Ter gelegenheid van de Werelddag tegen eierstokkanker op 8 mei zet de Stichting tegen Kanker een onderzoek van de UZ Leuven in de schijnwerpers dat tot doel heeft een bloedtest te ontwikkelen waarmee de behandeling van patiënten met hooggradige eierstokkanker nauwkeuriger kan worden afgestemd. Dit project, dat door de Stichting wordt ondersteund, heeft als doel het aantal invasieve tumorbiopsieën te verminderen en de toegang tot gepersonaliseerde behandelingen te versnellen.
Eierstokkanker is de 12e meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen in België. Volgens cijfers van de Stichting Kankerregister werden in 2023 706 nieuwe gevallen gediagnosticeerd en stierven er in 2021 602 vrouwen aan de ziekte. De vijfjaarsoverleving bedraagt 46%. De ziekte treft vooral vrouwen ouder dan 50 jaar, met een gemiddelde leeftijd bij de diagnose van ongeveer 65 jaar.
Het onderzoek onder leiding van prof. Toon Van Gorp richt zich op hooggradige eierstokkanker, de meest voorkomende en een van de meest agressieve vormen. Bijna 90% van de gevallen wordt in een vergevorderd stadium gediagnosticeerd. Voor deze patiënten blijft de gemiddelde vijfjaarsoverleving onder de 38%.
Na chirurgie en chemotherapie kunnen sommige patiënten baat hebben bij een onderhoudsbehandeling met PARP-remmers. PARP is een eiwit in onze cellen dat beschadigd DNA detecteert en helpt herstellen. Deze medicijnen verhinderen dat kankercellen hun DNA herstellen, waardoor ze uiteindelijk afsterven. Deze therapie werkt echter slechts bij ongeveer de helft van de patiënten.
Om te bepalen of deze behandeling werkt, wordt momenteel gekeken naar Homologe Recombinatie Deficiëntie (HRD): een zwakte in het DNA-herstelmechanisme van kankercellen. Patiënten met een HRD-positieve tumor reageren doorgaans beter op PARP-remmers.
Momenteel vereist deze beoordeling een tumorbiopsie, een invasieve ingreep bij gynaecologische kankers die vaak diep in de buikholte zitten. Onderzoekers van de UZ Leuven bestuderen daarom een alternatief op basis van de ‘vloeibare biopsie’, een bloedtest waarmee circulerend tumor-DNA kan worden opgespoord en geanalyseerd.
Het doel is een test te ontwikkelen die minder belastend is voor de patiënten en geen chirurgische ingreep vereist. De onderzoekers moeten echter nog verschillende technische uitdagingen overwinnen, met name het opsporen van voldoende hoeveelheden tumor-DNA in het bloed en het onderscheiden daarvan van het DNA van gezonde cellen. Volgens het onderzoeksteam zal het nog vijf tot zes jaar duren voordat er een gevalideerde test beschikbaar is die op grote schaal kan worden toegepast.
Op termijn zou deze aanpak het mogelijk kunnen maken om het aantal invasieve biopsieën te verminderen, behandelingen nauwkeuriger af te stemmen op het tumorprofiel van elke patiënt en bepaalde zware therapieën te vermijden wanneer ze niet nodig zijn.
“We geven niet langer elke patiënt dezelfde behandeling. We beoordelen wat relevant is en wat niet, om zware en onnodige behandelingen te vermijden. Gepersonaliseerde behandelingen zijn de toekomst in de oncologie”, legt prof. Toon Van Gorp uit.
De onderzoekers hopen deze technologie later ook uit te breiden naar andere kankers met vergelijkbare afwijkingen in het DNA-herstel, met name baarmoeder-, borst-, alvleesklier- en prostaatkanker.








