Minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) heeft maandag in de Kamercommissie Sociale Zaken gezegd dat het stopzetten van de nieuwe instroom in het ziektepensioen van statutaire ambtenaren voor korte tijd uitgesteld zal worden. Tot nu toe was vooropgesteld dat de maatregel op 1 april zou ingaan.
Minister Jambon antwoordde in de Kamercommissie op een vraag van Kamerlid Nahima Lanjri (CD&V). Zij informeerde, bij de bespreking van Jambons beleidsnota voor 2026, naar een stand van zaken over de hervorming van het ziektepensioen voor statutaire ambtenaren.
Jambon zei dat hij een "strakke maar realitische timing" voor ogen had voor die hervorming, "een zeer belangrijk onderdeel" van de pensioenhervormingen. Maar hij voegde eraan toe dat de datum van 1 april, die momenteel in het wetsontwerp staat, ongetwijfeld zal moeten worden bijgesteld. Reden is dat het twee maanden duurde voor de Raad van State zijn advies klaarhad, waardoor de derde lezing in de ministerraad moest opschuiven. "Hoe dan ook zal een verschuiving van deze timing tot een minimum beperkt blijven", zei Jambon.
De stopzetting van de nieuwe instroom in het systeem komt er in navolging van de beslissing van de vorige federale regering. Die zorgde ervoor dat vastbenoemde ambtenaren die uitvallen door langdurige ziekte niet langer definitief - alleen nog tijdelijk - op medisch pensioen gestuurd konden worden. Het ging toen om 2.000 à 4.000 mensen per jaar, van wie er ongeveer 1.000 jonger waren dan 50. Zij vielen terug op een beperkt ziektepensioen en wilden in veel gevallen het werk wel nog deels hervatten, maar mochten dat niet.
Door de nieuwe instroom stop te zetten, wil de federale regering nu het stelsel op termijn volledig uitdoven. In de plaats wordt er voor federale ambtenaren overgestapt op een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en invaliditeit zoals in de private sector.
Ondanks het uitstel reageerde Kamerlid Nahima Lanjri tevreden dat de maatregel wel degelijk in de hervorming zit. Tijdens de vorige legislatuur nam Lanjri al het initiatief met een eigen wetsvoorstel om het ziektepensioen volledig af te schaffen. "Het was een onrechtvaardige situatie dat soms zelfs mensen van amper 25 jaar met ziektepensioen werden gestuurd, en het daardoor moesten stellen met een zeer beperkt pensioen", zei het CD&V-Kamerlid, die het belang van re-integratie beklemtoonde.
Collega-Kamerlid Anja Vanrobaeys (Vooruit), eveneens voorstander van de hervorming, wees op de ongerustheid die leefde bij sommigen "dat ze misschien toch nog op medisch pensioen worden gestuurd voor de hervorming ingaat". Vanrobaeys drong daarnaast aan op de responsabilisering van de overheid als werkgever, om te vermijden dat ambtenaren uitvallen.
Jambon zei in de commissie nog dat hij de inkomensgrens voor toegelaten arbeid voor wie nu al met ziektepensioen is, en die momenteel slechts 1.246 euro bedraagt op jaarbasis, wil optrekken. Zo is het de bedoeling om een inkomensgrens van 10.117 euro per jaar toe te passen op al wie nu al in het ziektepensioen zit. Bij een overschrijding van die grens zal het minimumsupplement of supplement zware handicap ook niet meer volledig wegvallen, maar proportioneel worden afgebouwd naarmate de inkomensgrens overschreden wordt. "Men kan verwachten dat hierdoor meer ziektegepensioneerden trachten het werk te hervatten", aldus Jambon.








