Naar aanleiding van de World Sexual Health Day op 4 september roept dr. Sam Ward huisartsen én specialisten op om seksuele gezondheid meer ruimte te geven in hun dagelijkse praktijk. Zijn boodschap is eenvoudig: niemand hoeft seksuoloog te worden. Durven vragen, vroegtijdig signalen herkennen en, wanneer nodig, enkele minuten nemen om te luisteren, informeren of gericht te verwijzen, kan al een groot verschil maken.
Seksualiteit is een domein waarin arts en patiënt gemakkelijk op elkaar kunnen wachten om de eerste stap te zetten.
De patiënt kan denken: ‘Als dit medisch belangrijk is, zal mijn arts er wel naar vragen.’ De arts denkt misschien: ‘Als het de patiënt echt bezighoudt, zal hij of zij het wel vertellen.’
Het resultaat is vaak stilte.
Veel patiënten brengen seksuele problemen niet spontaan ter sprake. Artsen wijzen op hun beurt vaak op tijdsdruk, onvoldoende opleiding of de vrees om tijdens een korte consultatie een mogelijk complex onderwerp te openen.
Toch is de oplossing niet dat elke patiënt een uitgebreide seksuologische anamnese moet krijgen. Soms volstaat één eenvoudige, normaliserende vraag, zonder oordeel, om de deur te openen:
‘Veel aandoeningen en behandelingen kunnen een invloed hebben op seksualiteit en intimiteit. Hebt u veranderingen of zorgen gemerkt die u graag zou willen bespreken?’
De patiënt kan nee antwoorden. Maar vanaf dat moment weet hij of zij dat het onderwerp bespreekbaar is.
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is seksuele gezondheid meer dan de afwezigheid van een seksueel overdraagbare infectie of een seksuele disfunctie. Ze omvat ook lichamelijk, emotioneel, mentaal en sociaal welzijn in relatie tot seksualiteit.
In de praktijk gaat het dus om veel meer dan anticonceptie, soa’s of erectiele disfunctie. Minder verlangen, pijn, vaginale droogte, problemen met orgasme of ejaculatie, bijwerkingen van geneesmiddelen, gevolgen van een chronische ziekte, kanker of behandeling, relationele moeilijkheden of veranderingen in lichaamsbeeld: seksuele gezondheid loopt door een groot deel van de geneeskunde heen.
Precies daarom is ze niet alleen een zaak van de huisarts, uroloog, gynaecoloog of seksuoloog.
In de cardiologie kan erectiele disfunctie samengaan met of soms voorafgaan aan vaatziekte en deelt ze meerdere cardiovasculaire risicofactoren. In de endocrinologie kunnen diabetes, hormonale stoornissen of menopauze zwaar wegen op het seksueel functioneren. In de psychiatrie kunnen depressie, angst en psychotrope medicatie verlangen of orgasme beïnvloeden. In de neurologie hebben tal van aandoeningen rechtstreekse gevolgen voor seksualiteit. In oncologie, radiotherapie en chirurgie moeten we, waar mogelijk, al vóór de behandeling aandacht hebben voor seksualiteit, intimiteit, lichaamsbeeld en fertiliteit. En in de geriatrie mogen we vooral niet vergeten dat seksualiteit geen vervaldatum heeft.
En die lijst is verre van volledig.
Naar aanleiding van 4 september kan elke arts zich daarom één eenvoudige vraag stellen:
Welke impact kunnen mijn specialisme, mijn behandelingen of mijn ingrepen hebben op de seksuele gezondheid van mijn patiënten?
Een seksuele klacht kan bovendien een klinisch signaal zijn. Minder verlangen kan aanleiding geven om te denken aan depressie, chronische stress, een medicamenteus effect of een hormonale stoornis. Seksuele pijn kan wijzen op gynaecologische, dermatologische, urologische of bekkenbodemproblematiek. Erectiele disfunctie kan een ingang zijn naar cardiovasculaire en metabole evaluatie.
Een vraag over seksualiteit is dus niet alleen een vraag over seksualiteit. Ze kan een toegangspoort zijn tot cardiovasculaire, metabole, endocriene, psychologische, relationele of oncologische gezondheid.
Ook daarom maakt seksuele gezondheid deel uit van preventieve geneeskunde.
Het thema van World Sexual Health Day 2026, ‘Every Body’, herinnert ons er bovendien aan geen veronderstellingen te maken.
Seksualiteit stopt niet op 65 jaar. Ze verdwijnt niet omdat iemand leeft met kanker, een handicap of een chronische aandoening. En we kunnen uit iemands uiterlijk, burgerlijke staat of leeftijd niet afleiden welke seksuele vragen voor die patiënt relevant zijn.
Vragen in plaats van veronderstellen blijft daarom een van onze eenvoudigste klinische instrumenten.
Onze medische realiteit bestaat uit volle consultaties, complexe beslissingen en schaarse tijd. Het is niet realistisch om bij elke patiënt twintig minuten extra te voorzien. Maar vaak is het wél mogelijk één minuut te nemen om de deur te openen en vervolgens te herkennen wanneer er echt meer tijd nodig is.
We zullen niet altijd zelf het antwoord hebben. En dat hoeft ook niet.
Onze rol kan erin bestaan het probleem te erkennen, een eerste evaluatie te doen, behandelbare factoren aan te pakken en, indien nodig, gericht te verwijzen naar een uroloog, gynaecoloog, endocrinoloog, dermatoloog, bekkenbodemkinesitherapeut, psycholoog, seksuoloog of een andere betrokken collega.
De deur openen is op zich al een interventie.
Naar aanleiding van deze World Sexual Health Day wil ik daarom elke arts, huisarts of specialist, uitnodigen om enkele minuten naar de eigen discipline te kijken vanuit dit perspectief:
Welke aandoeningen die ik behandel kunnen seksualiteit beïnvloeden? Welke geneesmiddelen of ingrepen kunnen seksuele bijwerkingen hebben? Welke gevolgen zou ik beter vóór een behandeling bespreken? En wanneer heb ik deze vraag voor het laatst gesteld?
Eén vraag. Zonder oordeel. Op het juiste moment.
Seksuele gezondheid beschermen betekent immers niet alleen ingrijpen wanneer een probleem al bestaat. Het betekent ook voorkomen, vroegtijdig opsporen en erkennen dat seksualiteit integraal deel uitmaakt van gezondheid en levenskwaliteit.
En soms begint alles eenvoudigweg omdat de arts de vraag durfde te stellen.









Laatste reacties
Tony GOOSSENS
24 augustus 2026Geachte Collegae in het algemeen en Collega Sam Ward in het bijzonder,
Knap artikel. Waarvoor dank!
Zelf schreef ik recent beschouwingen rond seksualiteitsbeleving in een rusthuis. Is misschien een mooie aanvulling, in het licht van de nakende World Sexual Health Day.
Ik stuur het u per e-mail.
Collegiale groet,
Dr. T. Goossens