Operatie Brussel: Gilbert Bejjani steunt opstand Franse artsen

Begin januari begonnen Franse artsen een staking van ongekende omvang. De beweging doet nu Brussel aan in het kader van ‘Operatie Brussel’. Gilbert Bejjani, Bvas-voorzitter Brussel, steunt deze mobilisatie, die hij ziet als een symptoom van een bredere crisis in de Europese gezondheidszorg. Een crisis die zich rond drie breuklijnen afspeelt: het verbreken van de dialoog, financiële verstikking en de opeenstapeling van beperkingen.

Op initiatief van Le Bloc, de belangrijkste vakbond van specialisten in de operatiekamer (chirurgen, anesthesisten, verloskundigen), die werd gesteund door alle representatieve syndicaten van de Franse vakbondsfederatie, begonnen Franse artsen een protestactie die tot 14 januari zou duren.

Vertrouwen geschonden: einde van het paritaire systeem?

Aan de basis van de Franse woede ligt de wet op de financiering van de sociale zekerheid (LFSS), die door de vakbonden wordt gezien als een schijnvertoning van overleg. “Het is een beetje het equivalent van onze artsenakkoorden”, legt Gilbert Bejjani uit. "Het grootste probleem voor hen is het verlies van vertrouwen en overleg. Bij onenigheid kan de directeur van de nationale ziektekostenverzekering de wet opleggen en afkondigen zonder hun goedkeuring. Een beetje zoals bij ons, waar bij onenigheid over de conventie de minister het laatste woord heeft. “

Deze verticale governance wordt des te slechter ervaren omdat ze van toepassing is op een systeem dat regelmatig als voorbeeld wordt aangehaald, ook in België. ”De Franse nomenclatuur wordt vaak als model aangehaald. Maar die is uiterst onrechtvaardig, zit vol met nutteloze codes en de waardering van bepaalde handelingen is sinds 2005 niet meer herzien", merkt de voorzitter van Bvas-Brussel op. Het gevoel van onteigening wordt versterkt door een sanctiekader dat als steeds afschrikkender wordt beschouwd. “Artsen kunnen sancties krijgen die oplopen tot 25.000 euro. We hebben de indruk dat de wetgever niet langer de nodige ruimte biedt voor dialoog om de realiteit in het veld te begrijpen en te begeleiden.”

Financiering onder druk: kwetsbare sectoren en gedevalueerde prestaties

“Zonder indexering en met tarieven die sinds 2005 niet meer zijn herzien, hebben bepaalde prestaties tot 30% van hun waarde verloren, rekening houdend met de inflatie”, legt Gilbert Bejjani uit. Deze onderwaardering treft alle artsen, maar vooral de specialismen in de operatiekamer. “Het gaat om risicovolle, zeer technische en niet-herhaalbare diensten. In tegenstelling tot andere sectoren kan een onderwaardering niet worden gecompenseerd door volume.”

Daarentegen beschikt de intellectuele of technische ambulante zorg over grotere aanpassingsmarges, soms ten koste van een intensivering van de activiteit. “De operatiekamer heeft die flexibiliteit niet.” Deze structurele onevenwichtigheid verklaart waarom de mobilisatie in de eerste plaats afkomstig is van chirurgen, anesthesisten en verloskundigen, van wie de activiteit bepalend is voor hoe ziekenhuizen functioneren.

Het Franse systeem is gebaseerd op drie sectoren: sector 1, die onder een conventie valt, past de vastgestelde tarieven toe; sector 2 staat gecontroleerde overschrijdingen toe; sector 3, een marginale sector, valt buiten het vergoedingssysteem. Vandaag staat dit hele evenwicht op losse schroeven.

In deze context is de Franse regering van plan om de overschrijdingen in sector 2 strenger te beperken en sector 3 economisch onwerkbaar te maken. “Het plafond zou worden vastgesteld op 100% in plaats van 150% voor sector 2. En sector 3, die slechts ongeveer 1% van de artsen vertegenwoordigt, zou zodanige beperkingen krijgen opgelegd dat deze sector niet meer functioneert”, legt de anesthesist uit. “Zelfs de voorschriften van deze artsen zouden niet meer worden vergoed.”

Toenemende beperkingen en therapeutische vrijheid

Naast de financiële kwestie zorgt ook de toename van administratieve beperkingen voor spanningen. Verplichte preventieve trajecten, meer forfaitaire vergoedingen, verplicht gebruik van het gedeelde medisch dossier: al deze maatregelen worden ervaren als een verlies aan autonomie. "Artsen zien hun vrijheid om voor te schrijven aan banden gelegd en gecontroleerd worden, met name wat betreft arbeidsongeschiktheid. Dat is een debat dat we ook in België kennen: begeleiding kan legitiem zijn, maar mag niet repressief worden."

Waarschuwing voor België

Het debat over extra honoraria neemt in beide landen een centrale plaats in, maar de syndicaten menen dat de omvang van het probleem de kwestie relativeert. “In Frankrijk bedragen de overschrijdingen ongeveer 4,5 miljard euro op een gezondheidsbudget van meer dan 330 miljard. Dat is marginaal”, onderstreept Gilbert Bejjani. In België worden de supplementen geraamd op bijna 2 miljard op een budget van ongeveer 47 miljard. “Er moet een kader komen, maar zonder te vervallen in een repressief systeem. De echte uitdaging is de toewijzing van middelen en de algehele samenhang van de financiering.”

Bij Bvas-Brussel is een juridische analyse uitgevoerd om de haalbaarheid te beoordelen van een “sector 3”-achtige ruimte in België, als symbolische uitlaatklep om bepaalde artsen in het systeem te houden. “Als we de supplementen op een beledigende manier beperken zonder structurele hervormingen, zullen we onnodige blokkades creëren”, waarschuwt Bejjani. “We moeten met een gezondheidsproject komen, niet alleen met plafonds of beperkingen.”

> Franse artsen komen drie dagen staken in Brussel

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.