Langdurig arbeidsongeschikte werknemers hervatten steeds vaker het werk in een deeltijds of aangepast kader. Nieuwe cijfers uit de Terug Naar Werk-barometer van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering tonen aan dat bijna één op de zes loontrekkenden in invaliditeit een toelating heeft om opnieuw in zo’n regime te werken.
Eind 2024 ging het om 16,9 procent van de langdurig zieken, tegenover 12,9 procent eind 2019. In absolute cijfers nam het aantal werknemers met een toegelaten werkhervatting in vijf jaar tijd toe met ruim 60 procent, van iets meer dan 54.000 naar bijna 87.000, mede doordat het totale aantal langdurig zieken in die periode sterk toenam. Tegelijk groeide het aantal personen met een toegelaten werkhervatting bijna drie keer sneller dan het totale aantal langdurig zieke loontrekkenden.
Het systeem laat toe arbeid en uitkering te combineren onder medische opvolging. Wie minder dan een vijfde werkt, behoudt de volledige invaliditeitsuitkering; bij meer werkuren wordt de uitkering proportioneel verminderd. Volgens het RIZIV vormt progressieve werkhervatting een belangrijk instrument binnen de re-integratie van langdurig zieken.
Dat blijkt ook uit de uitstroomcijfers. Ongeveer de helft van de mensen die hun deeltijdse werkhervatting stopzetten, keert nadien opnieuw voltijds terug naar werk. In zowat 40 procent van de gevallen volgt echter een terugkeer naar volledige arbeidsongeschiktheid. Kleinere groepen belanden in werkloosheid, pensioen of verliezen het recht op uitkering.
De grootste stijging van toegelaten werkhervattingen wordt gezien bij oudere werknemers, vooral bij 55-plussers, en in Vlaanderen. Er zijn duidelijke verschillen naargelang de diagnose. Meer dan 27 procent van de werknemers in invaliditeit na kanker combineert werk met een uitkering, terwijl dat aandeel bij psychische aandoeningen beduidend lager ligt.
“Na een lange afwezigheid is een onmiddellijke voltijdse terugkeer vaak te zwaar,” zegt Lode Godderis, professor arbeidsgeneeskunde aan de KU Leuven en CEO van IDEWE. “Gedeeltelijk hervatten kan een zinvolle tussenstap zijn, op voorwaarde dat patiënten actief begeleid blijven richting een volledige terugkeer. Daarbij speelt ook de werkgever een cruciale rol, vooral bij aandoeningen die minder makkelijk objectiveerbaar zijn, zoals psychische problemen.”
De re-integratie van langdurig zieken is een prioriteit van de federale regering-De Wever. Tegen 2030 wil zij 100.000 langdurig zieken opnieuw aan het werk krijgen. Eind 2024 zaten meer dan 514.000 loontrekkenden langer dan een jaar ziek thuis, goed voor ruim 9,5 miljard euro aan uitkeringen. De cijfers hebben enkel betrekking op werknemers, niet op zelfstandigen of ambtenaren.
Lees ook :
> Vanaf 2026 wordt Mult-eMediatt verplicht voor bepaalde arbeidsongeschiktheidsattesten
> Kamer zet licht op groen voor nieuwe terug-naar-werkmaatregelen









Laatste reacties
Dirk DHOLLANDER
22 december 2025Er zijn nu ook reeds werknemers gesignaleerd die artsen ziekteattest vragen (afdwingen) om dan vanuit ziekte (en invaliditeit na 12 maand) deeltijds te kunnen gaan werken. Zo ver kan het gaan. Dit deeltijds werken met ziekteuitkering is immers het meest voordelige (€) statuut mogelijk in heel wat situaties. Vanaf 45 en zeker vanaf 50 jaar hebben de meeste mensen wel al wat gezondheidsproblemen die als aanknopingspunt kunnen dienen. Dus akkoord met prof Godderis, dat deeltijds werken met ziektestatuut in principe, dwz in de meeste gevallen, een tussenstap moet zijn op een pad naar voltijds terugkeren op de werkvloer, zoniet dreigt het "middel" het "doel" te worden met de daaraan verbonden kost voor de maatschappij.