Kunnen de nieuwe pathologiefiches straks worden gebruikt om artsen te beoordelen op de duur van hun ziekteattesten? Die vraag wierp Medi-Sfeer vorige maand al op. Minister Vandenbroucke benadrukt nu dat de fiches niet bindend zijn. "Er is geen maximumduur en er is geen sprake van drukkingsmiddelen."
Medi-Sfeer berichtte op 15 juni over de mogelijke link tussen de twintig nieuwe pathologiefiches en GAOCIT, de databank waarmee het RIZIV elektronische arbeidsongeschiktheidsattesten verzamelt. Via datamining moet die databank toelaten om verschillen in voorschrijfgedrag tussen artsen op te sporen.
De wettelijke basis voor de databank maakt het mogelijk om artsen met afwijkend voorschrijfgedrag te identificeren, op te volgen en eventueel financieel te responsabiliseren. Dat riep de vraag op welk referentiekader daarbij zal worden gehanteerd. De nieuwe pathologiefiches bevatten immers referentieduurtijden voor arbeidsongeschiktheid.
Irina De Knop (Anders) legde die bezorgdheid nu voor aan minister Vandenbroucke.
"Arts is niet verplicht de fiches open te klikken"
Vandenbroucke benadrukt dat de fiches alleen bedoeld zijn als ondersteuning. "De fiches zijn een kapstok ter ondersteuning van de artsen bij het opstarten van het gesprek met hun patiënt over diens terugkeer naar werk."
De referentieduren vertrekken van een "basispatiënt", zonder rekening te houden met de specifieke context of eventuele andere aandoeningen. "Artsen moeten telkens vertrekken vanuit de situatie van de concrete patiënt die op dat moment voor hen zit, en niet louter vanuit de pathologie", aldus Vandenbroucke.
Ook het gebruik is niet verplicht. Hoewel de fiches beschikbaar kunnen zijn in de artsensoftware, "is een arts niet verplicht om ze open te klikken". "Het zijn dus geen bindende normen. Er is geen maximumduur en er is geen sprake van drukkingsmiddelen. Ze dienen als een kapstok, een soort geheugensteun en zijn geen verplichting."
Een uniforme toepassing is volgens Vandenbroucke onmogelijk. "We kunnen geen one size fits all toepassen, juist omdat de context van elke patiënt anders is." De fiches behandelen onder meer het hersteltraject, de terugkeer naar het werk en referentieduurtijden voor werkonderbreking.
"De fiches bieden dus handvatten, maar de arts en de patiënt bepalen samen welke richting ze uitgaan, naargelang van de noden van de concrete patiënt."
De Knop vreest toch druk op artsen
Voor De Knop neemt dat niet alle bezorgdheid weg. Zij vreest dat de fiches toch als referentie zullen worden gebruikt door partijen die arbeidsongeschiktheid beoordelen of controleren.
"In de praktijk bestaat natuurlijk de bezorgdheid dat die fiches zullen worden gebruikt door adviserend artsen van de ziekenfondsen, door het RIZIV, door verzekeraars en door werkgevers, waardoor artsen zich onder druk gezet zouden kunnen voelen om ziekteverloven binnen de referentieduur te houden."
Ze plaatst ook vraagtekens bij de meerwaarde. "Ik hoor u woorden gebruiken als 'kapstok', 'geheugensteun' en 'richtlijn'. Dan kan ik niet anders dan besluiten dat er heel veel geld is geïnvesteerd in een instrument dat uiteindelijk weinig veralgemeend kan worden toegepast en dat bovendien erg wantrouwig wordt onthaald door heel wat artsen en patiënten."
Gebruik van fiches wordt geëvalueerd
De fiches werden ontwikkeld binnen het Nationaal College voor Sociale Verzekeringsgeneeskunde inzake Arbeidsongeschiktheid, in samenwerking met de KU Leuven. Huisartsen van Domus Medica en SSMG werden bij de ontwikkeling betrokken. Ook adviserend artsen van de ziekenfondsen werkten eraan mee.
De fiches hebben een evolutief karakter. Artsen kunnen feedback geven en het Nationaal College zal het gebruik ervan op het terrein evalueren.
> Lees ook: Worden artsen straks afgerekend op de nieuwe fiches voor ziekteverlof?








