Kregen uitgesloten werklozen jarenlang een uitkering die ze niet nodig hadden?

Meer dan de helft van de langdurig werklozen die hun uitkering verloren, krijgt daarna geen leefloon. Bijna de helft vraagt die steun zelfs niet aan. Professor Wouter Duyck (UGent) vraagt zich daarom af of een deel van de uitgesloten werklozen jarenlang een werkloosheidsuitkering kreeg die ze financieel niet nodig hadden.

Van de 99.166 langdurig werklozen die hun uitkering verloren, vroegen 52.593 mensen een leefloon aan. Uiteindelijk kregen ruim 43.600 mensen die steun ook. Dat komt neer op ongeveer 44% van alle uitgesloten werklozen.

De aandacht ging de voorbije dagen vooral naar de toestroom bij de OCMW's. Die ligt hoger dan de regering vooraf had verwacht. Minister van Werk David Clarinval (MR) hield rekening met ongeveer één op de drie uitgesloten werklozen die bij het OCMW zouden aankloppen.

De cijfers kunnen echter ook anders worden gelezen. Zo vraagt 47% van de uitgesloten werklozen helemaal geen leefloon aan. Nog eens 8 à 9% dient wel een aanvraag in, maar krijgt uiteindelijk geen leefloon. In totaal ontvangt dus meer dan de helft van de betrokkenen geen leefloon.

Waarom zoveel mensen geen aanvraag indienen, valt uit de cijfers niet af te leiden. Een deel kan inmiddels werk hebben gevonden. Anderen beschikken mogelijk over spaargeld, eigen inkomsten of het inkomen van een partner. Ook persoonlijke redenen kunnen meespelen.

Een geweigerde aanvraag betekent evenmin automatisch dat iemand zelf voldoende geld heeft. Het OCMW houdt bij de toekenning van een leefloon immers niet alleen rekening met de eigen bestaansmiddelen, maar ook met de gezinssituatie.

Een getuigenis die Sudinfo optekende, toont wel dat financiële nood niet voor iedere langdurig werkloze een rol speelde. De krant sprak met "Louise", een Brusselse die ongeveer tien jaar een werkloosheidsuitkering als samenwonende ontving. Haar partner verdiende goed en zelf zegt ze dat ze het geld niet echt nodig had. 

"Ik had de werkloosheidsuitkering niet noodzakelijk nodig, maar waarom zou ik ervan afzien als ik er recht op had?", zegt ze. Nadat haar uitkering stopte, vroeg ze geen leefloon aan.

Haar situatie kan uiteraard niet worden veralgemeend. Ze illustreert wel een belangrijk verschil tussen beide systemen. Een werkloosheidsuitkering hangt samen met de arbeidsloopbaan en sociale zekerheid. Het inkomen van een partner betekent niet dat het recht op die uitkering zomaar verdwijnt. Bij het leefloon wordt daarentegen onderzocht of iemand over voldoende bestaansmiddelen beschikt.

Wouter Duyck, professor cognitieve psychologie aan de UGent, vindt het opvallend dat vooral de 53% aanvragen wordt gebruikt als argument tegen de hervorming. "Als de andere 47% geen werkloosheidsuitkering meer krijgt en zelfs geen leefloon aanvraagt, dan toont dit dus dat nog steeds de helft van die uitkeringen onnodig was", schrijft hij op X.

Hoeveel van die 47% hun vroegere werkloosheidsuitkering financieel werkelijk nodig had, kan uit de cijfers niet worden afgeleid. De hervorming maakt wel het verschil zichtbaar: voor een werkloosheidsuitkering werd financiële behoeftigheid niet onderzocht, voor een leefloon gebeurt dat wel.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.