Prof. Brigitte Velkeniers neemt om persoonlijke redenen ontslag als voorzitter van de Federale Planningscommissie. Dat vernam De Specialist uit betrouwbare bron. Flink wat expertise verdwijnt zo op een moment dat de planning van het medisch aanbod almaar aan belang wint.
Prof. Brigitte Velkeniers (VUB) is sinds 2014 voorzitter van de Federale Planningscommissie Medisch Aanbod. Ze bouwde dus een pak ervaring op in die positie tot waardering van alle betrokkenen, en dat in een delicate functie. De beslissingen van de Planningscommissie stuiten immers geregeld op kritiek. Ze staan bloot aan politieke druk vanuit allerhande hoeken. Als voorzitter werd Prof. Velkeniers door de collega’s dan ook geapprecieerd om haar diplomatische kant. Ook dr. Jonas Brouwers, sinds kort voorzitter van de Vlaamse Planningscommissie, heeft respect voor de manier waarop Prof. Velkeniers haar voorzitterschap invulde: “Dit ontslag is jammer voor de Federale Planningscommissie want Prof. Velkeniers heeft een schat aan ervaring inzake de planningsgeschiedenis medisch aanbod.”
Zelf zou dr. Brouwers de lacune die Prof. Velkeniers achterlaat, niet willen opvullen: “Ik heb al genoeg omhanden met de Vlaamse Planningscommissie en het Vlaams toelatingsexamen”, reageert hij. “Maar we moeten ons wel bezinnen over de ingewikkelde structuur waarmee we vandaag te maken hebben als het over die planning gaat. Er is naast de Federale Planningscommissie ook een Vlaamse en Franstalige Planningscommissie. Verder komt er geregeld een zekere druk vanuit de betrokken kabinetten, de universiteiten, beroepsgroepen en de taalgemeenschappen. De hamvraag is hoe alles verder beleidsmatig zal evolueren op dit vlak.”
De Vlaamse Planningscommissie bepaalt vandaag hoeveel gunstig gerangschikten bij het toelatingsexamen geneeskunde mogen starten met hun studie, en anderzijds de subquota per specialisme op het einde van de rit. Tegelijk moet dat alles passen binnen de federale quota voor (tand)artsen.
Meer efficiëntie
Jonas Brouwers kan zelf al op flink wat ervaring bogen in deze materie omdat hij ruim 14 jaar betrokken is bij het contingenteringsdossier. Vooral als voormalig VASO-voorzitter wist hij mee zijn stempel te drukken op die planning. Maar de uiterst complexe situatie van de medische planning vandaag doet vragen rijzen. Ziet hij oplossingen om de beslissingsboom te vereenvoudigen? Moet het huidige model op de schop? Kan een algoritme mee een uitweg bieden?
“Het Stock-en-flow Planningsmodel met aanbod en vraag waarmee we nu werken is op zich wel robuust. Deels zou het geautomatiseerd kunnen worden. Maar als het erop aankomt om een projectie te maken voor de toekomst, moet je bepaalde parameters invoeren. En net die taak is het terrein van experts. Afhankelijk van de ingevoerde parameters verandert immers de voorspelling en het uiteindelijk aantal artsen dat geprojecteerd wordt. Net over die parameters wordt dan ook het meest gediscussieerd en blijken de verschillen tussen Noord en Zuid telkens weer groot.”
Ligt de uitweg dan in meer armslag voor de regio’s? “Op Vlaams niveau hebben we zeker meer nood aan zeggenschap en dat lijkt me logisch. Vandaag bepaalt de Federale Planningscommissie immers het aantal toegelaten artsen op basis van een projectie per specialisme terwijl die subquota eigenlijk regionale bevoegdheden zijn. Vlaanderen probeert eigen accenten te leggen, maar we zitten in een al te strak keurslijf. Voor mij werkt een planningsmodel dus heel moeilijk als de contingentering federaal is maar de regio’s moeten beslissen over de subquota. Zo zijn er verschillende commissies en beleidsniveau die over hetzelfde discussiëren. Qua efficiëntie wringt dat. Ook de andere visie in het Noorden en Zuiden van het land maakt dit niet gemakkelijker. Finaal is dit natuurlijk een politieke discussie.”
Geen stemrecht
Dr. Brouwers heeft respect voor het belang van de Federale Planningscommissie maar dringt erop aan dat Vlaanderen zelf een inbreng heeft over de Vlaamse kandidaten, liefst via een eigen datamodel. “We doen op Vlaams niveau ons best om alles efficiënter te maken voor het hele land. Maar dat we als vertegenwoordigers van de Vlaamse Gemeenschap deel uitmaken van de Federale Planningscommissie zonder er stemrecht te hebben, blijf ik vreemd vinden ”
Dat neemt dus niet weg dat het ontslag van Prof. Velkeneers de zaken niet vereenvoudigt: “Haar taak was absoluut niet gemakkelijk en ze heeft dat telkens heel diplomatisch aangepakt. Misschien was ik zelf soms een steentje in haar schoen, maar ze stond zeker open voor onze opmerkingen en bezorgdheden en ze verdient daarom mijn respect.”
Professor Velkeniers bleek bij het ter perse gaan van dit artikel niet bereikbaar voor commentaar.








