Een specifieke vergoeding voor artsen die euthanasie uitvoeren, wordt binnenkort opgenomen in de nomenclatuur van medische handelingen. Dat heeft federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke bevestigd tijdens een interpellatie in de Commissie Volksgezondheid van het Parlement.
In antwoord op een vraag van parlementslid Jan Bertels (Vooruit) verduidelijkte de minister dat het ontwerp van de regelgeving op 3 juli ter advies is voorgelegd aan de wetgevende afdeling van de Raad van State. “Het Riziv verwacht dit advies uiterlijk op 19 augustus. Als het groen licht wordt gegeven, kunnen de koninklijke besluiten ter ondertekening aan de koning worden voorgelegd en zou de publicatie in het Belgisch Staatsblad in de tweede helft van september kunnen plaatsvinden. De inwerkingtreding is gepland voor 1 november 2025”, aldus Frank Vandenbroucke.
Concreet zal de handeling “uitvoering van euthanasie” worden toegevoegd aan hoofdstuk 3, artikel 3, paragraaf 1a,1 van de nomenclatuur. Deze prestatie omvat vier elementen: de kosten van het materiaal (exclusief geneesmiddelen), het uitvoeren van de euthanasie, de vaststelling van het overlijden met opstelling van de akte, en het invullen van het aangifteformulier waarin de wet van 28 mei 2002 betreffende euthanasie voorziet.
De minister heeft gepreciseerd dat de prestatie volledig door de sociale zekerheid zal worden gedekt, zonder eigen aandeel voor de patiënt. “Gezien de aard van de handeling is de regel van derdebetalers verplicht. De dienst kan worden gecumuleerd met een consult, overeenkomstig de artikelen 2 en 25 van de nomenclatuur. Het honorarium bedraagt 180,24 euro (prijs 2025)”, voegde hij eraan toe.
Jan Bertels juichte deze vooruitgang toe en noemde de maatregel “positief en noodzakelijk”. Hij benadrukte het “rechtvaardige en legitieme” karakter van een dergelijke vergoeding als erkenning voor “de zware en complexe taak” van artsen in dit soort situaties. Het parlementslid hoopt dat de datum van 1 november zal worden gehaald.








