De keuze van een huisarts om zich op een bepaalde plek te gaan vestigen wordt meer bepaald door de nabijheid van familie, de job van de partner en de klik met collega's dan door financiële prikkels van de overheid. Dat blijkt uit een grootschalige studie van het Interuniversitair Centrum voor Huisartsenopleiding (ICHO), getrokken door de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en recent gepubliceerd in het European Journal of General Practice. Dat meldt VUB donderdag in een persbericht.
De enquête onder bijna 800 artsen die de afgelopen tien jaar afstudeerden, werpt een nieuw licht op de tekorten in huisartsarme zones. Volgens hoofdauteur dr. Lotta Coenen, zelf ook huisarts, tonen de resultaten van het onderzoek aan dat tonen aan dat de 'huisarts van de toekomst' resoluut kiest voor samenwerking en levenskwaliteit. "De tijd van de arts die dag en nacht bereikbaar is, lijkt definitief voorbij", klinkt het.
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de overgrote meerderheid van de huisartsen blijft werken in een straal van 25 kilometer rond de plek waar zij hun opleiding hebben genoten. Die keuze is vaak ingegeven door pragmatische overwegingen. "Men vestigt zich daar waar de partner werkt, waar de kinderen naar school gaan of waar familie woont. Van de respondenten gaf 93,4 procent aan nog steeds als huisarts werkzaam te zijn, wat de duurzaamheid van de beroepskeuze bevestigt, mits de randvoorwaarden kloppen", aldus de onderzoekster.
Behalve de geografische locatie bepaalt de interne organisatie van een praktijk de aantrekkingskracht. Daarbij zijn huisartsen vaker op zoek naar samenwerkingsverbanden, wat artsen in staat stelt een gezonde werk-privébalans te bewaren en continuïteit van zorg te bieden zonder dat dat ten koste gaat van het eigen welzijn. Ook de relatie met collega's is cruciaal. Ten slotte spelen ook vrijheid en variatie in het werk een rol.
Volgens het onderzoek zouden beleidsmakers huisartsarme zones aantrekkelijker kunnen maken door meer administratieve en praktische ondersteuning aan te bieden. "Gemeentes die inzetten op hulp bij huisvesting, kinderopvang of het ontlasten van de administratieve druk, hebben een grotere kans om nieuw talent aan te trekken."
De enquête werd verstuurd naar 2.706 alumni, van wie er 772 (26,7 procent) de volledige demografische en motivatievragen beantwoordden. Bijna driekwart van de respondenten (70,9 procent) is vrouw. De studie werd uitgevoerd door de Vrije Universiteit Brussel (VUB) in samenwerking met de universiteiten van Gent, Leuven en Antwerpen, op initiatief en onder de koepel van ICHO.









Laatste reacties
Eddy HUYSMAN
07 mei 2026En zeker niet gekozen voor de negatieve sfeer zoals, in Eeklo hangende is, waar de plaatselijke overheid en Politie meer de huisarts tegenwerkt dan meewerkt (jaloezie,)