Er is te weinig wetenschappelijk bewijs om het gebruik van cannabis aan te bevelen voor diverse symptomen die verband houden met psychische stoornissen. Dat concludeert een synthese van bestaande onderzoeken, die dinsdag in The Lancet staat. De synthese sluit echter niet uit dat er uiteindelijk toch mogelijke voordelen zullen worden aangetoond.
"Gezien het gebrek aan bewijs is het op dit moment moeilijk te rechtvaardigen cannabinoïden te gebruiken voor de behandeling van psychische stoornissen of stoornissen die verband houden met het gebruik van (verslavende) middelen", concludeert het artikel dat is verschenen in The Lancet Psychiatry.
Medicinale cannabis is momenteel toegestaan in tientallen landen, zoals Australië, Canada en verschillende lidstaten van de Europese Unie, voornamelijk voor twee belangrijke indicaties: pijnbestrijding en bepaalde psychische stoornissen.
De analyse van The Lancet Psychiatry, die de bedoeling had al het bestaande onderzoek over het onderwerp te bundelen, richt zich op het tweede aspect. De auteurs, onder leiding van de Australische onderzoeker Jack Wilson, schetsen een beeld dat voorlopig weinig uitsluitsel geeft.
Bepaalde gegevens wijzen erop dat zogenaamde cannabinoïdeproducten symptomen "kunnen verlichten", variërend van tics en slapeloosheid tot verslaving aan cannabis zelf, stellen ze vast. Maar die gegevens zijn "over het algemeen van matige kwaliteit", waarschuwen ze ook. De onderzoekers voegen er evenwel ook aan toe dat medicinale cannabis bij deze aandoeningen niet lijkt te gaan gepaard met ernstige bijwerkingen.
Volgens de studie betekent dit niet dat er moet worden geconcludeerd dat medicinale cannabis geen nut heeft bij psychische stoornissen, maar wel dat "er een dringend nood is aan onderzoek van goede kwaliteit" om het daadwerkelijk te kunnen aanbevelen.








