Terug naar werk: wat verwacht de regering voortaan van artsen?

De ministerraad heeft in tweede lezing de vierde golf van de hervorming "Terug Naar Werk" goedgekeurd. Verplichte jaarlijkse consultaties voor langdurig arbeidsongeschikten, een elektronisch attest, strengere voorschrijfregels en meer controle op het voorschrijfgedrag van artsen geven de behandelende arts een veel grotere rol in de opvolging van arbeidsongeschikte patiënten. De ziekenfondsen zijn al gestart met de eerste herevaluaties.

De vierde hervormingsgolf vormt een nieuwe stap in de strategie van minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke om het aantal langdurig zieken terug te dringen en de terugkeer naar werk te bevorderen. Volgens het kabinet moeten alle maatregelen samen tegen 2030 leiden tot ongeveer 100.000 minder langdurig arbeidsongeschikten dan oorspronkelijk geraamd. Tegen 2029 zou de hervorming 1,9 miljard euro moeten opleveren.

Centraal in het nieuwe systeem staat de behandelende arts, die een veel actievere rol krijgt bij de evaluatie van het arbeidspotentieel van zijn patiënten.

Verplicht jaarlijks gesprek

De meest opvallende maatregel bepaalt dat iedereen die langer dan één jaar arbeidsongeschikt is, minstens eenmaal per jaar op consultatie moet bij zijn behandelende arts. Tijdens dat gesprek worden niet alleen de medische toestand en het herstel besproken, maar ook de mogelijkheden tot werkhervatting.

Dat consult mondt uit in een elektronisch getuigschrift arbeidsongeschiktheid (eGAO). Daarin moeten de diagnose, de vermoedelijke duur van de arbeidsongeschiktheid – beperkt tot maximaal één jaar – en, waar mogelijk, de mogelijkheden voor aangepast werk worden vermeld.

Zonder dat jaarlijkse contactmoment en zonder verzending van het attest naar het ziekenfonds kan de erkenning van arbeidsongeschiktheid niet worden verlengd. De patiënt verliest dan zijn recht op een ziekte-uitkering.

Volgens het kabinet bestaat vandaag een merkwaardige situatie. Langdurig arbeidsongeschikten moeten hun afwezigheid verantwoorden tegenover hun werkgever, maar niet regelmatig opnieuw aantonen aan het ziekenfonds dat de medische redenen voor hun arbeidsongeschiktheid nog steeds aanwezig zijn. Het verplichte jaarlijkse attest moet daar verandering in brengen.

De regering benadrukt dat de behandelende arts vaak het best geplaatst is om in te schatten welke stappen richting herstel en eventuele werkhervatting nog mogelijk zijn. Door dat jaarlijkse contactmoment formeel te verankeren, wil ze vermijden dat patiënten jarenlang uit beeld verdwijnen zonder een nieuwe evaluatie van hun situatie.

Strengere voorschrijfregels

De hervorming beperkt ook de voorwaarden waaronder arbeidsongeschiktheid kan worden voorgeschreven. Artsen zonder bijkomende opleiding tot huisarts of specialist zullen niet langer arbeidsongeschiktheid kunnen attesteren. Huisartsen zullen dat voortaan enkel kunnen doen voor patiënten die bij hen een globaal medisch dossier (GMD) hebben, behalve in situaties van overmacht.

Voor bepaalde aandoeningen zal de behandelende arts bovendien bijkomende informatie moeten toevoegen zodra de arbeidsongeschiktheid langer dan zes weken duurt. Het kan daarbij gaan om verslagen van andere zorgverleners, zoals een psycholoog of psychiater bij mentale aandoeningen.

Ook het eerste attest in de primaire arbeidsongeschiktheid wordt beperkt tot een korte periode. Voor latere attesten blijft de eerder ingevoerde maximumduur van drie maanden gelden.

Controle op attesten en voorschrijfgedrag

De nieuwe maatregelen bouwen voort op de derde hervormingsgolf, die sinds 1 januari 2026 van kracht is. Die hervorming maakte het gebruik van een elektronisch attest verplicht bij de aanvraag van een ziekte-uitkering. Daarnaast voorziet ze in een databank die het voorschrijfgedrag van artsen moet monitoren. 

Via datamining zullen afwijkende patronen kunnen worden opgespoord. Eventuele sancties kunnen volgen via de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle (DGEC) van het RIZIV. Ook werd een meldpunt opgericht voor frauduleuze attesten.

