De Franstalige liberalen willen dat ook kort ziekteverzuim wordt aangepakt. Dat maakte Julie Taton duidelijk in de Kamer, waar ze minister Frank Vandenbroucke wees op een te eenzijdige focus op langdurige uitval. Die erkende het probleem, maar legde de nadruk op gerichte controle, vertrouwen in artsen en de invoering van de ‘fit note’, die inzet op wat patiënten nog wél kunnen tijdens hun herstel.
Volgens MR-Kamerlid Julie Taton blijft het ziekteverzuim in België hoog. Ze verwees naar cijfers waaruit blijkt dat kortdurend absenteïsme gemiddeld 1.608 euro per voltijdse werknemer per jaar kost. Voor een onderneming met 100 werknemers loopt dat volgens haar op tot bijna 160.000 euro per jaar. De kosten stapelen zich op door de frequentie van korte afwezigheden, die telkens opnieuw de planning verstoren en de druk op collega’s verhogen.
Naast die financiële impact wees ze op de gevolgen voor de organisatie van het werk en de druk op collega’s. “Het gaat niet om een heksenjacht op zieken, maar om het vrijwaren van een systeem dat onder druk staat,” klonk het. In dat kader vroeg ze welke bijkomende maatregelen mogelijk zijn om misbruik tegen te gaan, onder meer via de aanpak van welwillendheidsattesten.
“Meeste artsen handelen correct”
Minister Vandenbroucke erkende dat dergelijke attesten problematisch kunnen zijn. “Welwillendheidsattesten schaden de geloofwaardigheid van de ziekteverzekering, maar de grote meerderheid van de artsen handelt professioneel,” stelde hij.
Hij wees op maatregelen die al van kracht zijn. Werkgevers kunnen vermoedens van fraude melden via een meldpunt van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst. Daarnaast maakt de RIZIV-databank voor ziekteattesten, GAOCIT, het mogelijk om ongewone attesteringspatronen op te sporen en gericht op te volgen. Volgens Vandenbroucke moeten die instrumenten misbruik tegengaan zonder het vertrouwen in het systeem te ondermijnen.
Werk als hefboom voor herstel
Tegelijk schuift de minister een andere benadering naar voren met de ‘fit note’. Die focust op wat een patiënt nog wél kan tijdens het herstel. “Inactiviteit draagt niet noodzakelijk bij tot herstel,” zei Vandenbroucke.
Door werk, waar mogelijk, te integreren in het genezingsproces wil hij evolueren naar een meer activerend model. Daarover loopt structureel overleg met huisartsen en specialisten. Volgens de minister ligt net daar de grootste uitdaging voor de praktijk.
De gedachtewisseling in de Kamer maakt duidelijk dat ook kortdurend ziekteverzuim nadrukkelijker in beeld komt. De kernvraag blijft hoe misbruik kan worden aangepakt zonder het vertrouwen tussen arts, patiënt en systeem te beschadigen. Zoals Julie Taton het samenvatte: “We staan volledig achter solidariteit, maar niet achter misbruik.”









Laatste reacties
Bruno Vandekerckhove
23 april 2026Laat de verantwoordelijkheid van ziekteverzuim aan de patiënt, de werkgever, de arbeidsarts, de ( zorg)verzekering en neem die uit handen van de behandelende arts, tenzij om in beroep te gaan tegen een betwiste weigering van arbeidsongeschiktheid.