Na de Raad van State, die het ontwerp van de Kaderwet al op meerdere punten onderuit haalde, komt nu ook de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) met inhoudelijke kritiek. De geplande publicatie van artsen en andere zorgverleners met een geschorst RIZIV-nummer blijkt juridisch wankel, onvoldoende afgebakend en potentieel schadelijk voor de betrokken zorgverleners.
In haar advies van 29 september 2025 benadrukt de GBA dat het online zichtbaar maken van een geschorst RIZIV-nummer geen neutrale administratieve handeling is. Het gaat om persoonsgegevens die rechtstreeks raken aan “de economische identiteit en de betrouwbaarheid of het gedrag van de zorgverlener”.
De gevoeligheid wordt nog groter omdat het kabinet-Vandenbroucke aan de GBA bevestigde dat de namen van geschorste artsen en zorgverleners effectief op de website van het RIZIV zullen verschijnen. De gemachtigde van de minister verklaarde dat die informatie “te vinden zou moeten zijn op de website van het RIZIV wanneer een zorgverlener opgezocht wordt”.
Dat betekent dat de bestaande zoekfunctie wordt uitgebreid met een expliciete vermelding van een schorsing. Daarnaast wordt er ook een melding zichtbaar wanneer een zorgverlener een verbod op de derdebetalersregeling opgelegd krijgt, omdat dit directe gevolgen heeft voor patiënten.
Los van de zoekfunctie voorziet het ontwerp in een geanonimiseerde publicatie van de volledige beslissingen van de administratieve rechtscolleges op de website van het RIZIV. Die beslissingen worden, zoals de GBA benadrukt, enkel in geanonimiseerde vorm gepubliceerd, wat zij een “belangrijke waarborg” noemt.
Het ontwerp creëert dus twee sporen: enerzijds een niet-geanonimiseerde vermelding in de zoekfunctie voor maatregelen met impact op patiënten, en anderzijds een geanonimiseerde openbaarmaking van de onderliggende beslissingen op de website van het RIZIV, bedoeld om transparantie te geven over de werking van de rechtscolleges zonder de zorgverlener herkenbaar te maken.
Publicatie mist wettelijke grond
Met haar vaststellingen komt de GBA uit bij dezelfde juridisch-technische bezwaren als de Raad van State. Die stelde al dat de Kaderwet op verschillende punten juridisch niet klopt, zowel grondwettelijk als Europees. De GBA komt nu tot een gelijkaardige conclusie voor dit luik van de Kaderwet: ook hier ontbreekt een duidelijke wettelijke basis, een afgebakend doel en een verantwoorde proportionaliteit.
Volgens de Europese privacywetgeving (AVG) mogen persoonsgegevens alleen publiek worden gemaakt als dat strikt noodzakelijk, proportioneel en nauwkeurig omschreven is in de wet. De GBA stelt vast dat dit in het huidige ontwerp van Vandenbroucke niet het geval is, omdat het doel van de publicatie enkel in de memorie van toelichting staat en niet in de wet zelf.
Gevaar voor reputatieschade
Daarnaast ontbreken volgens de GBA de modaliteiten: “Het is niet duidelijk hoelang de informatie beschikbaar blijft. Gebeurt de publicatie ten vroegste na het verstrijken van de beroepstermijn?” Zonder een duidelijke omschrijving van duur, publicatiemoment en verwijderplicht is de maatregel volgens de GBA onverenigbaar met de vereisten van noodzakelijkheid en voorspelbaarheid. De kans op foutieve of disproportioneel langdurige vermeldingen is reëel, met reputatieschade voor zorgverleners.
De GBA formuleert ook kritiek op de manier waarop de Kaderwet normerende bevoegdheden doorschuift naar het Verzekeringscomité. Dat is volgens de Autoriteit onverenigbaar met de vaste adviespraktijk van de Raad van State, die zulke bevoegdheden niet aan administratieve organen zonder politieke verantwoordelijkheid toelaat. Ook hier wijzen beide instellingen dus in dezelfde richting.
Te weinig garanties
Voor artsen is de conclusie duidelijk: de geplande publieke vermelding van schorsingen is geen uitgewerkte regeling maar een juridisch kwetsbaar voorstel. In deze vorm kan de maatregel moeilijk worden uitgevoerd, omdat hij te vaag omlijnd is en te weinig garanties biedt tegen disproportionele of foutieve bekendmaking.
De GBA besluit dat het ontwerp van de Kaderwet moet worden aangepast: het doel van de publicatie moet expliciet in de wettekst worden opgenomen, de modaliteiten moeten concreet en ondubbelzinnig worden vastgelegd en passages die ruimte laten voor interpretatie moeten verdwijnen.
Zolang dat niet gebeurt, blijft de geplande publicatie juridisch onzeker en moeilijk verdedigbaar. Samen met het eerdere arrest van de Raad van State wordt stilaan duidelijk dat de Kaderwet niet aan bijsturing toe is, maar aan een grondige reconstructie.
Lees ook: Kaderwet juridisch onbruikbaar: Raad van State haalt ontwerp onderuit op twee fronten









Laatste reacties
Leen Verlinden
25 november 2025Zo zijn er wel meer wetten die aan een grondige reconstructie of bijsturing toe zijn, zoals vb. het wetgevend kader rond bekwame helpers, patiëntenrechten, enzovoort. Grondigheid en zorgvuldigheid bouwt, haast breekt!