Zorgverleners die ernstige fraude plegen zullen in de toekomst hun Riziv-nummer tijdelijk kunnen verliezen. Dat staat in een wetsontwerp van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) waarvan de bespreking in het parlement startte. De schorsing kan enkel worden uitgesproken door een administratief rechtscollege en is uitdrukkelijk niet gericht tegen zorgverstrekkers die zich te goeder trouw hebben vergist en die bereid zijn die vergissing recht te zetten.
De bevoegde Kamercommissie buigt zich over twee Kaderwetten waarover al bijzonder veel inkt is gevloeid. De eerste versie van de ontwerpteksten leidde in juli vorig jaar zelfs tot een artsenstaking, maar ook binnen de meerderheid zaten niet alle partijen op dezelfde golflengte. Uiteindelijk stemde arizona binnen het Zomerakkoord de violen over de hervormingen.
"Zorgverstrekkers mee aan tafel"
Een van de maatregelen die tot ongerustheid leidden, was de mogelijkheid om het Riziv-nummer tijdelijk te schorsen van een zorgverstrekker die zware inbreuken plegen. Het gaat bijvoorbeeld om een arts die consequent prestaties aanrekent die hij niet uitvoert of een te hoge code aanrekent. De sanctie geldt als alternatief voor een geldboete en er moet sprake zijn van betwiste verstrekkingen ter waarde van minstens 35.000 euro.
Het is niet de leidende ambtenaar of de minister die tot een schorsing kan overgaan, benadrukte Vandenbroucke. De sanctie moet worden uitgesproken door een administratief rechtscollege met een magistraat als voorzitter en dat bovendien paritair is samengesteld. De zorgverstrekkers zitten mee aan tafel, aldus de minister. Hij hamerde erop dat de maatregel niet gericht is tegen zorgverstrekkers die zich te goeder trouw vergissen en die fout willen rechtzetten. "Elke euro die verloren gaat door fraude, kan niet meer dienen voor de bescherming van de patiënt of voor de verstrekker die de regels correct toepast", luidde het.
Supplementen: over naar 31 juli
Een andere omstreden ingreep sloeg op de plafonnering van de ereloonsupplementen. Oorspronkelijk was voorzien dat er vanaf 1 januari 2028 een vast maximumplafond zou komen van 125 procent in het ziekenhuis en 25 procent daarbuiten. Die percentages zijn verdwenen uit de huidige tekst.
Nu is het de bedoeling dat de commissies waarin ziekenfondsen en zorgverleners zetelen, ten laatste op 31 juli 2027 met een voorstel moeten komen. Dat kan gaan over een algemeen plafond of een meer verfijnd model. Indien er geen akkoord wordt gevonden, zal de regering zelf met een plafond komen. De beperking wordt begin 2028 van kracht.
Volgens de minister zal het overgrote deel van de zorgverleners geen negatieve impact ondervinden. Zij rekenen immers geen supplementen aan of doen dat "binnen heel redelijke grenzen", aldus Vandenbroucke. De bedoeling is volgens hem buitensporige supplementen aanpakken, om ervoor te zorgen dat de toegankelijkheid van de gezondheidszorg gegarandeerd blijft.
Opdrachtbrief, conventioneringsmodel
De Kaderwetten gaan nog een pak breder dan beide bepalingen. Zo wordt het tijdspad bijgeschaafd voor de opmaak van de gezondheidszorgbegroting. Voortaan moet de minister ten laatste op 20 juli een opdrachtbrief overmaken met daarin duidelijke prioriteiten voor het komende begrotingsjaar - "een kader, geen keurslijf", zegt Vandenbroucke. Het blijft de opdracht van het Verzekeringscomité van het Riziv om tegen de eerste maandag van oktober een begrotingsdoelstelling op te maken. Het is ook de bedoeling sneller in te grijpen wanneer de budgetten op een "beduidende, niet gerechtvaardigde manier" worden overschreden.
De teksten moeten een modernisering doorvoeren van het conventioneringsmodel. Het is de bedoeling die conventionering aantrekkelijker te maken. Het betekent tariefzekerheid voor de patiënten en brengt een billijke, voorspelbare vergoeding voor de zorgverstrekker met zich mee, legde de minister uit. Gedeeltelijke conventionering blijft wel bestaan.
Een deel van de premies zal in de toekomst uitsluitend gericht zijn op wie geconventioneerd is. Het gaat niet om tegemoetkomingen die gericht zijn op de kwaliteit. Wel wordt volgens Vandenbroucke meer flexibiliteit mogelijk binnen het conventioneringsmodel. Zo wordt het mogelijk tijdelijk te werken met richttarieven. Na akkoord tussen zorgverstrekkers en ziekenfondsen zou het mogelijk zijn tijdelijk hogere tarieven aan te rekenen. Die worden ook opgenomen in de maximumfactuur, dus kwetsbare patiënten zouden dat niet mogen voelen. Het kan ook enkel gaan om bijzondere situaties, zoals voor innovatieve vormen van zorg of wanneer het bedrag van de vergoeding voor bepaalde verstrekkingen achterhaald is.
Bezorgdheid
Verschillende parlementsleden merkten op dat er op het terrein bezorgdheid leeft over de wetteksten. Dat was niet alleen het geval bij de oppositie, maar ook binnen de meerderheid. Frieda Gijbels (N-VA) riep de minister daarom op te blijven luisteren naar de ongerustheid op het terrein, terwijl Jean-François Gatelier (Les Engagés) polste naar hoe de minister het vertrouwen wil herstellen met de actoren.
Binnen de oppositie laakte Kathleen Bury (Vlaams Belang) vooral dat de minister de tekst snel door het parlement wil jagen, zonder naar de bezwaren van het veld in het parlement te luisteren. Nathalie Eggermont (PVDA) vond dat de plafonnering van de ereloonsupplementen te ver in de tijd vooruit wordt geschoven, in het licht van de huidige prijsstijgingen. Zij vreest ook dat de conventionering voor een stuk wordt uitgehold.
Irina De Knop (Anders) herhaalde haar kritiek dat de minister zijn model doorduwt in plaats van samen te werken met de sector. "De minister vertrekt vanuit wantrouwen. Hij ziet zorgverleners niet als bondgenoten, maar als een probleem dat hij moet aanpakken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de weerstand in de sector groeit", aldus De Knop. Ze benadrukte ook dat supplementen noodzakelijk blijven. "45 procent ervan wordt gebruikt voor gebouwen, technologie en voor innovatie. Die vooruitgang komt iedereen ten goede", luidt het.
De bespreking van de tekst loopt nog even voort. Indien het dinsdagavond nog tot een stemming komt, zal het enkel artikelsgewijs zijn. Vanuit de oppositie zal immers een tweede lezing worden gevraagd.








