Health at a Glance 2025: OESO pakt uit met wereldwijde diagnose gezondheid

De OESO publiceerde op 13 november Health at a Glance 2025, het bekende geactualiseerde overzicht van de gezondheidszorgstelsels van de 38 lidstaten. In een eerste analyse stelt Pedro Façon dat het werk verschillende specifieke kenmerken van België belicht, met name een lager niveau van overheidsuitgaven voor gezondheidszorg dan in de buurlanden, onvoldoende vooruitgang op het gebied van preventie en een groot beroep op intramurale zorg.

In een commentaar op LinkedIn schrijft Pedro Façon (Riziv) daarover enkele bedenkingen neer en 'take-aways'. Maar eerst enkele algemene beschouwingen.

Volgens het rapport van de OESO is de levensverwachting in 25 van de 38 lidstaten weer op het niveau van vóór de pandemie gekomen of zelfs hoger, wat de veerkracht van de gezondheidszorgstelsels illustreert. In 2024 besteedden de landen gemiddeld 9,3% van hun bbp aan gezondheidszorg, wat hoger is dan in 2023, maar nog steeds lager dan het hoogtepunt van 2020. Ondanks het erkende risico van toekomstige gezondheidscrises zijn de uitgaven voor preventie teruggebracht tot ongeveer 3% van het totale gezondheidsbudget, een niveau dat als te laag wordt beschouwd om voldoende voorbereid te zijn.

De eerstelijnszorg neemt ongeveer 14% van de totale uitgaven voor haar rekening. Bovendien was in 2023 20% van de artsen die in de OESO werkzaam waren, in het buitenland opgeleid.

Wat de patiënten betreft, zegt 87% van de mensen met een chronische ziekte tevreden te zijn over de ontvangen zorg en heeft 78% vertrouwen in de laatst geraadpleegde zorgverlener. 19% van de volwassenen lijdt aan obesitas en 14,8% geeft aan dagelijks te roken. De sociale ongelijkheid blijft groot: 44% van de mensen met het laagste inkomen geeft aan een langdurige chronische ziekte te hebben, tegenover 28% in de hoogste inkomensgroep. Vrouwen leven weliswaar langer, maar brengen na hun 60e meer jaren door in slechte gezondheid.

Het rapport benadrukt ook dat het gebruik van gezondheidszorg in de hele OESO toeneemt: in 2023 hadden volwassenen gemiddeld 6,5 fysieke doktersbezoeken per jaar, en vond ongeveer 13% van de contacten plaats via teleconsultatie. Hoewel het gebruik van digitale technologie in de gezondheidszorg zich sinds de piek van de pandemie heeft gestabiliseerd, blijft het aanzienlijk hoger dan vóór 2020, wat wijst op een blijvende verandering in de klinische praktijken, behalve in ons land.

België

De boodschappen in het rapport voor ons land, volgens Riziv-topman Pedro Facon, die enkele eerste take-aways meegeeft zonder exhaustief te zijn:

  • België besteedt een gemiddeld aandeel van de overheidsuitgaven aan gezondheidszorg: 15%. Minder dan Duitsland en UK (19%) of Nederland en Frankrijk (16%). De groei van de gezondheidszorguitgaven vanuit de overheid stijgt trager dan het gemiddelde in de OESO.
  • De toegang tot kwaliteitsvolle zorg verbetert nog steeds en burgers zijn in het algemeen tevreden en hebben een hoog vertrouwen in de zorgverstrekkers, in het bijzonder in de eerste lijn. Belgen betalen een relatief hoog persoonlijk aandeel voor gezondheidszorguitgaven: het is belangrijk om een meer precies zicht te krijgen op de precieze componenten van deze persoonlijke uitgaven. Dat is een aandachtspunt dat de Algemene Raad van het Riziv ook heeft aangestipt.
  • We zijn goed en worden nog beter in het genezen van mensen, en hebben een relatief lage ‘treatable mortality’. Echter, op vlak van "preventable" mortaliteit, vermijdbare ziekte, doen we het niet goed en is de vooruitgang bovendien onvoldoende. Dat gaat dan vooral over preventie en levensstijl, waarvoor de investeringen en actie achterblijven. Dat heeft ook gevolgen voor de kosten voor de ziekteverzekering. 
  • Binnen de gezondheidszorg geven we relatief meer uit aan "in-patient care", dus zorg binnen instellingen, in het bijzonder ook in de langetermijnzorg in woonzorgcentra en ziekenhuizen. We geven relatief minder uit aan medische producten (geneesmiddelen, diagnositca, medische hulpmiddelen). We hebben relatief erg hoge kapitaaluitgaven (gebouwen en apparatuur), "dat hangt voor mij ook minstens deels samen met de fragmentatie van het zorg- en ziekenhuislandschap, spijts alle initiatieven."
  • Bijna 13% van de tewerkstelling in België zit in de zorgsector, meer dan het gemiddelde, maar minder dan bv. Nederland, Frankrijk of Duitsland. De vergoedingen/koopkracht bij artsen en verpleegkundigen zijn relatief hoog in vergelijking met andere landen. Ten opzichte van het gemiddeld loon is het loon van verpleegkundigen in België ook relatief hoger; voor de vergoeding voor dokters is die loonverhouding relatief minder sterk in vergelijking met andere landen.
  • We leiden het klassement qua informele zorg, dus de inzet van mantelzorgers, positief, maar ook een  aandachtspunt.
  • We staan nog steeds aan de top van Pharma R&D-uitgaven, een differentiërende economische troef voor België.

> Health at a Glance 2025

> Rapport gefocust op België

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.