Teleconsultaties: een budget van 45 miljoen en een hybride model in beraad voor 2026

Consultaties op afstand (officieel aangeduid als “niet-fysieke medische contacten” in de overeenkomst tussen artsen en ziekenfondsen) zullen in 2026 goed worden gefinancierd. Volgens Lawrence Cuvelier, voorzitter van de GBO, zal het voorziene budget ongeveer 45 miljoen euro bedragen, een bedrag dat bedoeld is om deze praktijken te bestendigen en tegelijkertijd de commerciële misstanden van de afgelopen jaren te voorkomen.

De discussies waren begin vorige week gespannen. Maandag leek de financiering van consultaties op afstand onhaalbaar bij gebrek aan onmiddellijk beschikbare begrotingsruimte, tenzij er een beroep zou worden gedaan op de indexering. Een uiteraard delicate optie die werd afgewezen. “Maandag dachten we dat het voorbij was”, vat Lawrence Cuvelier samen.

De situatie veranderde echter toen het RIZIV woensdag met een concreet voorstel terugkeerde aan de onderhandelingstafel. “Ze hebben hard gewerkt, er was echt een ommekeer, we hebben in de la's gezocht”, benadrukt de voorzitter van de GBO, die Michaël Daubie bedankt voor zijn rol in deze terugkeer met een operationele oplossing.

In tegenstelling tot de eerste schattingen die in informele gesprekken naar voren kwamen, die rond de 20 miljoen euro lagen, is het uiteindelijk beoogde budget aanzienlijk hoger. “Inclusief de consulten – waarvan het aantal sterk is toegenomen sinds de afschaffing van het klassieke telefonisch consult – gaan we uit van een basisbedrag van 45 miljoen euro voor 2025”, aldus de voorzitter van de GBO. Dit budget moet de continuïteit van niet-fysieke medische contacten waarborgen, op voorwaarde dat het gebruik ervan in overeenstemming blijft met het oorspronkelijke doel.

Naar een gemengde financiering: forfaitair bedrag + prestatie
Voor de GBO is de centrale vraag niet alleen budgettair, maar ook structureel. De financieringswijze is nog onderwerp van discussie, maar Lawrence Cuvelier pleit voor een hybride model, waarbij een forfaitair deel wordt gecombineerd met een deel per prestatie. Een uitsluitend forfaitaire financiering zou volgens hem problematisch zijn, omdat “we nooit de werkelijke behoefte zullen kunnen inschatten”.

Omgekeerd zou een te sterk op handelingen gebaseerde vergoeding het risico met zich meebrengen dat er om financiële redenen steeds meer consulten worden afgelegd. “Het gedeelte ‘prestatie’ moet beperkt blijven, zodat degene die steeds meer consulten aflegt, niet voldoende voordeel heeft om zich in een commercieel avontuur te storten”, legt hij uit.

Het doel van de GBO is om deze consulten op afstand te handhaven als voortzetting van de bestaande therapeutische relatie. Lawrence Cuvelier benadrukt de noodzaak om er “een voortzetting van de relatie met een patiënt” van te maken, idealiter met de behandelende arts of de groep waartoe hij behoort, en niet een dienst die losstaat van de medische follow-up.

Telefoon in plaats van video
Wat de technische modaliteiten betreft, is het standpunt van de vakbond GBO duidelijk. De telefoon blijft de voorkeur genieten boven videoconsultatie. “Videoconsultatie is veel duurder, kost te veel energie en is eerlijk gezegd niet nodig”, stelt Lawrence Cuvelier, die eraan herinnert dat de uitzonderlijke omstandigheden van de coronaperiode nu achter ons liggen.

Voor de GBO is het behoud van een eenvoudig en evenredig systeem een essentiële voorwaarde voor de duurzame integratie van niet-fysieke medische contacten in de dagelijkse praktijk.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.