"Een mager akkoord, maar het is beter dan geen akkoord" (Stan Politis)

Voor prof. Stan Politis (BVAS) was het belangrijk dat het nieuwe akkoord er kwam. Het behoud van het overlegmodel, de erkenning dat medische prestaties kostendekkend moeten zijn en de doorbraak in de toegang tot data geven het akkoord strategische waarde. Minstens even belangrijk is dat bepalingen die het debat over de Kaderwet zouden hypothekeren, uit de tekst zijn geweerd.

“Er is eigenlijk alleen een akkoord over de indexering,” zegt Politis. “Voor de rest is het nogal mager: veel tekst, weinig concrete beslissingen.” Toch was een niet-akkoord volgens hem geen optie. “Dat zou het vertrouwen nog verder hebben ondergraven. Dit akkoord houdt het overlegmodel overeind en dat is op dit moment een verdienste.”

Voor BVAS was het cruciaal dat het akkoord geen clausules bevat die het debat over de Kaderwet kunnen hypothekeren. “Het akkoord is daarom ook belangrijk om wat er bewust niet in staat. Ereloonsupplementen zijn niet afgeschaft, er moet nog overleg volgen. Er zijn geen bepalingen in het akkoord opgenomen die de politieke onderhandelingen schaden.”

Positief vindt Politis de expliciete erkenning dat medische prestaties kostendekkend moeten zijn. “Dat principe wordt nu voor het eerst aanvaard,” zegt hij. “Het kan niet dat artsen structureel verlieslatend werken, zelfs niet bij patiënten met een verhoogde tegemoetkoming.”

Concreet wordt een budget van 10 miljoen euro voorzien voor een lijst van 251 verlieslatende prestaties. “Het verbod op ereloonsupplementen voor VT-patiënten blijft wel bestaan,” benadrukt Politis, “maar voor een lijst van prestaties kunnen nu wel kosten worden aangerekend.” “Voor ons was dit essentieel,” zegt Politis. “Voor Solidaris was uitgerekend deze clausule het struikelblok.”

Toegang tot data
Een tweede element dat de balans positief laat doorslaan, is de toegang tot data. In het akkoord wordt expliciet gesteld dat artsen en ziekenfondsen op een gelijk speelveld moeten kunnen opereren, met meer toegang voor artsen tot secundaire data. “Dat vragen we al jaren,” zegt Politis. “Je kan geen ernstig overleg voeren als één partij alle cijfers heeft en de andere niet. Dat principe wordt nu expliciet erkend, en dat is voor ons uitermate belangrijk.”

Politis wijst ook op het belang van een nieuwe werkgroep rond de hervorming van de nomenclatuur. Die zal onderzoeken of een opsplitsing tussen een professioneel deel en een kostendeel zinvol en haalbaar is. “Dat kan voor sommige prestaties zinvol zijn, maar zeker niet voor allemaal,” zegt hij. “Bij de tandartsen gebeurt die opsplitsing bijvoorbeeld niet.”

Politis ziet nog een positieve stap in het akkoord: nieuwe prestaties in het kader van de AKA-hervormingen moeten voortaan eerst worden voorgelegd aan de medicomut, waar wordt nagegaan of er voldoende budgettaire ruimte is vóór invoering.

Teleconsultaties
Voor huisartsen bevat het akkoord enkele positieve signalen, onder meer over de verdere uitrol van het centraal oproepnummer 1733 en de erkenning van teleconsultaties. De concrete uitwerking voor teleconsultaties laat echter nog op zich wachten.

“Het nieuwe, fraudebestendige model moet tegen 30 juni 2026 klaar zijn om vanaf januari 2027 ingevoerd te worden. De financiering zal gebeuren via drie bestaande bronnen: de vergoedingen voor adviezen, de ondersteuning van huisartsenpraktijken en besparingen op niet-geaccrediteerde raadplegingen.”

Andere dossiers worden opnieuw doorgeschoven naar werkgroepen. “Sommige voorstellen haalden het niet, andere werden afgezwakt. De oorspronkelijke besparingen op pre-operatieve hulp waren gewoon niet haalbaar en zijn bijgestuurd,” zegt Politis. Voor pediaters wordt een financiële correctie voorzien. “Dat was nodig. Zij zitten echt in een vrije val wat honoraria betreft.”

Bijzondere eisen
Wat BVAS niet heeft binnengehaald, is een uitbreiding van de bijzondere eisen. “Daar hebben we niets bereikt,” zegt Politis. “De regeling blijft ongewijzigd: bijzondere eisen gelden enkel voor raadplegingen na 21 uur. De verschuiving naar 18 uur die wij vroegen, is er niet gekomen.”

“We kraaien dus zeker geen victorie,” besluit Politis. “We zijn gematigd positief over sommige onderdelen en gematigd negatief over andere. Maar we zijn ervan overtuigd dat dit akkoord meer bijdraagt tot vertrouwen dan een niet-akkoord. En in het huidige klimaat is dat op zich al belangrijk.”

Politis is tot slot vol lof voor Mickaël Daubie, die als voorzitter van de medicomut de onderhandelingen tot een goed einde bracht. Hij noemt het ook verheugend “dat BVAS en het Kartel in deze onderhandelingen nog dichter naar elkaar zijn toegegroeid. Die toenadering versterkt onze positie in het overleg.”

Lees ook:
> Akkoord 2026–2027: indexering, besparingen en veel werkgroepen
> Kartel: “Nieuw akkoord is heuse prestatie in tijden zonder budgettaire marge”

> Domus Medica benadrukt resultaat van intensieve onderhandelingen over nieuw tarievenakkoord

> Solidaris ontgoocheld over tarievenakkoord: "Onaanvaardbaar dat patiënmoet opdraaien"

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.