Kan Kamer recht op abortus grondwettelijk verankeren?

Onlangs boog de Commissie voor Grondwet en Institutionele Vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers zich over een voorstel tot herziening van artikel 22 van de Belgische Grondwet. Bedoeling: het recht op vrijwillige zwangerschapsafbreking (abortus) grondwettelijk te verankeren. 

Ter herinnering: het federaal regeerakkoord van Arizona bevat slechts één zin over abortus: dat de wetgeving wordt aangepast na consensus. Er bestaat een parlementaire meerderheid voor de verlenging van de termijn naar 18 weken, maar het compromis gaat in de richting van een uitstel naar die uitbreiding tot 14 weken. De Arizonapartijen zijn hierover zoals geweten intern verdeeld en dus vormt het thema een mogelijke splijtzwam. Het akkoord lijkt het debat te parkeren, terwijl progressieve partijen pleiten voor onmiddellijke hervorming en uitbreiding naar 18 weken. 

Procedureel besliste de commissie eerst advies in te winnen bij de Juridische Dienst van de Kamer over de ontvankelijkheid van het voorstel omdat artikel 22 tijdens de vorige zittingsperiode voor herziening vatbaar werd verklaard. Daarnaast werden grondwetspecialisten gehoord. Hun adviezen en de juridische nota vormen een belangrijk referentiekader voor het debat.

In haar inleidende uiteenzetting onderstreept hoofdindienster Sarah Schlitz (Ecolo-Groen) dat fundamentele rechten kwetsbaar zijn wanneer ze niet expliciet in de Grondwet zijn opgenomen. Ze verwijst naar het arrest Dobbs van het Amerikaanse Hooggerechtshof (2022) als voorbeeld van hoe verworven rechten kunnen worden teruggedraaid. In België is abortus momenteel enkel beschermd via gewone wetgeving en dus relatief eenvoudig aanpasbaar of afschafbaar. Een grondwettelijke verankering, zoals recent in Frankrijk gebeurde, zou meer rechtszekerheid bieden, heet het.

De bespreking spitste zich toe op twee kernvragen:

  • Is de herziening juridisch ontvankelijk?
  • Is het wenselijk om het recht op abortus in de Grondwet op te nemen?

Privé en gezinsleven

Voorstanders (Ecolo-Groen, PS, PVDA-PTB, DéFI en delen van MR, Vooruit en Les Engagés) stellen dat zodra een artikel voor herziening vatbaar is verklaard, de constituante vrij is om binnen de materie van dat artikel nieuwe rechten op te nemen. Artikel 22 beschermt het privé- en gezinsleven, en volgens rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens valt abortus binnen dat toepassingsgebied. Diverse grondwetspecialisten bevestigen volgens hen dat de aanwijzingen van de preconstituante slechts indicatief zijn en niet bindend.

Tegenstanders of twijfelaars (onder meer cd&v, N-VA en Les Engagés) erkennen vaak het belang van abortusrechten, maar uiten juridische bezwaren. Zij stellen dat de herzieningsverklaring uit 2024 een welbepaalde strekking had (gegevensbescherming) en dat een nieuw lid toevoegen neerkomt op een nieuw artikel invoegen, wat volgens een deel van de rechtsleer niet is toegestaan. Zij waarschuwen voor een mogelijke precedentwerking en onderstrepen dat grondwetswijzigingen uiterst zorgvuldig moeten gebeuren om de legitimiteit van de Grondwet niet te ondermijnen.

Internationale context

Daarnaast komt ook het maatschappelijk en politiek belang sterk naar voren. Meerdere sprekers wijzen op de internationale context waarin abortusrechten onder druk staan (VS, Polen, Hongarije, Malta). Cijfers tonen aan dat een grote meerderheid van de Belgische bevolking het recht op abortus steunt en dat abortus een essentieel gezondheidsrecht is. Sommigen benadrukken evenwel dat een grondwettelijke verankering vooral symbolisch is en moet worden aangevuld met hervormingen van de abortuswetgeving zelf (termijnen, bedenktijd, depenalisering).

Tot slot werd een amendement ingediend dat het recht op abortus wil invoegen als een apart lid binnen artikel 22, om beter aan te sluiten bij bestaande rechtspraak. De indieners hameren erop dat het voorstel niet bedoeld is om de bestaande wetgeving te verruimen, maar om het huidige recht te beschermen tegen toekomstige achteruitgang.

Zoals de kaarten nu liggen, lijkt het debat verdeeld te blijven tussen juridische voorzichtigheid en dringende bescherming van vrouwenrechten, zonder dat er een consensus bestaat over de ontvankelijkheid, maar met brede erkenning van het belang van het recht op vrijwillige zwangerschapsafbreking.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.

Laatste reacties

  • Lucas Kiebooms

    08 januari 2026

    kan iemand mij zeggen of het kind dat mote geboren worden nog enig recht jeeft? De juridische fictyie dat het kind dat moet geboren worden geen "persoon" is, is een juridisch nepargument. Intussen is de totale willekeur schering en inslag. Er is de laatste 35 jaar geen enkel onderzoek in verband met abortuspraktijk ingesteld. De moeder wordt aan haar lot overgelaten en onder druk gezet om te aborteren wat de gemakkelijkste weg lijkt maar in een zeer belangrijkj deel van vrouwen een blijvend letsel veroorzaakt, dit wegpraten zoals de abortuscentra doet is de ontkenning en is niet de objectieve 'non-judgement counseling" die vrouwen verwachten. Waarom wordt de vader nite op de eerste plaats financiëel verantwoordelijk gesteld voor het kind dat mote geboren worden? Ook daar, over de rol van de vader wordt nooit gesproken. De gemakkelijkheidsoplossing heeft nu reeds sedert 1990 zo'n 750.000 geregistreerde en terugbetaalde abortussen veroorzaakt. Dan moet de eerst minister niet klagen over geboorte tekort en omgekeerde piramides. De artsen moeten misschien eens echt nadenken en Hippokrates maar lezen om altijd en voor ieder mensenkind zijn recht op bestaan te garanderen.