Centenindex voor artsen? "Meer demagogie dan werkelijkheid"

De geplande centenindex voor zelfstandige zorgverleners vertrekt van een verkeerde premisse. Prof. Stan Politis komt tot die conclusie na een analyse van de maatregel. Zijn kritiek krijgt bijval uit verschillende hoeken. Ook Unizo, de Federatie Vrije Beroepen (FVB), BVAS en het Kartel waarschuwen dat een honorarium geen loon is en dat uiteindelijk ook de patiënt de gevolgen dreigt te dragen.

De federale regering onderzoekt of ook zelfstandige zorgverleners onder een gedeeltelijke centenindex kunnen vallen. Op het eerste gezicht lijkt dat een logische uitbreiding van de maatregel die ook werknemers en gepensioneerden treft. Prof. Stan Politis ziet dat anders. In een uitgebreide analyse van het voorstel legt hij uit waarom de vergelijking volgens hem niet opgaat en waarom de discussie veel verder reikt dan een eenvoudige indexbeperking.

"Het lijkt een uitspraak van gezond verstand: als alle burgers moeten inleveren op de index, inclusief gesalarieerde artsen, dan is het toch logisch dat ook zelfstandige artsen moeten inleveren? Toch is die uitspraak méér demagogie dan werkelijkheid." Met die woorden zet Politis meteen de toon.

Zijn belangrijkste argument is dat een zelfstandige arts geen loon ontvangt. De honoraria maken deel uit van het globale budget voor geneeskundige verstrekkingen én dienen tegelijk om de praktijk te financieren.

"De 'index' is een totaalbudget voor de sector, bestaande uit een prijscomponent en een volumecomponent", schrijft hij. De prijscomponent moet de inflatie opvangen, terwijl de volumegroei bedoeld is om de stijgende zorgvraag als gevolg van de vergrijzing en de bevolkingsgroei te financieren. 

Tegelijk begrenst de overheid hoeveel van dat budget uiteindelijk effectief beschikbaar is via de geautoriseerde uitgaven. Daarom is de indexering van zelfstandige artsen volgens Politis fundamenteel verschillend van de automatische loonindex bij werknemers. Hij verwijst naar recente RIZIV-nota's waaruit blijkt dat de beschikbare middelen al meerdere jaren achterblijven bij de geraamde zorgbehoeften. "Er is dus de facto jaarlijks al een besparingsoperatie."

Honoraria betalen ook de praktijk
Op dat punt krijgt Politis steun uit de wereld van de zelfstandige ondernemers. In een reactie aan 21News maken Unizo en de Federatie Vrije Beroepen (FVB) hetzelfde onderscheid tussen een loon en een honorarium. "Een zelfstandige arts, kinesitherapeut of tandarts moet met zijn honoraria ook een praktijk draaiende houden", zegt Bart Buysse, gedelegeerd bestuurder van Unizo. 

Met die inkomsten worden niet alleen de arts vergoed, maar ook de huur of lening van de praktijk, personeel, energie, software, verzekeringen en medisch materiaal betaald. Daarom heeft een gedeeltelijke niet-indexering een veel grotere impact dan op het eerste gezicht lijkt. "Een gedeeltelijke niet-indexering betekent veel meer dan een lager inkomen. Zo treft dit voorstel niet enkel de zorgverlener, maar uiteindelijk ook de patiënt", zegt Buysse.

Beide organisaties wijzen er bovendien op dat het financiële effect blijft doorwerken. Elke indexering vormt immers de basis voor de volgende. Een beperkte aanpassing vandaag vertaalt zich daardoor in een blijvend verlies in de komende jaren.

Ook BVAS sluit zich bij die analyse aan. Het artsensyndicaat deelt de bezorgdheid dat een honorarium niet mag worden verward met een klassiek loon en waarschuwt dat een lineaire indexbeperking de financiële leefbaarheid van zelfstandige zorgpraktijken aantast.

"Volstrekt onduidelijk"
Prof. Politis plaatst niet alleen vraagtekens bij de redenering achter de maatregel, ook de praktische uitwerking roept vragen op. Diezelfde bezorgdheid leeft bij Unizo en FVB. "Het is volstrekt onduidelijk hoe de centenindex op zelfstandige zorgverleners kan worden toegepast", klinkt het.

Bij werknemers bestaat een automatische loonindex. Bij zelfstandige zorgverleners worden de honoraria vastgelegd na onderhandelingen tussen de overheid, de ziekenfondsen en de vertegenwoordigers van de medische beroepen. Die onderhandelingen voor 2027 moeten bovendien nog starten.

Unizo en FVB vinden het daarom weinig logisch nu al een concreet besparingsbedrag naar voren te schuiven. Ze schuiven ook een alternatief naar voren. "Om de gezondheidszorg financieel duurzamer te maken, moeten we niet beginnen bij een onduidelijke ingreep in de honoraria van zelfstandige zorgverleners, maar bij het debat over de remgelden."

Akkoord artsen-ziekenfondsen onder druk
De discussie beperkt zich bovendien niet tot de financiering van zelfstandige praktijken. Zo ziet het Kartel ook een risico voor het overlegmodel in de gezondheidszorg. De GBO, onderdeel van het Kartel, wijst erop dat het akkoord artsen-ziekenfondsen 2026-2027 uitdrukkelijk bepaalt dat de artsensyndicaten het akkoord kunnen opzeggen wanneer de honoraria in 2027 niet volledig worden geïndexeerd.

Stan Politis trekt dezelfde conclusie vanuit een budgettair perspectief. Artsen bepalen via hun voorschriften en medische beslissingen een groot deel van de uitgaven in de gezondheidszorg. "Knijp de bron dicht en de rest volgt vanzelf wel", schrijft hij. 

Die redenering levert op korte termijn misschien een besparing op, maar dreigt op langere termijn de zorg zelf te verzwakken. "We komen stilaan in de fase van destructie van de creatie en innovatie in de medische zorg."

Zo groeit de discussie over de centenindex uit tot een fundamenteel debat over de financiering van de gezondheidszorg. Niet de vraag óf er moet worden bespaard staat centraal, maar wel hoe dat gebeurt en welke gevolgen die keuzes hebben voor artsen, patiënten en de toekomst van het overlegmodel.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.