Het experimentele financieringssysteem voor huisartsen, bekend onder de naam New Deal, blijft in de praktijk weinig aanhang vinden. Dat bevestigde minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke woensdag in de Kamer, in antwoord op een parlementaire vraag.
Dit nieuwe model, dat in april 2024 van start ging, is gebaseerd op een drievoudige financieringsbasis: een vergoeding per prestatie, een gewogen forfaitair bedrag per patiënt met een vaste therapeutische relatie, en een werkingspremie voor praktijken die investeren in kwaliteit, beschikbaarheid, coördinatie en administratieve ondersteuning. Er is ook voorzien in een premie voor het beheer van de praktijk en een optionele premie voor het aanwerven van een verpleegkundige.
Momenteel nemen 147 artsen uit 50 praktijken deel aan het proefproject, verdeeld over 33 groepspraktijken en 17 solopraktijken. De tweede toetredingsronde, die op 15 juni 2025 werd georganiseerd voor toetreding op 1 oktober, leidde tot de effectieve integratie van 14 artsen uit 5 praktijken: 4 groepspraktijken en 1 solopraktijk.
De evaluatie van de regeling werd toevertrouwd aan het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). Deze evaluatie zal plaatsvinden na afloop van het proefproject, dat gepland is voor 31 maart 2027. De minister heeft aangegeven dat er momenteel gegevens worden verzameld en enquêtes worden gehouden om deze evaluatie te onderbouwen.
Het beperkte aantal aanmeldingen roept vragen op over de aantrekkelijkheid van de New Deal voor eerstelijnsartsen, die zouden moeten profiteren van een stabieler en meer gestructureerd model voor hun praktijk.








