© DR
De discussie over de opsplitsing van artsenhonoraria is opnieuw brandend actueel. Voor dr. Marc Moens, erevoorzitter van BVAS, voelt het als een déjà vu. “Dat debat is ondertussen al zowat veertig jaar aan de gang,” stelt hij. Het komt nu opnieuw op tafel in het kader van de hervorming van de nomenclatuur. Daar maakt hij zich zorgen over: “Ik vrees dat de artsensyndicaten in een valstrik van de regering zijn getrapt.”
De oorsprong van het debat gaat terug tot het einde van de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig. Binnen de medicomut richtte toenmalig voorzitter dr. Jerôme Dejardin een werkgroep op rond het “zuiver honorarium”, met als doel het artsenhonorarium op te splitsen in een intellectueel deel en een kostendeel.
Dat idee kreeg steun vanuit academische en syndicale hoek. Prof. Roger Dillemans, toen ere-rector van de KU Leuven en voorzitter van de Commissie voor de Hervorming van de Ziekteverzekering, werkte mee aan de denkoefening. Ook dr. Jean-Pierre Baeyens, toenmalig voorman van het ASGB, schaarde zich achter het principe, herinnert Moens zich.
“Zij zagen de démarche naar het ‘zuiver honorarium’ als een manier om de intellectuele prestatie van de arts op te waarderen door die prestatie af te scheiden van de vergoeding voor de technische of materiële kosten van het ziekenhuis. Mijns inziens ten onrechte.”
Binnen BVAS groeide het verzet. Moens verzette zich in de werkgroep tegen het voorstel en bleef dat ook nadien doen, tot het einde van zijn mandaat als voorzitter in 2019. De bezwaren waren fundamenteel:
“BVAS vreesde (en vreest allicht nog steeds) dat dergelijke strikte scheiding zou leiden tot een verlies aan financiële en medische autonomie voor artsen en dat ziekenhuizen te veel macht zouden krijgen over de investeringen voor de medische infrastructuur en over de innovatie in de geneeskundige zorgen. Het gaat niet over techniek, maar over autonomie.”
Daarnaast waren er praktische bezwaren. Voor de extramurale geneeskundige zorg bestond geen pasklare oplossing en ook juridisch bleef het onzeker of het “zuiver honorarium” beschermd was tegen afhoudingen. Nadien verdween de discussie jarenlang naar de achtergrond.
Terug op tafel
In 2019 kwam daar verandering in. Onder minister Maggie De Block werd binnen het RIZIV een traject opgestart om de nomenclatuur grondig te moderniseren. Die hervorming werd breed gedragen.
In dat kader werd ook de opsplitsing van honoraria opnieuw naar voren geschoven. De artsensyndicaten gingen mee in dat denkspoor, omdat de nood aan actualisering groot was.
Ook BVAS engageerde zich, maar onder voorwaarden. “Voor ons was één punt cruciaal: zowel het kostendeel als het professionele deel moeten het statuut van artsenhonorarium behouden,” zegt Moens. “De volledige honoraria zijn en blijven het wettelijke eigendom van de arts.”
Nieuwe onzekerheid
Vandaag lijkt er inhoudelijk weinig veranderd. Het “intellectueel deel” heet nu het “professioneel deel”, maar de vragen blijven dezelfde. Intussen groeit de onzekerheid. In het akkoord artsen-ziekenfondsen 2026-2027 wordt aangekondigd dat in 2026 beslissingen volgen over de waardering van beide delen, binnen het bestaande budget.
Minister Frank Vandenbroucke liet verstaan dat “zuiver” geen synoniem is voor “onaantastbaar”. “Welke garantie hebben de artsen dat het ‘zuiver’ honorarium integraal naar hen gaat en onaantastbaar is?” vraagt Moens zich af.
Ook andere elementen uit het akkoord stellen hem niet gerust. De intentie om afhoudingen te vermijden en intra- en extramurale zorg gelijk te vergoeden noemt hij moeilijk realiseerbaar en nauwelijks controleerbaar.
Valstrik van de regering
Wat het debat vandaag bijzonder maakt, is de koppeling met andere hervormingen. In het federale regeerakkoord 2025-2029 wordt de opsplitsing van honoraria verbonden met de hervorming van de nomenclatuur en de beperking van ereloonsupplementen.
Voor Moens is dat problematisch: “De vrees is gegrond dat de artsensyndicaten in een valstrik zijn getrapt die de regering voor hen heeft gespannen, waarbij de hervorming van de nomenclatuur, waar artsen vragende partij voor zijn, afhankelijk wordt gemaakt van de invoering van een systeem waarvan de gevolgen op lange termijn onzeker zijn.”
Bovendien heeft de regering duidelijk gemaakt dat zij zelf beslissingen zal nemen tegen eind 2026 als er geen akkoord komt.
Samen sterk
In die context waarschuwt Moens voor versnippering: “Dit is dus niet het moment voor elke discipline om opwaarderingen of nieuwe verstrekkingen naar voren te schuiven.” Binnen een gesloten budget is daar weinig ruimte voor en dreigt interne concurrentie.
Hij pleit voor een gezamenlijke houding. Artsen moeten zich solidair inzetten om hun rol als zorgverstrekker én medisch ondernemer te beschermen, en weerstand bieden “tegen al te inhalige niet-artsen in de zorg en tegen onwenselijke en onredelijke regeringsbeslissingen, geïnstigeerd door minister Vandenbroucke.”
Lees ook:
> Artsensyndicaten keren zich stilaan tegen opsplitsing honoraria
> Splitsing van honoraria onder vuur: “We dreigen onze positie als zelfstandige arts te verliezen”









Laatste reacties
Christophe Breusegem
05 mei 2026Ook bij opsplitsing: verlies van medezeggenschap van artsen bij investeringen / toestellen door ziekenhuisdirecties
Managers zullen beslissen (wat het goedkoopste is)
Christophe Breusegem
05 mei 2026Volledig eens met Dr Marc Moens!
Gaat inderdaad over onze ‘ autonomie ‘ als arts
Stel je voor dat onze domme politici beslissen tot een splitsing van honorarium:
Hoe zullen ambulante praktijken vergoed worden voor het onkosten gedeelte? Nada?
Zo ja , evenveel als de veel duurdere ziekenhuizen??
En het zuiver intellectueel deel van het honorarium: deze zal niét ! gespaard blijven van afdrachten
door de geldverspillende ziekenhuisdirecties voor telkens nieuwe en duurdere apparatuur…
Die opsplitsing van honoraria is een nonsens:
Een zorgakte is 1 geheel waar zowel intellect als expertise als onkosten voorkomen
Een opsplitsing draagt niet bij tot ‘bétere ‘ zorg
Het maakt het complexer en duurder / admin
Politici willen het toepassen “ in ruil voor “ inleveren door de artsen en geen supplementen meer vragen
Maw die opsplitsing: verlies voor alle artsen én verlies van onze autonomie