Medische ongevallen: welke specialismen komen het vaakst voor in FMO-dossiers?

In 2025 ontving het Fonds voor de Medische Ongevallen (FMO) 815 nieuwe aanvragen en betaalde 30,3 miljoen euro aan schadevergoedingen uit. In de cumulatieve verdeling van medisch gecodeerde dossiers staat orthopedische chirurgie bovenaan, gevolgd door gynaecologie-verloskunde, neurochirurgie, chirurgie en anesthesie-reanimatie. Die rangschikking beschrijft de dossiers die het Fonds onderzocht; ze geeft niet aan hoe vaak medische ongevallen binnen elk specialisme voorkomen.

Het aantal aanvragen bij het FMO, dat deel uitmaakt van het RIZIV, steeg van 632 in 2024 naar 815 in 2025 – een toename met bijna 29%. Sinds de oprichting van het Fonds werden in totaal 8.324 dossiers ingediend. Van de aanvragen in 2025 werden er 379 (46,5%) elektronisch ingediend.

In 2025 behandelde het FMO 670 dossiers tot en met de adviesfase, tegenover 675 een jaar eerder. Het bracht 548 adviezen uit. In 73 gevallen ging het om een medisch ongeval zonder aansprakelijkheid waarbij de schade de wettelijke ernstdrempel bereikte. In 30 gevallen stelde het Fonds aansprakelijkheid vast waarbij de schade die drempel overschreed; in 36 gevallen bleef de schade eronder. De overige 409 adviezen zijn in het verslag als niet vergoedbaar ingedeeld. De adviezen die in 2025 werden uitgebracht, hebben niet noodzakelijk betrekking op aanvragen uit datzelfde jaar.

Eind december stonden nog 610 van de in 2025 ingediende dossiers open. Daarvan bevonden er zich 522 in de analyse- en adviesfase, 80 in de eerste fase en acht in de fase van het vergoedingsvoorstel.

Orthopedische chirurgie bovenaan

De verdeling per specialisme in het activiteitenverslag is cumulatief. Ze betreft dossiers waarvoor sinds de oprichting van het Fonds een medisch advies en een codering beschikbaar zijn. Het verslag geeft geen afzonderlijke rangschikking voor de aanvragen die uitsluitend in 2025 werden ingediend.

In de grafiek over het specialisme van de betrokken arts staat orthopedische chirurgie bovenaan met 1.134 dossiers. Daarna volgen gynaecologie-verloskunde (371), neurochirurgie (346), de categorie “chirurgie” (338) en anesthesie-reanimatie (192). Vervolgens komen oogheelkunde (156), urgentiegeneeskunde (133), algemene geneeskunde (123), gastro-enterologie en urologie (elk 120).

Deze aantallen zijn niet afgezet tegen het aantal verstrekkingen binnen elk specialisme. Ze laten dus geen vergelijking van het ongevalsrisico toe. Het FMO wijst er bovendien op dat één dossier meerdere verstrekkingen of zorgverleners kan omvatten.

Locomotorisch stelsel is het grootste prestatiedomein

In de cumulatieve gegevens komt het locomotorisch stelsel, met uitzondering van de wervelkolom, het vaakst voor als prestatiedomein, met 1.001 vermeldingen. Daarna volgen de wervelkolom en het ruggenmerg (551), het spijsverteringsstelsel (380), gynaecologie-verloskunde (337) en hart- en bloedvaten (327). Daarnaast bevat een restcategorie met gecombineerde, andere of onbekende domeinen 769 vermeldingen.

Bij orthopedische ingrepen worden de knie (237) en de heup (219) het vaakst vermeld. Volgens het Nederlandstalige verslag volgen daarna het bovenste lidmaat (130), het onderste lidmaat (106) en de schouder (103).

Artsen vormen met 3.947 dossiers de grootste categorie betrokken zorgverleners in de gecodeerde gegevens, gevolgd door tandartsen (152) en verpleegkundigen (94). Volgens de verdeling naar plaats van het ongeval vond 86% plaats in een ziekenhuis en 11% buiten een ziekenhuis. De overige 3% valt onder “andere”.

Meer dan 30 miljoen euro uitgekeerd

Het FMO betaalde in 2025 voor 180 dossiers 30.265.594 euro aan schadevergoedingen uit. In 2024 ging het om 21.609.862 euro voor 167 dossiers. Het uitgekeerde bedrag steeg daarmee met ongeveer 40%. Het omvat 28,8 miljoen euro aan schadevergoedingen in kapitaal voor 169 dossiers, 1,26 miljoen euro voor één catastrofaal schadegeval en 212.052 euro aan renten voor tien dossiers.

Volgens het Fonds worden dossiers sneller behandeld tot en met het advies. Van de in 2023 ingediende dossiers werd 80% in gemiddeld 12,8 maanden tot en met het advies behandeld. Voor de dossiers uit 2020 was dat 23,5 maanden. Het verslag bevat nog geen vergelijkbare termijn voor de aanvragen uit 2025.

“De toenemende instroom aan nieuwe dossiers en de groeiende complexiteit van de dossiers blijven weliswaar een uitdaging”, zegt minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke in het persbericht bij het verslag. FMO-directeur Isabelle Durnez wijst op “een aanhoudende toename van het aantal aanvragen” en “een bijzonder uitdagend economisch en budgettair klimaat”.

> Lees de activiteitenverslagen 

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.