"Moeilijk toegankelijke specialistische zorg versterkt huisartsentekort"

In Vlaanderen kampt meer dan de helft van de gemeenten met een tekort aan huisartsen, met de grootste problemen in de provincie Antwerpen en aan de kust. Limburg voelt het huisartsentekort dan weer het minst. Populatiekenmerken en de flessenhals naar specialistische zorg versterken onder meer het fenomeen, luidt het. Vinger aan de pols volgens de meest recente gegevens.

Dat overzicht maakte Het Laatste Nieuws afgelopen weekend. Hoewel er volgens Riziv-cijfers 14.433 actieve huisartsen zijn - op zich al betwistbaar -  verhullen deze globale cijfers de regionale ongelijkheid en de werkelijke zorgdruk. Gemeenten worden als ‘huisartsenarm’ beschouwd bij minder dan 10 huisartsen per 10.000 inwoners, maar deze norm (ongeveer 1 arts per 1.000 patiënten) sluit steeds minder aan bij de realiteit volgens professor huisartsengeneeskunde Dirk Devroey (VUB).  In 151 steden en gemeenten ervaren de lokale artsen een veel hogere werkdruk. Een kwart daarvan zijn Antwerpse gemeenten, terwijl maar 11 procent Limburgse gemeenten zijn. Door toenemende zorgcomplexiteit, vergrijzing en administratieve belasting bereikt een huisarts vandaag vaak al zijn limiet bij 700–800 patiënten.

Nog enkele cijfers die tot nadenken stemmen: waar in 2020 slechts 9% van de Vlamingen vond dat er te weinig huisartsen in hun buurt waren, is dat cijfer intussen gestegen tot 20% volgens de Gemeente-Stadsmonitor. In gemeenten als De Panne en Schelle ervaart zelfs de helft van de inwoners een tekort.

Moeilijk toegankelijke specialistische zorg

De zorgvraag stijgt bovendien door beperkte toegankelijkheid tot specialistische zorg (bv. psychiatrie, dermatologie), waardoor patiënten vaker terugvallen op de huisarts. Dat althans is de analyse van professor Devroey. De populatiekenmerken spelen eveneens een rol: oudere of sociaal kwetsbare populaties vergen intensievere opvolging, wat de draagkracht van praktijken verder onder druk zet. Tegelijk ontbreken nauwkeurige gegevens over voltijdse equivalenten per regio, wat een correcte inschatting bemoeilijkt.

De geografische spreiding is bijzonder ongelijk. Sommige gemeenten (zoals Linkebeek, Leuven, Baarle-Hertog, Vleteren, Holsbeek, Oud-Heverlee en Herk-de-Stad) hebben een hoge artsendichtheid, terwijl andere (Liedekerke, Bredene, Vilvoorde, Hemiksem, Stabroek, Ravels) minder dan vijf huisartsen per 10.000 inwoners tellen volgens onderzoek van de redactie van Het Laatste Nieuws. In bepaalde gemeenten zijn er zelfs minder dan vijf actieve artsen in absolute cijfers. Met als gevolg patiëntenstops, wachtlijsten en verminderde toegankelijkheid.

Een schatting van het aantal praktijken met een patiëntenstop is er niet, stipt Domus Medica aan. De ene patiëntenstop is ook de andere niet. Een harde patiëntenstop wordt in de praktijk weinig toegepast. Praktijken voeren hierrond vaak een eigen beleid, soms nemen ze bijvoorbeeld wel nog gezinsleden op van patiënten of mensen uit bepaalde straten. Een patiëntenstop mag volgens Domus Medica nooit een structurele oplossing mag worden. Het hoort echt een tijdelijke noodrem te zijn,

Plakfactor en nakende uitstroom

Specifieke regio’s, zoals de Kust, zitten in een vicieuze cirkel: een vergrijzende bevolking, pensioneringen en seizoensgebonden piekbelasting leiden tot een hoge werkdruk, wat jonge artsen afschrikt en de tekorten verder versterkt. De ‘plakfactor’ rond universiteitssteden draagt bij aan een concentratie van jonge artsen in stedelijke gebieden. Hoewel minister Demir die 'plakfactor' rond studentensteden wil doorbreken door stages bewust buiten de traditionele steden toe te kennen, tempert Devroey de verwachtingen. “Een goed plan, maar de minister zal haar toverstok moeten bovenhalen”, zegt hij in Het Laatste Nieuws. “Zonder positieve stimuli en compensaties voor de tijd die je als huisarts in een stagiair investeert, zoals in Nederland, krijgen we hen niet op de juiste plekken.”

Bovendien is een derde van de actieve huisartsen 65+, wat wijst op een nakende uitstroom.

Zij blijven in rurale gebieden toch vaak enkel werken omdat ze hun patiënten niet in de steek willen laten, aldus Devroey. Volgens de VUB-professor is het probleem niet op te lossen door artsen simpelweg te verhuizen. Je kan niet manu militari een spreidingsplan maken of een vestigingswet invoeren zoals bij de apothekers.

"Subquota zijn ‘gruwelijk’"

Beleidsmatig zijn er verschillende initiatieven. Zo wordt geïnvesteerd in digitale platformen om patiënten beter te spreiden en werd het aantal opleidingsplaatsen geneeskunde verhoogd tot 1.878 studenten per jaar, met subquota voor huisartsgeneeskunde (doel: 480 afgestudeerden/jaar). Een gruwel van een maatregel volgens professor Devroey: als iemand geen huisarts wil worden, houdt die dat niet vol, ook al krijgt hij zakken met goud van de minister.

Er is ook de investering van 1,5 miljoen euro door de stad Antwerpen, samen met het Vlaamse en federale niveau, in het platform huisartszoeker.be, dat patiënten sneller naar praktijken moet verwijzen die nog ruimte hebben.

Toch zullen deze maatregelen pas op lange termijn effect hebben en op zich onvoldoende zijn. 

Hoewel kleinschalige praktijken onder druk staan, wordt de toekomst vooral gezien in goed uitgebouwde groepspraktijken met multidiscipinair aanbod. Anderzijds blijft lokale verankering essentieel voor de toegankelijkheid en kwaliteit van de eerstelijnszorg.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.