Een patiënt mag weigeren vooraf een financiële waarborg te geven zonder dat dit het verkrijgen van een medische afspraak belemmert. Volgens de nationale raad van de Orde der artsen is het deontologisch onaanvaardbaar om het maken van een afspraak van zo’n waarborg afhankelijk te stellen.
De nationale raad onderzocht tijdens zijn vergadering van 11 september 2026 of een voorafgaande bankkaartgarantie als voorwaarde voor het maken van een medische afspraak verenigbaar is met de medische deontologie. Die garantie zou dienen om de arts schadeloos te stellen bij een laattijdige annulering of wanneer de patiënt niet opdaagt.
Laattijdige annuleringen en niet-nagekomen afspraken kunnen de arts schade berokkenen en de organisatie van de zorg verstoren, erkent de Orde. Maatregelen om dat te verhelpen mogen de toegang tot zorg niet in de weg staan of de vertrouwensrelatie tussen de patiënt en de arts aantasten.
“De patiënt heeft het recht te weigeren vooraf een financiële waarborg te geven en deze weigering mag geen belemmering vormen voor het verkrijgen van een medische afspraak”, stelt de nationale raad. Volgens de Orde wijst de eis van een financiële garantie bovendien op een zeker wantrouwen tegenover de patiënt wat betreft het nakomen van zijn verplichtingen tegenover de arts.
“Het is vanuit deontologisch standpunt bijgevolg onaanvaardbaar dat het maken van een medische afspraak afhankelijk gesteld wordt van het vooraf verstrekken van een financiële waarborg”, besluit de nationale raad. Hij verwijst ook naar eerdere adviezen over het betalen van een voorschot bij het maken van een afspraak via een digitaal platform en over laattijdige annulering of niet komen opdagen voor een chirurgische ingreep.








