Vanaf 2032 zullen er jaarlijks 100 tot 350 studenten geneeskunde afstuderen voor wie er geen plaats is in de zorg, waarschuwen experts van de KU Leuven. Dat botst met het beeld van de patiëntenstops en wachtlijsten in de zorg. Dat schrijft De Standaard vrijdag.
"We leiden meer artsen op, maar bieden hen geen duidelijk toekomstperspectief meer", stellen huisarts-professoren van het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde van de KU Leuven samen met emeritus professor-huisarts Jan De Maeseneer. "Ofwel stemmen we de instroom af op de beschikbare plaatsen, ofwel communiceren we eerlijk dat een basisdiploma geneeskunde niet meer automatisch perspectief biedt op een vervolg als huisarts of specialist."
Tot bijna een kwart van de startende geneeskundestudenten die na zes jaar basisopleiding in 2032 afstuderen, zal geen duidelijke plek in de zorg hebben. Bevoegd Vlaams minister Zuhal Demir (N-VA) verhoogde het aantal studenten dat mag starten in geneeskunde in Vlaanderen tot 1.878 per jaar.
Zelfs met de verwachte uitval studeren er dan in 2032 naar schatting 1.521 studenten af, aldus de huisarts-professoren. Maar wie ook wil werken als arts, heeft na zijn basisopleiding een Riziv-nummer nodig. En federaal minister Frank Vandenbroucke (Vooruit) legde het maximumaantal voor Vlaanderen op 1.427 in 2032-2033. Bijna honderd afstuderende artsen zullen dus niet kunnen werken als arts.
Om afgestemd te zijn op de reële nood van de bevolking, zou het aantal artsen dat een Riziv-nummer krijgt, zelfs nog lager moeten liggen, stelde de federale planningscommissie voor het medisch aanbod. Die commissie adviseerde op basis van de meest actuele gegevens dat er in 2032 maar 1.169 artsen nodig zijn, minder dus dan het ingevoerde quotum van 1.427. Voor nog eens 250 afstuderende artsen is er dan ook mét Riziv-nummer "geen duidelijk perspectief, noch over hun plaats in de zorg, noch over hun toegang tot vervolgopleidingen tot huisarts of specialist".
Het kabinet van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke laat weten dat zij gewoon het voorstel van de planningscommissie hebben gevolgd. "Dat gaat over kwaliteit van zorg. We zullen ons daar ook aan houden", klinkt het.
Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir betreurt dan weer dat "dergelijke boodschappen verschijnen vlak voor het toelatingsexamen arts". "We mogen gemotiveerde jongeren die dromen van een carrière in de zorg echt niet onnodig ontmoedigen. Mensen verdienen toegankelijke en kwaliteitsvolle zorg, en daarvoor zullen we ook in de toekomst voldoende artsen nodig hebben", aldus Demir aan Belga.
Volgens de N-VA-minister zaten de prognoses er in het verleden ook vaak naast. "Ook de federale planningscommissie heeft haar ramingen in het verleden al moeten bijstellen. Het is dus niet meer dan logisch dat we voldoende marge nemen bij het aantal studenten dat aan een opleiding geneeskunde kan beginnen. We mogen niet opnieuw in een situatie terechtkomen waarin patiënten maanden moeten wachten op zorg of geconfronteerd worden met patiëntenstops omdat er te weinig artsen beschikbaar zijn", legt de minister uit.
Zij wijst er ook op dat de afgestudeerden niet uitsluitend doorstromen naar gecontingenteerde RIZIV-beroepen. "Ook in andere domeinen, zoals arbeidsgeneeskunde, preventieve gezondheidszorg, CLB's, wetenschappelijk onderzoek en andere medische functies, blijft de vraag naar bijkomende artsen groot", aldus nog Demir.
Vlaams Belang-parlementslid Freija Van den Driessche zegt dat ze al langer voor dit probleem heeft gewaarschuwd. "De Vlaamse regering zegt dat ze haar eigen koers zal varen, maar ondertussen laat ze extra Vlaamse studenten studeren zonder garantie dat zij later effectief als arts aan de slag kunnen" zegt Van den Driessche. "Dat is niet alleen onverantwoord tegenover onze studenten, maar ook nefast voor de zorgnoden in Vlaanderen", zegt ze.
De Vlaams Belang-politica vroeg eerder al om een belangenconflict in te roepen om de quota beter af te stemmen en te garanderen dat de studenten effectief een nummer zouden krijgen. "Ze vonden dat ik me verloor 'in van die grote juridische intellectuele debatten'. Tja", stelt Van den Driessche nu op X.
Lees ook :
> VVS bezorgd over kwaliteit opleiding geneeskunde als vanaf 2032 meer studenten afstudere
> "Overheid moet nagaan wat kosten zijn als meer studenten geneeskunde afstuderen"
> Er zal geen overtal zijn aan artsen tegen 2032 want er zijn enorm veel specialisten nodig
> Bekijk het KB over de artsenquota voor 2032 en 2033 (Verslag aan de Koning).









Laatste reacties
Rodolphe Liagre
23 juni 2026Het regent vacatures in Vlaanderen !
Men moet geen artsen tellen maar FTE's, want niemand start tegenwoordig nog voltijds.
Marc DE MEULEMEESTER
22 juni 2026Correcte analyses : in de Vietnam oorlog waren er voor elke Amerikaanse soldaat die effectief vocht in de jungle en/of de loopgraven 8 in de logistiek nodig !
