De afschaffing van de mogelijkheid om anoniem sperma of eicellen te doneren, leidt allicht tot lange wachtlijsten. Daar waarschuwden fertiliteitsexperten voor in de Kamer. Wensouders gaan dan mogelijk via dubieuze platformen op zoek naar donoren, en "dat is het laatste wat we willen", waarschuwde fertiliteitsarts aan het UZ Leuven Arne Vanhie.
De Kamercommissie Gezondheid nodigde fertiliteitsarts Arne Vanhie en Dominic Stoop van de Belgian Society For Reproductive Medicine uit naar aanleiding van het recente schandaal met Deens donorzaad. In meerdere Europese landen werden tientallen kinderen verwekt met sperma van een donor die drager bleek van een kankerverwekkende genetische afwijking. In ons land werd dat zaad gebruikt om 53 kinderen te verwekken. De regel d at fertiliteitscentra hetzelfde zaad maar maximaal bij zes gezinnen mogen gebruiken, werd dus overtreden.
In de Kamer wordt naar aanleiding van het recente schandaal opnieuw nagedacht over een wettelijk kader dat de anonimiteit van donoren verbiedt. Vanhie en Stoop zijn daar in principe niet tegen gekant, maar benadrukten wel dat buitenlandse voorbeelden erop wijzen dat het aantal donoren dan mogelijk fel daalt. "Er zal dan een wachtlijst ontstaan, en die zal lang zijn", zei Vanhie. "Patiënten kunnen dan op die wachtlijst gaan staan, naar het buitenland gaan als ze daar de financiële middelen voor hebben, of via dubieuze websites en platformen op zoek gaan naar donoren. En dat is het laatste dat we willen bereiken, want die donorkinderen zullen ook vragen hebben over hun afkomst en kunnen dan door niemand geholpen worden."
Stoop benadrukte dat driekwart van het gebruikte donorzaad in België afkomstig is uit het buitenland. De fertiliteitscentra willen daar minder afhankelijk van worden, maar dat moet een "geleidelijke transitie" worden, zei hij. "We moeten eerst het eigen aanbod kunnen versterken vooraleer we de import aanpakken. De stopzetting van de import van buitenlands donormateriaal zonder alternatieven zal leiden tot erg lange wachttijden, waardoor wensouders toch de grenzen oversteken, vaak naar landen waar de anonieme donatie wel nog bestaat."
Professor Vanhie benadrukte dat de omvang van het probleem met te vaak gebruik donorzaad in België eigenlijk nog niet duidelijk is, omdat er nog maar sinds vorig jaar met Fertidata een centraal register bestaat. Om zicht te krijgen op het volledige probleem zou de databank aangepast moeten worden om met terugwerkende kracht gegevens uit het verleden in te geven, zei hij.
Daarnaast pleitte Vanhie ook nog voor een "centrale en performante structuur" die de Belgische fertiliteitscentra overkoepelt en duidelijke richtlijnen uitvaardigt over welke informatie wensouders moeten krijgen vooraleer ze van start gaan met een vruchtbaarheidstraject. Ook richtlijnen over welke medische screening elke donor moet ondergaan, zijn dan mogelijk, zei hij. Volgens Stoop is een centrale donorregistratie "de enige werkbare manier om de bestaande zesgezinnenregel te kunnen handhaven."








