Maggie De Block: "Ik wilde meer zijn dan huisarts onder de kerktoren"

In een zomerinterview met Het Nieuwsblad blikt voormalig minister van Volksgezondheid Maggie De Block terug op haar carrière als huisarts en politica. Ze trok naar Brussel omdat ze de stem van haar patiënten luider wilde laten klinken, maar bleef ook als minister de eerste lijn als haar kompas beschouwen. Over haar jaren in de Wetstraat is ze opvallend nuchter: "Ik ken geen gelukkige ministers."

Voor Maggie De Block begon politiek niet in een partijhoofdkwartier, maar in de huisartsenpraktijk in Merchtem. Daar groeide het gevoel dat de ervaringen van patiënten en zorgverleners onvoldoende doordrongen tot het federale beleid. "Ik wilde volksvertegenwoordiger worden omdat ik als huisarts het gevoel had dat de stem van de gewone man niet voldoende tot in Brussel klonk. Ik wilde meer zijn dan huisarts onder de kerktoren."

Dat engagement vormde de rode draad door haar politieke loopbaan. De dagelijkse praktijk leerde haar hoe veelzijdig het vak van huisarts is en hoeveel maatschappelijke verantwoordelijkheid ermee gepaard gaat.

Ze illustreert dat met enkele ervaringen die haar altijd zijn bijgebleven. Op één dag werd ze geconfronteerd met een man die een zelfmoordpoging had ondernomen, begeleidde ze een tiener die een zwangerschap wilde afbreken en probeerde ze een patiënte met hiv opnieuw moed te geven. Dertig jaar later ontmoeten ze elkaar nog altijd. "Als huisdokter midden het volk is je impact ook groot."

Van 2014 tot 2020 was De Block minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid in de regering-Michel en vervolgens in de regering-Wilmès. In die zes jaar stonden onder meer de hervorming van de ziekenhuisfinanciering, de uitbouw van ziekenhuisnetwerken, de digitalisering van de zorg, de verdere ontwikkeling van de geestelijke gezondheidszorg en de betaalbaarheid van geneesmiddelen op de agenda.

De zes jaar op Volksgezondheid brachten haar van het ene moeilijke dossier naar het andere. De hervorming van de ziekenhuisfinanciering, de groeiende personeelstekorten en de stijgende zorgvraag bleven de beleidsagenda domineren. De laatste maanden van haar ambtstermijn werden volledig beheerst door de eerste golf van de COVID-19-pandemie.

"Ik ken geen gelukkige ministers"
Met heimwee kijkt De Block niet terug op haar jaren in de Wetstraat. "Ik ken geen gelukkige ministers." De functie is bijzonder boeiend, zegt ze, maar laat weinig ruimte om afstand te nemen. "Je verliest veel energie met het blussen van strobrandjes." Naast de dagelijkse crisissen moeten ministers tegelijk werken aan hervormingen waarvan de resultaten vaak pas jaren later zichtbaar worden, luidt het.

Hoewel ze de Wetstraat al enkele jaren achter zich heeft gelaten, bracht De Block onlangs nog een bezoek aan het federale parlement. Dat bevestigde alleen maar dat haar politieke carrière definitief achter haar ligt. "Ik was onlangs in het parlement en dacht: wat een chance dat ik hier niet meer moet komen," vertelt ze.

De eerste lijn als kompas
Ondanks haar nationale politieke carrière bleef De Block altijd in Merchtem wonen. Die keuze was bewust. De lokale verankering hielp haar om voeling te houden met de realiteit buiten de Wetstraat en met de leefwereld van patiënten en zorgverleners.

Ook vandaag grijpt ze spontaan terug naar haar ervaringen als huisarts. De spreekkamer blijft voor haar de plaats waar de uitdagingen van de gezondheidszorg het duidelijkst zichtbaar worden. Dat maakt ook de rode draad van het interview duidelijk: de overstap naar de politiek was voor De Block geen afscheid van de huisartsgeneeskunde, maar een poging om de ervaringen uit de eerste lijn door te vertalen naar het gezondheidsbeleid.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.