Raadpleging naar 33,73 euro en huisbezoek naar 48,57 euro vanaf 1 januari 2026

Vanaf 1 januari 2026 stijgen de honoraria als gevolg van het nieuwe akkoord artsen-ziekenfondsen. Voor een raadpleging mag een geaccrediteerde huisarts dan 33,73 euro aanrekenen en voor een huisbezoek 48,57 euro. Beide tarieven zijn het resultaat van een volledige indexering van 2,72%. Ook het globaal medisch dossier wordt geïndexeerd en komt vanaf januari uit op 38,82 euro. Hieronder een overzicht van wat er verder nog verandert voor huisartsen.

In 2025 bedraagt het honorarium voor een raadpleging 32,84 euro en voor een huisbezoek 47,28 euro, terwijl het globaal medisch dossier wordt vergoed aan 37,79 euro. Vanaf 1 januari 2026 worden die bedragen, binnen de tarieven van het akkoord, opgetrokken naar respectievelijk 33,73 euro, 48,57 euro en 38,82 euro. De verhoging geldt voor geaccrediteerde huisartsen. Voor niet-geaccrediteerde huisartsen wordt de raadpleging niet geïndexeerd en daalt het honorarium per consultatie met 1,50 euro.

Naast de indexering van prestaties voorziet het akkoord ook extra ondersteuning voor huisartsenpraktijken. In de tekst wordt daarvoor een budget van 21,072 miljoen euro voorzien dat in 2026 pro rata het aantal GMD’s wordt toegekend via de praktijkpremie. Concreet komt dit neer op ongeveer 2,5 euro extra per GMD als jaarlijkse ondersteuning. Het gaat niet om een apart honorarium dat per consult ingaat op 1 januari, maar om een ondersteuning die via de praktijkpremie wordt toegekend voor het betrokken kalenderjaar.

Voor niet-geaccrediteerde artsen bevat het akkoord, zoals gezegd, twee relevante ingrepen op het niveau van de raadplegingen. Ten eerste is er de niet-indexering van de raadplegingen van niet-geaccrediteerde artsen, die volgens het financieel kader een massa van 4,894 miljoen euro vrijmaakt binnen de rubriek raadplegingen en bezoeken. Ten tweede worden die raadplegingen nog verminderd met een bijkomende 1,50 euro, boven op een eerdere vermindering van 1,50 euro die al beslist was in het kader van bijkomende inspanningen uit het regeerakkoord. Samen betekent dat dus een extra daling van 3 euro per raadpleging voor niet-geaccrediteerde artsen, bovenop het feit dat er geen indexering wordt toegepast.

Belangrijk is ook waar de middelen naartoe gaan die via deze ingrepen worden vrijgemaakt. In de bijlage bij het akkoord wordt expliciet opgenomen dat er 7,710 miljoen euro wordt vrijgemaakt voor de versterking van de ondersteuning van huisartsenpraktijken, met toepassing vanaf 1 januari 2026. De tabellen tonen daarnaast dat zowel de niet-indexering (4,894 miljoen euro) als de bijkomende vermindering (8,468 miljoen euro) bij de raadplegingen van niet-geaccrediteerde artsen mee deel uitmaken van de vrijgemaakte middelen.

1733 en triage bij niet-geplande zorg
Het akkoord koppelt de versterking van de eerste lijn ook aan een betere organisatie van niet-geplande zorg. Een belangrijk deel van de consultaties op spoed en op wachtposten kan in de reguliere eerstelijnszorg worden opgevangen, staat er in de tekst. Optimalisering van de wachtposten en de telefonische triage via 1733 moet de overbelasting tegengaan. De problemen met 1733 worden expliciet erkend, met de afspraak dat alle pistes worden bekeken om de verdere uitrol van een performant 1733-systeem mogelijk te maken, inclusief duidelijkheid over de medisch-legale verantwoordelijkheid bij telefonische triage.

Als de uitrol van 1733 naar alle wachtposten onvoldoende blijkt, opent het akkoord ook de mogelijkheid om na 2026 te bekijken of wachtposten zelf kunnen instaan voor de uitwerking van een bindende triage, ondersteund door een aangepast financieringsmodel op basis van gevalideerde protocollen.

Wachtposten: hervorming richting 2029
Voor de huisartsenwachtposten houdt het akkoord vast aan continuïteit in 2026. De financiering blijft dat jaar behouden op dezelfde manier als in de voorgaande jaren, terwijl de evaluatie verder loopt. Tegelijk wordt meer flexibiliteit voorzien doordat vaste operationele kosten werden samengebracht, wat budgetverschuivingen tussen subrubrieken mogelijk maakt.

Er is ook sprake van een tijdelijke ingreep in de budgetten. Niet-bestede bedragen in het budget voor weekendwacht (3 miljoen euro) en weekwacht (5 miljoen euro) worden in het kader van besparingen voor 2026 uit het budget gehaald, met de afspraak dat ze vanaf 2027 opnieuw beschikbaar zijn.

Tegelijk wordt gewerkt aan een herziening van de koninklijke besluiten over de erkenning en financiering van de huisartsenwachtposten, die gefaseerd moet ingaan tegen 1 januari 2029 en inzet op betere samenwerking met spoeddiensten en een correct gebruik van niet-geplande zorg.

> De definitieve versie van het akkoord artsen-ziekenfondsen 2026-2027

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.