De regering wil werknemers die dreigen uit te vallen tijdelijk minder laten werken met een gedeeltelijke ziekte-uitkering. Maar nog voor het proefproject met dat ‘preventief ziekteverlof’ begint, rijzen vragen over de voorwaarden. Vooral de keuze voor progressieve aandoeningen als ALS en MS zorgt voor kritiek.
Wie ziek dreigt uit te vallen, moet vandaag eerst arbeidsongeschikt worden voor hij deeltijds kan hervatten met een ziekte-uitkering. Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) wil die logica omdraaien. Vanaf 1 januari 2027 start daarom een proefproject met de zogenoemde arbeidsparticipatietoeslag.
Een werknemer kan dan tijdelijk minder werken om volledige uitval te vermijden. Voor de niet-gewerkte uren krijgt hij een ziekte-uitkering. De werkgever en de controlearts van het ziekenfonds moeten wel akkoord gaan.
Cd&v-Kamerlid Nahima Lanjri trekt al langer aan de kar van de arbeidsparticipatietoeslag. Zij wil het proefproject ook openstellen voor mensen met chronische rugklachten. Daarnaast wil ze de aanvullende uitkering waar nodig koppelen aan begeleiding. Vandenbroucke liet in het parlement al weten daarvoor open te staan.
Zes maanden volstaan niet
Het proefproject krijgt strikte voorwaarden. De werknemer moet minstens 60 procent aan de slag blijven. De regeling loopt maximaal zes maanden en kan één keer worden verlengd. Burn-out, depressie en andere psychosociale aandoeningen vallen voorlopig buiten de doelgroep wegens vrees voor misbruik.
De aandacht gaat vooral naar mensen met progressieve aandoeningen zoals ALS en MS. Precies daar zien patiëntenverenigingen een probleem. “Als iemand de diagnose ALS krijgt, gaat die persoon gestaag alleen maar achteruit”, zegt Mia Reviers-Mahy van de ALS Liga. “Alsof die persoon weer voltijds kan werken na zes maanden. De ziekte is dan niet ineens verdwenen.”
Ook Lode Godderis, professor arbeidsgeneeskunde aan KU Leuven en CEO van IDEWE, wees eerder op die tegenstrijdigheid. De focus op degeneratieve ziekten botst met het tijdelijke karakter van de maatregel. Werkgevers kunnen bovendien eerst de werkpost, jobinhoud of het werkritme aanpassen.
MS-Liga Vlaanderen heeft daarnaast moeite met de grens van 60 procent. “Die grens lijkt ons willekeurig”, zegt Paul Vanlimbergen. “Voor sommige mensen kan een halftime duurzame tewerkstelling betekenen, terwijl een regime van 60 procent bij hen net te veel is en zou kunnen leiden tot uitval.”
Ook politieke kritiek
Ook politiek krijgt het plan tegenwind. Anders-voorzitter Frédéric De Gucht reageerde scherp: “Wie komt er op? Kan echt niemand die man tegenhouden? Preventief ziekteverlof”, schreef hij op sociale media, gevolgd door een emoji van een ontploffend hoofd.
Bij de werkgeversorganisaties ligt de nadruk vooral op preventie. “De verantwoordelijkheid voor het opzetten van een preventiebeleid in een bedrijf ligt bij de werkgever”, zei Unizo-topman Danny Van Assche eerder. Werkgevers moeten daarbij zelf kunnen bepalen welke instrumenten ze inzetten. Tegelijk kunnen bedrijven niet elke oorzaak van afwezigheid aanpakken, omdat die soms in de privésfeer ligt.
Ook Voka hamert op preventie. “Iemand die niet ziek wordt, blijft aan de slag en hoef je niet te re-integreren”, luidt het bij de werkgeversorganisatie. Een goed preventief gezondheidsbeleid moet zowel aandacht hebben voor de individuele werknemer als voor de werkomgeving, klinkt het.
585.000 langdurig zieken
België telt ongeveer 585.000 werknemers die langer dan een jaar arbeidsongeschikt zijn. Zonder bijkomende maatregelen kan dat aantal tegen 2030 oplopen tot 682.000. Die stijging alleen zou de schatkist 1,9 miljard euro extra kosten.
Ook de bestaande progressieve werkhervatting blijft beperkt. In 2024 ging 9,49 procent van de mensen die minder dan een jaar arbeidsongeschikt waren deeltijds opnieuw aan het werk. Bij langdurig zieken bedroeg dat 20,30 procent. Een werkgroep binnen het Riziv werkt dit najaar de doelgroep en voorwaarden verder uit. Daarna moet de federale regering groen licht geven.








