In september geeft Thomas Gevaert na vijf jaar de fakkel als voorzitter van het Kartel door aan Lieselot Brepoels. In een gesprek met Medi-Sfeer heeft hij het over remgeld, langdurig zieken en de macht van de ziekenfondsen. Over ViaCaro, het vroegere AADM, is hij bijzonder scherp.
De begroting voor 2027 bezorgt Thomas Gevaert heel wat vragen. Vooral de geplande verhoging van de remgelden zit hem dwars. Niet omdat hij principieel tegen hogere remgelden is, wel omdat onduidelijk blijft waar de opbrengst terechtkomt. In de begrotingstabellen worden middelen gekoppeld aan onder meer de “versterking van gezondheidszorgadministraties”, een sociaal akkoord en gezondheidsdoelstellingen.
“Dat klinkt dermate vaag dat je er alles mee kan financieren”, zegt Gevaert. Een verhoging van het remgeld kwam aanvankelijk uit de artsenhoek, terwijl die voor Vandenbroucke en de ziekenfondsen enkele maanden geleden nog onbespreekbaar was. “Maak transparant waar dit geld naartoe gaat en wie dit heeft beslist.”
Gevaert vraagt zich bovendien af of nog van een besparing kan worden gesproken wanneer tegenover de hogere inkomsten meteen nieuwe uitgaven staan. “Die 150 miljoen is al besteed”, zegt hij. “Dat is opnieuw een uitholling van het overlegsysteem, want over die 150 miljoen hebben we niets te zeggen.”
“Niet elke euro remgeld is asociaal”
Een hoger remgeld hoeft voor Gevaert niet automatisch asociaal te zijn. Hij verwijst naar fiscaal expert Michel Maus, die in De Afspraak vertelde dat hij op een zondag met een spierscheur naar een huisartsenwachtpost trok. Hij betaalde slechts 6 euro remgeld. “Is het asociaal om van mensen die het kunnen betalen 10 of 15 euro remgeld te vragen?”
Gevaert vindt dat patiënten die voldoende middelen hebben een groter deel van de kost kunnen dragen. “We moeten af van de reflex dat elke bedenking bij de besteding van socialezekerheidsgeld meteen als asociaal wordt afgedaan.” Hij draait de redenering om: “Het is juist asociaal om niet na te denken over hoe je het systeem betaalbaar kunt houden, zodat het ook nog bestaat voor onze kinderen en kleinkinderen.”
“Geert Noels heeft zeker een punt”
Econoom Geert Noels noemde de sterke stijging van het aantal langdurig zieken onlangs “de grootste sociale fraude ooit”. Gevaert neemt die kwalificatie niet over. “Hij heeft zeker een punt. Ik ga me niet uitspreken over aantallen, maar dat het er veel zijn, is onmiskenbaar een feit.”
Hij wijst naar de buurlanden. “Het is niet zo dat we op een eiland leven.” Ook de controle verdient aandacht. “Ik denk dat ziekenfondsartsen in een moeilijke situatie zitten, maar ik ben voorstander van een neutrale controle-instantie. De schijn van belangenverstrengeling is een probleem.”
Ook de automatische toekenning van de verhoogde tegemoetkoming mag opnieuw bekeken worden. Op het congres van de Medische Wereld werd geopperd om het statuut voortaan zelf aan te vragen. “Er zijn voorbeelden genoeg van toekenningen van het statuut die niet kloppen.”
“Vandenbroucke doet aan steekvlampolitiek”
Minister Vandenbroucke wil intussen de ziekenfondsen hervormen en belangenvermenging aanpakken. Gevaert wacht af wat daarvan overblijft. “Vandenbroucke is een meester in de steekvlampolitiek. Na een incident volgen snel politieke voorstellen, maar ik betwijfel of die tot structurele veranderingen leiden.”
Vooral de nauwe banden tussen ziekenfondsen en politieke partijen storen hem. Ook bij de totstandkoming van de Kaderwet zag hij die verstrengeling: passages uit een nota van Solidaris waren in de wet terug te vinden. De harde taal van Vandenbroucke overtuigt hem daarom niet.
“Tijdens de hoorzitting in de Kamer heb ik weinig mea culpa van de ziekenfondsen gehoord.” Gevaert wil de mutualiteiten hervormen. “De verzuiling en politieke verstrengeling moeten weg. In het regeerakkoord staat bovendien dat de ziekenfondsen zich van politieke communicatie moeten onthouden, maar in de praktijk doen ze niet anders.”
“We moeten aan één zeel trekken”
Gevaert vindt dat ook de artsenorganisaties sterker moeten samenwerken. Zijn voorkeur gaat uit naar één krachtige artsenvereniging. “Ik heb altijd gezegd: we moeten aan één zeel trekken, anders zijn we gezien.” Kartel en BVAS vonden elkaar geregeld in belangrijke dossiers, waaronder de Kaderwet.
Over ViaCaro, het vroegere AADM, is Gevaert veel minder positief. De organisatie stelde zich bij haar hervorming ook open voor andere zorgberoepen. “Ze slagen er nu al niet in om huisartsen en specialisten te verdedigen en nu gaan ze de organisatie nog veel breder maken.”
“ViaCaro hindert de artsensyndicaten”
“Ik zie AADM als een koekoeksjong, een verlengstuk van het beleid van Vandenbroucke, de mutualiteiten en de ziekenhuisbeheerders”, zegt hij. “Ze verhindert de echte syndicaten om hun werk te doen.”
Tijdens het conflict over de Kaderwet zag Gevaert daar de gevolgen van. Vandenbroucke kon in de media verwijzen naar huisartsen die zijn plannen wel steunden. Zo ontstond het beeld van artsenorganisaties die vooral onder elkaar verdeeld waren.
Voor Gevaert moet de opdracht van een artsensyndicaat helder blijven. “Je moet huisartsen en specialisten verdedigen, Nederlandstalig en Franstalig.” Een organisatie die zich steeds breder opstelt, dreigt die opdracht uit het oog te verliezen.
“Volg je buikgevoel en blijf onafhankelijk”
In september geeft Gevaert het voorzitterschap van het Kartel door aan Lieselot Brepoels. Vanaf november wordt hij diensthoofd in zijn ziekenhuis. Helemaal uit het artsensyndicalisme verdwijnt hij niet.
Normaal neemt Gevaert opnieuw het voorzitterschap van de specialistenvleugel van het ASGB op, de functie die Brepoels nu bekleedt. Zelf wil hij wat meer in de luwte gaan staan. Voor zijn opvolgster heeft hij een eenvoudige raad: “Volg je instinct. Je buikgevoel is heel belangrijk.”
Daar hoort ook onafhankelijkheid bij. “Blijf correct, blijf jezelf en vooral: blijf onafhankelijk.” Dat geldt tegenover alle spelers in de gezondheidszorg. “Politiek onafhankelijk, onafhankelijk van ziekenhuizen en onafhankelijk van ziekenfondsen.”








