Ruim 85 procent van de Belgische dokters treedt toe tot het eind vorig jaar beklonken nationaal akkoord artsen-ziekenfondsen 2026-2027. Zij passen dus de geconventioneerde tarieven toe, zo meldt het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) vrijdag.
Het cijfer is vergelijkbaar met de afgelopen jaren, aldus het RIZIV. Het gaat om 85,72 procent. Bij het vorige 'medicomut'-akkoord was eveneens meer dan 85 procent van de artsen toegetreden tot het akkoord.
"Het 'Nationaal akkoord' legt heel wat cruciale afspraken vast tussen de artsen en de ziekenfondsen en bepaalt onder andere de tarieven die toegetreden artsen mogen aanrekenen", aldus het RIZIV. "Het biedt daarmee zekerheid voor de patiënt en geeft stabiliteit aan het zorgsysteem."
Artsen hadden tot 12 maart tijd om aan te geven of ze zich conventioneren of deconventioneren. Wie de conventie volgt, rekent de tarieven aan die artsen en ziekenfondsen overeenkwamen. Een gedeconventioneerde arts kan supplementen aanrekenen.
Het RIZIV gaf donderdag al de eerste resultaten voor de tandartsen vrij: 60,48 procent heeft zich aangesloten bij het nationaal akkoord tandheelkundigen-ziekenfondsen 2026-2027. Het vorige akkoord was in 2024 nog verworpen omdat minder dan zes op de tien tandartsen toetraden. Zo waren ze niet verplicht om de overeengekomen tarieven toe te passen.
Voorts volgt 84 procent van de logopedisten hun nieuwe overeenkomst. Bij de vroedvrouwen is dat 88,91 procent.
Meer specifieke toetredingscijfers en cijfers voor verpleegkundigen volgen later nog via het RIZIV. Maar minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) benadrukt in een reactie dat de conventiegraad bij de tandartsen is toegenomen tot iets meer dan 60 procent, en met name dat dubbel zoveel orthodontisten (bijna 43 procent) de tarieven zullen respecteren. Ook volgt ruim 92 procent van de huisartsen het akkoord en bij de artsen-specialisten is dat 81 procent.
Dat de "overgrote meerderheid" van artsen, tandartsen, logopedisten, vroedvrouwen... de afgesproken tarieven volgt, betekent betaalbare zorg en is dus "goed nieuws voor de patiënt", aldus minister Vandenbroucke. De akkoorden zorgen voor een correct inkomen voor zorgverstrekkers enerzijds en voor tariefzekerheid en betaalbaarheid voor de patiënt anderzijds, klinkt het.
"Dit is een belangrijk en positief resultaat, maar we zien toch een aantal probleempunten", besluit hij. "In een aantal disciplines (dermatologen, oogartsen... ) zijn er te weinig artsen die de tarieven respecteren, en we merken ook dat het in sommige arrondissementen veel makkelijker is een geconventioneerde zorgverlener te vinden dan in andere."
Vandenbroucke wil zorgverleners die de tarieven volgen meer belonen en het minder aantrekkelijk maken om dat niet te doen. Zijn geplande hervorming van het conventiemodel wordt binnenkort besproken in het parlement, klinkt het. De artsenverenigingen uitten in het verleden kritiek op de plannen.








