De grote inkomensverschillen tussen medische specialismen, die aan het licht zijn gekomen door een onderzoek van De Morgen, stonden donderdag ter discussie in de Kamer. Ondervraagd door Jean-François Gatelier (Les Engagés) en Natalie Eggermont (PVDA - PTB) oordeelde minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke dat deze verschillen “moeilijk te rechtvaardigen” zijn en bevestigde hij dat de hervorming van de nomenclatuur meer waarde moet hechten aan de tijd die aan patiënten wordt besteed, de complexiteit van de zorg en de gezondheidsbehoeften van de samenleving.
Waarom worden bepaalde technische handelingen nog steeds beter vergoed dan de tijd die aan patiënten wordt besteed? Wanneer zal de nomenclatuur meer erkenning geven aan het luisteren naar patiënten, de klinische analyse, de coördinatie van de zorg en de communicatie met patiënten? Het parlementaire debat draaide om deze vragen, in het verlengde van het onderzoek van De Morgen naar de inkomsten van medisch specialisten.
Voor parlementslid en arts Jean-François Gatelier kunnen de waargenomen verschillen tussen specialismen niet los worden gezien van de manier waarop bepaalde prestaties worden gewaardeerd. Het parlementslid was van mening dat specialismen zoals kindergeneeskunde, psychiatrie, gynaecologie of dermatologie een even essentiële rol spelen in het gezondheidszorgsysteem als die welke meer geassocieerd worden met technische handelingen. Hij vroeg zich af of de door de krant aan het licht gebrachte verschillen ten minste gedeeltelijk een weerspiegeling zijn van onevenwichtigheden in de huidige nomenclatuur en of de aangekondigde hervorming daadwerkelijk zou leiden tot een betere erkenning van intellectuele prestaties en klinische expertise.
Frank Vandenbroucke sloot zich gedeeltelijk aan bij deze vaststelling. “De studie die De Morgen publiceerde, is naar mijn mening zeer interessant. Ze is gebaseerd op een groot aantal objectieve gegevens, en ik vind trouwens dat de commentaren en analyses van de journalisten over deze kwestie zeer genuanceerd zijn. De studie wijst op een uiterst grote kloof binnen het vakgebied, die moeilijk te rechtvaardigen is”, verklaarde hij.
Voor de minister rechtvaardigt deze vaststelling de modernisering van de nomenclatuur van medische prestaties. "Het doel is om de vergoedingen beter af te stemmen op de werkelijke inspanningen van de artsen, de tijd die aan patiënten wordt besteed, de complexiteit van de zorg en de behoeften van de samenleving op het gebied van gezondheidszorg. "
Concreet zal de toekomstige nomenclatuur rekening moeten houden met de tijd die aan de patiënt wordt besteed, de complexiteit van zijn klinische situatie, de moeilijkheidsgraad van het verrichte werk en het risico dat de arts loopt. Frank Vandenbroucke gaf ook aan dat bepaalde taken die vandaag de dag weinig zichtbaar zijn in de vergoeding, zoals wachtdiensten, nachtwerk of ziekenhuissupervisie, correct in aanmerking moeten worden genomen.
De minister benadrukte echter dat deze hervorming niet afzonderlijk kan worden bekeken. Jean-François Gatelier had er overigens op gewezen dat het regeerakkoord voorziet in drie onlosmakelijk met elkaar verbonden dossiers: de hervorming van de nomenclatuur, die van de ziekenhuisfinanciering en de regulering van de honorariumtoeslagen.
Volgens Frank Vandenbroucke ligt een deel van het probleem bij de ziekenhuisfinanciering, die nog steeds sterk afhankelijk is van het toenemende aantal prestaties. De kosten voor apparatuur, zoals scanners, zouden meer moeten worden gefinancierd op basis van de behoeften van de patiënten en niet op basis van het aantal uitgevoerde handelingen. De centrale vraag is dan ook niet of artsen in loondienst zijn of zelfstandig, maar of de financieringsmechanismen van het systeem moeten worden herzien.
Natalie Eggermont, spoedarts, pleitte voor een radicalere aanpak door de prestatiegerichte geneeskunde ter discussie te stellen. Ze haalde met name het voorbeeld aan van kinderartsen die hadden deelgenomen aan een vaccinatiecampagne tegen RSV, waardoor het aantal ziekenhuisopnames en het aantal zieke kinderen kon worden teruggedrongen, maar die financieel zouden zijn benadeeld door deze afname van de activiteit. Het parlementslid pleitte voor een vergoedingsmodel dat minder afhankelijk is van het aantal verleende diensten.
Wat de toeslagen betreft, herinnerde Frank Vandenbroucke eraan dat de regering streefde naar een “regulering – en niet naar een afschaffing”. Hij bevestigde zijn voornemen om de hervorming van de nomenclatuur, de ziekenhuisfinanciering en het kader voor de toeslagen gezamenlijk door te voeren, in overleg met de medische organisaties en de mutualiteiten.
Ter afsluiting van het debat breidde Jean-François Gatelier de discussie uit naar huisartsen, spoedartsen en geriaters, waarbij hij eraan herinnerde dat de tijd die aan patiënten wordt besteed ook de kern vormt van de activiteit van talrijke beroepen in de gezondheidszorg, met name verpleegkundigen, psychologen, kinesitherapeuten, logopedisten en vroedvrouwen. Hij riep op om bij de hervorming van de nomenclatuur rekening te houden met deze realiteit.








