menselijke erfelijkheid, maar om complexe invloeden van onze levensstijl en onze omgeving", aldus prof. Eric Van Cutsem (foto), medevoorzitter van de Stichting tegen Kanker.
Microbioom en uitgezaaide kankers
Onderzoek wijst op een toenemend verband tussen het darmmicrobioom en colorectale kanker. De Stichting tegen Kanker ondersteunt het werk van prof. Marc Van den Eynde (UCLouvain), die de invloed van het microbioom op de ontwikkeling van tumoren en de respons op behandelingen bestudeert.
"Colorectale kanker wordt niet alleen bepaald door de tumorcellen, maar ook door het ecosysteem waarin ze zich ontwikkelen. Het microbioom – het geheel van micro-organismen in de darm en in de tumor – kan de agressiviteit van de ziekte, de ontwikkeling van metastasen en de respons op behandelingen, met name immuuntherapie, beïnvloeden. Een beter begrip van deze interacties maakt de weg vrij voor meer gepersonaliseerde behandelingen, waarbij het microbioom gericht kan worden gemoduleerd om de prognose van patiënten te verbeteren", aldus prof. Marc Van den Eynde.
Prof. Sabine Tejpar (KU Leuven) krijgt ook steun van de Stichting voor haar fundamenteel onderzoek naar gerichte behandelingen van gemetastaseerde colorectale kanker. Ongeveer de helft van de patiënten met colorectale kanker ontwikkelt uitzaaiingen die vandaag nog steeds moeilijk te genezen zijn. Haar werk richt zich op het vermogen van kankercellen om zich aan te passen en “ontsnappingszones” te creëren die behandelingen en het immuunsysteem omzeilen, met als doel nieuwe therapeutische combinaties te ontwikkelen die tumoren vollediger kunnen vernietigen.
Preventie en screening
De Stichting herinnert eraan dat een gezonde levensstijl en een evenwichtige voeding het risico op colorectale kanker verminderen, ook bij jonge volwassenen. Ze benadrukt ook dat georganiseerde screening een van de meest doeltreffende manieren blijft om de ziekte in een vroeg stadium op te sporen.
In België wordt om de twee jaar een gratis systematische screening aangeboden aan asymptomatische mannen en vrouwen tussen 50 en 74 jaar zonder specifieke risicofactoren, via een immunologische test voor het opsporen van occult bloed in de ontlasting (iFOBT).
De doelgroep in Wallonië ontvangt een brief met het verzoek een screeningkit aan te schaffen, waarna om de twee jaar een nieuwe kit per post wordt verstuurd. In Vlaanderen verloopt de procedure automatisch, terwijl men in Brussel naar de apotheek moet om een kit te krijgen.








