Onderzoekers van de KU Leuven hebben een nieuwe tool ontwikkeld die obesitas in kaart brengt op het vlak van fysieke, mentale en functionele gezondheid. Met die tool krijgen patiënten en zorgverleners een rijkere basis voor gepersonaliseerde behandeling. Dat meldt de KU Leuven naar aanleiding van Wereld Obesitasdag.
Obesitas is zelden een op zichzelf staande aandoening. "Het is een complexe chronische ziekte die gepaard gaat met andere gezondheidsrisico's", legt Bart Van der Schueren van UZ Leuven uit. "Een patiënt met overgewicht kan ook te maken krijgen met hart- en vaatziekten, diabetes type 2 of psychische problemen."
De huidige medische tools slagen er vaak niet in om dit volledige beeld in kaart te brengen. Dat is de kloof die een onderzoeksteam van de KU Leuven wilde dichten.
"De huidige medische hulpmiddelen brengen vaak niet alle aandoeningen die verband houden met obesitas in kaart. Daardoor is het moeilijk om te weten wat voor elke patiënt de beste behandeling is", benadrukt Van der Schueren. "Ons systeem houdt rekening met elk onderdeel van het lichaam: geestelijke gezondheid, levenskwaliteit en hoe een patiënt zich in het dagelijks leven gedraagt."
Dat nieuw systeem bouwt verder op het Edmonton Obesity Staging System (EOSS) uit 2011, dat obesitas in vier stadia indeelt. Het team van de KU Leuven zag echter een belangrijke beperking: het systeem laat ruimte voor subjectiviteit, wat betekent dat de score van een patiënt kan worden beïnvloed door de persoonlijke perceptie van de zorgverlener of de patiënt zelf.
Een patiënt met zware psychische klachten kan bijvoorbeeld als ernstig worden geclassificeerd, zelfs als de risico's voor zijn of haar lichamelijke gezondheid relatief laag zijn, waardoor hij of zij mogelijk een behandeling krijgt die niet de juiste is. "Daarom zijn gevalideerde scores en door patiënten gerapporteerde resultaten binnen elk domein opgenomen om subjectiviteit te voorkomen", aldus Van der Schueren. Een goed voorbeeld hiervan is volgens hem de integratie van een score voor het meten van cardiovasculaire risico's, die in samenwerking met de European Society of Cardiology (EOSS) is ontwikkeld op basis van verschillende grote Europese populaties.
"Als iemand erg ontevreden is over zijn of haar gewicht, kan hij of zij een zeer hoge score halen op de EOSS, zelfs met een relatief lage BMI en zonder echt gezondheidsrisico", zegt onderzoeker Sofia Pazmino.
Objectievere kijk
Om dat aan te pakken, heeft het team het Belgian Obesity Staging System (BOSS) ontwikkeld. Dat biedt een objectievere kijk op de toestand van een patiënt op meerdere gebieden. In plaats van één enkele ernstscore te geven, laat het artsen precies zien welk domein - fysiek, mentaal of functioneel - de drijvende kracht achter de ziekte is.
Van meet af aan is BOSS ontwikkeld met input van zowel mensen die obesitas behandelen als mensen die ermee leven. Een panel van deskundigen, bestaande uit specialisten, huisartsen, diëtisten, psychologen en patiëntvertegenwoordigers, bepaalde gezamenlijk welke gezondheidsfactoren het belangrijkst zijn om bij te houden. "Dankzij deze samenwerking weerspiegelt de tool zowel de realiteit in het ziekenhuis als de ervaring van de patiënt", benadrukt Van der Schueren.
BOSS is ontworpen voor de eerstelijnszorg: het biedt huisartsen en paramedici een gestandaardiseerd, objectief proces om de gezondheid van patiënten te beoordelen, risicovolle complicaties te identificeren en de juiste stap in de zorg te bepalen.