In het persdossier verwijst het kabinet expliciet naar de "ongelijke kwaliteit van medische attesten" en een volgens de regering onvoldoende opvolging die te weinig gericht is op een terugkeer naar werk.

218.000 bijkomende herevaluaties

Een tweede belangrijke pijler van de hervorming betreft de ziekenfondsen en de adviserend artsen. Elk jaar zullen de nieuwe attesten automatisch worden geanalyseerd om te bepalen welke dossiers een bijkomende evaluatie vereisen. Patiënten met een zware pathologie kunnen automatisch een verlenging krijgen. Andere dossiers worden eerst op basis van hun dossier beoordeeld en vervolgens, indien nodig, uitgenodigd voor een gesprek met een adviserend arts.

Volgens de regering moet die aanpak toelaten de beschikbare capaciteit beter in te zetten en de controles te richten op dossiers waarbij een terugkeer naar werk nog mogelijk lijkt. Een arbeidsongeschiktheid kan bovendien enkel worden beëindigd na een fysiek contact met de adviserend arts.

Het uitgangspunt wordt dat niemand langer dan één jaar arbeidsongeschikt kan blijven zonder een nieuw attest van de behandelende arts. Daarnaast moet elke langdurig arbeidsongeschikte minstens eenmaal om de vier jaar fysiek worden gezien door een adviserend arts of een lid van het multidisciplinair team van het ziekenfonds.

Om die opdracht mogelijk te maken, zullen de ziekenfondsen tegen 2030 218.000 bijkomende langdurig zieken uitnodigen voor een herevaluatie. De ziekenfondsen hebben al aangekondigd dat zij niet wachten op de publicatie van de wet en onmiddellijk met deze evaluaties zullen starten.

Van invaliditeit naar arbeidspotentieel

De hervorming wil ook de manier veranderen waarop arbeidsongeschiktheid wordt benaderd. De regering wil geleidelijk afstappen van het klassieke begrip "invaliditeit" en meer focussen op het arbeidspotentieel van de patiënt. De nadruk verschuift daarbij van beperkingen naar mogelijkheden tot herstel, aangepast werk en re-integratie.

Wat verandert voor artsen?

GMD verplicht Huisartsen kunnen arbeidsongeschiktheid enkel nog voorschrijven voor patiënten met een GMD, behalve bij overmacht.

Jaarlijks eGAO Patiënten die langer dan één jaar arbeidsongeschikt zijn, moeten jaarlijks een nieuw eGAO krijgen.

Aangepast werk documenteren Het eGAO moet, waar mogelijk, ook de mogelijkheden voor aangepast werk vermelden.

Bijkomende informatie Bij bepaalde aandoeningen en een arbeidsongeschiktheid van meer dan zes weken kunnen verslagen van andere zorgverleners vereist zijn.

Controle op voorschrijfgedrag Het RIZIV krijgt via een databank meer mogelijkheden om afwijkend voorschrijfgedrag op te sporen.

Volgens Frank Vandenbroucke hebben adviserend artsen, arbeidsartsen en behandelende artsen de voorbije maanden al een gemeenschappelijke visie uitgewerkt op de opvolging van arbeidsongeschikte patiënten. Zij willen dit nieuwe model geleidelijk invoeren nog vóór de wet officieel wordt gepubliceerd.

Lees ook: 

> Hoe lang mag een patiënt thuisblijven? Nieuwe fiches geven artsen houvast

> Worden artsen straks afgerekend op de nieuwe fiches voor ziekteverlof?

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.

Laatste reacties

  • Gui Clerinx

    18 juni 2026

    Ik vrees dat dit systeem voor veel situaties gaat zorgen waar de huisarts patiënt relatie in een gespannen situatie ontaard met een ja nee spel .Het blijft immers in heel veel situaties (ruglast / psychisch / …) heel moeilijk objectief in te schatten wat de patiënt nog kan en wat niet . Dit zal in die situaties leidenntot een heel gespannen arts patiënt relatie . Ik blijf daarom
    Pleiten voor een onafhankelijke dienst de werkmogelijkheden inschat evalueert en beslist . Trouwens wat met de patiënt die na een korte tijd werkhervatting op raadpleging komt om te zeggen dat hij het werk niet aankan … hoe hier mee omgaan ?? Veel vragen … veel onduidelijkheden … veel onzekerheden … moeten de huisartsen de boemannen , de scheidsrechters van de werkonbekwaamheid versus bekwaamheid worden ? Graag objectieve bevraging naar de huisartsen in deze materie . Ik ben benieuwd .
    Gui Clerinx , sinds een jaar gepensioneerd huisarts 75 jaar