Bart Lelie
22 juni 2026Ik schaar me volledig aan de zijde van collega Coveliers. Als bovendien iemand eens de moeite neemt om de werking van de planningscommissie te evalueren zouden we al wat verder komen. Waarom zijn die quota voor RIZIV nummers geen indicatieve cijfers ipv verplichte cijfers? Zeg gewoon we leiden ongeveer 2000 artsen op in 2026 en geven ongeveer 2000 RIZIV nummers uit aan deze groep 6-12 jaar later en stuur elk jaar rustig bij.
Alvast enkele problemen met de datarapportage waarop alles is gebaseerd:
- veel volk in die planningcommissie dat niets afweet van de werkvloer in de gezondheidszorg maar wel leuk academisch onderzoek doet
- advies cijfers op basis van een rapport dat bij nader inzien gebaseerd is op lachwekkende data, toch wat pathologische anatomie betreft. Als je al start met: Aanwezigheid in en verdeling van de artsen-specialisten in de Pathologische anatomie binnen de verschillende gegevensbanken, 31/12/2023 , resp FOD, RIZIV, RSZ en RSVZ Totaal 546, 526, 117 en 282 pathologen???? Ah, verderop zien we licenced to practice is 366 maar praktiserend is 328. Een diarree aan cijfers terwijl ze sinds 2014 met de erkenning van de laboratoria effectief weten wie ingeschreven staat als patholoog in een erkend lab en in 2023 was dat 334 pathologen voor 290 FTE in 62 laboratoria.
- In een dergelijke complexe materie zeggen dat je met alles rekening gehouden hebt is wel heel optimistisch te noemen: Bij de aanpassing van de activiteitsgraad wordt rekening gehouden met verschillende factoren die invloed kunnen of zullen hebben op het huidige activiteitsniveau van de huisartsen: een betere werk-privébalans, meer groepspraktijken, technologie en kunstmatige intelligentie, delegatie van taken aan andere gezondheidszorgprofessionals, delegatie van taken aan professionals buiten de gezondheidszorg, coördinatie van de zorg, subsidiariteit tussen specialismen, verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd en meer teleconsultaties.
- dit misplaatst optimisme blijft maar komen: De quota werden vastgesteld rekening houdend met de toekomstige behoeften van de bevolking.
- zelfreflectie komt voor: De Commissie stelt vast dat men geen goed zicht heeft op de retentie en de uitstroom in verschillende disciplines. Zij vraagt daarom ook om de noodzakelijke middelen te krijgen om deze longitudinale opvolging, essentieel voor een toekomstgerichte planning te kunnen realiseren.
Daarbij moet je weten dat we gemiddeld 20% 65+ hebben onder de artsen. Dat is toch een behoorlijk cijfer van artsen zonder work-live balance die al dan niet nog werken of zullen werken?
- de logorrhea in die rapporten doet vermoeden dat ze betaald worden per woord
- etc etc etc
Een kind kan zien dat je hier in een "bagger in bagger uit scenario" zit. En daar worden dan strikte plafonds mee bepaald!
Het is bovendien een schande dat de strikte in en out niet op elkaar afgestemd zijn. Mensen een voor de maatschappij dure opleiding geven om nadien niet te gebruiken is onethisch. Die hoogopgeleide mensen kunnen in het buitenland terecht, gesponsord door Belgisch belastinggeld. Goed bezig! Je kan die mensen beter houden en de wachtlijsten laten verkleinen.
Jan Coveliers
20 juni 2026De ongemakkelijke waarheid is dat we met de huidige arbeidstijdsregelingen, de toenemende administratieve last en de veranderde werkopvattingen van jongere generaties straks niet wat méér artsen nodig zullen hebben, maar mogelijk drie keer zoveel mensen om hetzelfde werk gedaan te krijgen.
Dat is geen verwijt aan jonge artsen. Zij groeien op in een systeem dat hen andere grenzen aanleert, en vaak terecht wijst op welzijn, rust en balans. Maar beleidsmatig moet men dan wel eerlijk zijn over de consequenties.
Als men tegelijk:
* de arbeidstijd begrenst,
* de opleiding juridiseert,
* de klinische autonomie inperkt,
* de administratieve last verhoogt,
* de flexibiliteit uit het beroep haalt,
* en elke beslissing onderwerpt aan protocollen, quota en controlemechanismen,
dan wordt zorg niet efficiënter. Dan wordt ze trager, duurder en moeilijker organiseerbaar.
Nederland toont in zekere zin waar dit model toe leidt: minder individuele draagkracht per arts, meer fragmentatie, meer deeltijdse structuren, meer overleglagen — en dus veel meer mensen nodig om hetzelfde klinische volume te dragen.
Dat is de prijs van een systeem dat verantwoordelijkheid wel blijft verwachten, maar professionele ruimte, autonomie en flexibiliteit steeds verder afbouwt.
Misschien moeten we dus ophouden te doen alsof dit louter een probleem van opleidingsquota is. Dit is ook het gevolg van jarenlange regeldrift, wantrouwen en bestuurlijke controlezucht.
Men heeft een zorgsysteem gebouwd dat steeds meer mensen nodig heeft om steeds minder soepel te functioneren.
En nu incasseren we wat we zelf gezaaid hebben.