Met de goedkeuring van drie nieuwe nomenclatuurdossiers krijgt de kinderpsychiatrie eindelijk een langverwachte doorbraak. Groepsmediatietherapie wordt werkbaar, de PAAZ krijgt een structurele somatische basis en het overleg tussen huisarts en kinderpsychiater wordt officieel verankerd. Maar volgens het Kartel legt deze vooruitgang tegelijk bloot waar de kinderpsychiatrie nog steeds structureel tekortkomt.
Op 1 december zette de medicomut drie dossiers voor de kinder en jeugdpsychiatrie op groen. Het Kartel had ze eerder ingediend bij het akkoord 2024–2025. Het zijn belangrijke stappen voor een sector die al jaren kreunt onder hogere zorgvraag en oplopende wachttijden. Toch is de opluchting maar gedeeltelijk. De beslissingen betekenen vooruitgang, maar laten tegelijk zien waar de fundamenten nog wankel blijven.
De aanpassing van de groepsmediatietherapie is de meest tastbare verbetering. De nieuwe verstrekkingen 109292 en 109314 maken het mogelijk om met twee tot zes kinderen of jongeren te werken, in aanwezigheid van ouders of begeleiders, met sessies van minstens negentig minuten en correcte verslaggeving in het medisch dossier.
Volgens het Kartel was de oude regeling te star. Groepssessies vragen meer voorbereiding en verslaggeving, waardoor het aanbod dreigde weg te vallen. In hun nota staat dat sessies “meer tijd vragen om de groep op te richten, voor te bereiden en het verslag op te stellen”. De nieuwe flexibiliteit moet wachttijden verlichten en past beter bij een gezinsgerichte aanpak.
In het dossier wordt groepsmediatietherapie beschreven als een werkvorm die groepscohesie creëert en zo het therapeutisch effect versterkt. Een ruimer groepsaanbod kan de wachttijden en het aantal individuele sessies verminderen. Het Kartel wijst erop dat een duidelijkere regeling nodig was omdat de vorige de kwaliteit en continuïteit onder druk zette.
Somatische zorg in de PAAZ
De tweede hervorming betreft de somatische zorg in de psychiatrische afdelingen van algemene ziekenhuizen. Patiënten met ernstige psychiatrische aandoeningen leven meer dan tien jaar korter dan de algemene bevolking, vooral door onbehandelde lichamelijke problemen. Het KCE waarschuwde dat somatische zorg in psychiatrische settings te vaak versnipperd en afhankelijk van toevallige beschikbaarheid is.
De nieuwe verstrekkingen 597240 en 597262 voeren daarom systematische screening en opvolging in bij opname in een PAAZ. Het onderzoek moet worden vastgelegd in het medisch dossier en geïntegreerd in het ontslagverslag. Toch blijft voorzichtigheid geboden. Het Kartel benadrukt dat in de libellé onvoldoende expliciet staat dat elke patiënt moet worden gescreend.
Het syndicaat waarschuwt dat de kern van de maatregel riskeert te verdwijnen als dit niet duidelijk staat omschreven, omdat “na publicatie van het KB wellicht niemand de motivatie nog zal lezen”. Daarom plant de medicomut een omzendbrief om dat systematische karakter te verduidelijken en te bewaken.
Daarnaast blijft er een belangrijke leemte. Voor kinderen en jongeren in K-diensten bestaat nog geen nomenclatuur voor somatische opvolging. Door het ontbreken van screeningsprogramma’s bij minderjarigen ligt dit inhoudelijk anders, maar de nood blijft reëel. Het Kartel diende daarom een behoeftenfiche in voor het akkoord 2026.
Overleg huisarts-psychiater
Het derde dossier verankert het overleg tussen kinderpsychiater en huisarts. Het Kartel benadrukt dat in dit dossier verder uitstel kon worden vermeden. De nieuwe verstrekking 107811 voorziet in een vergoeding voor minstens vijftien minuten overleg, gekoppeld aan een eerder patiëntcontact en een gedeeld behandelplan dat wordt doorgestuurd naar de GMD-houdende huisarts. Op het terrein is dit al jaren nodig. Kinderpsychiaters leveren dat overleg vaak onbetaald, terwijl huisartsen door de groei van de ambulante zorg vaker samenwerking vragen.
Maar dit dossier zorgde binnen de medicomut voor heftige discussies, omdat enkel de psychiater wordt vergoed. Het Kartel herinnert eraan dat in het akkoord 2024–2025 “een budget van 1,5 miljoen euro expliciet voor kinderpsychiatrie werd voorzien” en dat het niet opgaat dat huisartsen “eerst het eigen budget voor andere prioriteiten gebruiken en dan een deel van het veel kleinere budget van de kinderpsychiaters opeisen”.
Die kritiek verwijst naar Domus Medica, dat de vraag voor een huisartsenvergoeding opnieuw op tafel had gelegd. De uitdrukking “on ne peut avoir le beurre et l’argent du beurre” vat op dit punt het standpunt van het Kartel kernachtig samen. Voor 2026 ligt nu een behoeftenfiche klaar om ook de huisarts te vergoeden. Intussen kan het overleg eindelijk officieel starten, wat belangrijk is voor continuïteit en gedeelde verantwoordelijkheid in de zorg voor kinderen en jongeren.
Nog geen afgerond verhaal
Voor het Kartel is hiermee een inhaalbeweging ingezet. Maar het blijft work in progress. “Belangrijke lacunes worden eindelijk aangepakt, maar het volgende akkoord moet de ontbrekende schakels nog vastleggen.” De systematische screening in de PAAZ moet nog duidelijker worden benoemd, K-diensten missen nog steeds een somatische structuur en de vergoeding voor huisartsen wordt een belangrijk dossier voor 2026.








