Op zaterdag 7 februari houdt het voormalige VBS (nu FMS) zijn jaarcongres over een thema dat de voorbije jaren de medische actualiteit volop beheerste: de honorariasupplementen. Er wordt gedebatteerd over een nieuw concept van ereloonsupplementen.
“Het komt erop aan om de controversen weg te werken. De keuze om te focussen op de supplementen ligt aan het DNA en de missie van onze federatie”, legt secretaris-generaal Donald Claeys uit. “Ons gezondheidszorgsysteem steunt op algemene solidariteit waar wij, artsen, trots op zijn maar waar ook iedereen die betrokken is bij de zorg dezelfde doelstelling nastreeft. Naast het model van algemene solidariteit en de kosten ten laste nemen bestaat sinds decennia een bijkomende bron van inkomsten, de supplementen op erelonen van de artsen. Dat onderwerp - meestal eerder met slogans dan met wiskunde omringd- willen we uit de mist halen om een aanzet te geven tot samen nadenken. Om zo aan te tonen dat overleg mogelijk is.”
Daarbij richt de FMS zich op supplementen gekoppeld aan ziekenhuisopname of dagziekenhuis want die maken het grootste deel uit van deze extra financiering van de zorg (cfr het recente IMA-rapport). “Niets is wat het lijkt’, verduidelijkt de. Claeys. “We hebben het niet over het bijkomend inkomen van de artsen." En hij verduidelijkt:
- "Een klein deel van de ereloonsupplementen gaat naar de artsen en verbetert hun inkomen.
- Een tweede al groter deel gaat (on)rechtstreeks naar een bijkomende kostenvergoeding nodig om een medische prestatie tegen kostprijs te kunnen uitvoeren.
- Het grootste deel vloeit naar solidariteit om bij te dragen aan de dagelijkse werking van de gezondheidsinstellingen om kostendekkend te werken. Daarbij worden deze bijdragen ook gebruikt om bijkomende innovatie te promoten waarvoor de financiering te kort schiet of te laat komt.”
“We ondernemen een poging om controversen weg te werken. De meest voor de hand liggende is enkele miljarden meer gaan vinden om te investeren in gezondheidszorg, maar wat met Onderwijs, Justitie en Defensie?”
IMA geloofwaardig?
Voorzitter Stan Politis licht toe dat op het congres aan de deelnemers van het symposium en alle FMS-leden een document wordt uitgedeeld dat de kroniek van een artsenstaking schetst. Dat document bevat een volledig hoofdstuk over ereloonsupplementen. Hij noteert alvast drie opvallende zaken op basis van de recente studie van het IMA (Intermutualistisch Agentschap):
- “Anesthesie verwerft het leeuwenaandeel van alle ereloonsupplementen in ziekenhuizen. Toch zijn de anesthesisten massaal geconventioneerd en krijgen ook nog een sociaal statuut. Het zijn met andere woorden niet eens de gedeconventioneerden die het meeste ereloonsupplementen vragen. Het zijn de geconventioneerde artsen die de meeste ereloonsupplementen verwerven.”
- “Het IMA stelde bij de voorstelling van hun studie op de medicomut met de hand op hun communiezieltje dat ze niet konden antwoorden op de vraag hoeveel van de ereloonsupplementen werden gedragen door de hospitalisatieverzekeringen. Dat ze evenmin konden antwoorden op de vraag hoeveel de ereloonsupplementen bedragen bij VT-patiënten (in eenpersoonskamers). Dat ze evenmin konden antwoorden bij hoeveel % van de patiënten zonder hospitalisatieverzekering er toch ereloonsupplementen werden gevraagd.” Is dat wel geloofwaardig?”
- En tot slot: “Er worden géén ereloonsupplementen gevraagd bij 80% van de klassieke verblijven en bij 94% van de dagverblijven.”
Programma
Het eerste deel van het congres snijdt enkele zogenaamde ‘specifieke vragen’ aan: “Zullen de supplementen verdwijnen?”, “Hoe kunnen we de historiek schetsen en vergelijken met de buurlanden?, “Wat zijn de juridische inzichten inzake ereloonsupplementen? Wat zijn bijzondere eisen van de patiënt?” en “spelen ereloonsupplementen een rol bij gesalarieerde artsen? Mag een PhD als een bijzondere eis aangezien worden?”. Respectievelijk Prof. Guy Durant, Meester An Vijverman en Prof. Dr. Matthias Lannoo, (KU Leuven) proberen er antwoorden op te formuleren.
Deel twee wordt ongetwijfeld even boeiend met een debat gemodereerd door Christophe Deborsu. Deelnemers zijn dr. Piet Calcoen (DKV), Jean-Pascal Labille (Solidaris), Prof. dr. Patrick Emonts (Bvas), dr. Thomas Gevaert (Kartel) en Dieter Goemaere (Gibbis).
Het slotwoord is dan voor respectievelijk secretaris-generaal FMS dr. Donald Claeys en FMS-voorzitter Prof. dr. Stan Politis.
> Meer over programma en inschrijving vindt u hier.
> Anesthesie int meester supplementen: onjuiste conclusie (BSAR-APSAR)









Laatste reacties
Dirk HIMPE
27 januari 2026De manier waarop de analyse van ereloonsupplementen door het IMA wordt gebracht, kan aanleiding geven tot foutief lineair denken. Dit leidt gemakshalve tot het gauw vinden van zondebokken met de nodige framing. Spijtig genoeg lost dit niets op van de fundamentele, onderliggende, maar vooral complexe en multifactoriële problematiek.
Dat anesthesisten, het zogenaamde leeuwenaandeel innen, zal allicht juist zijn. Betekent helemaal niet dat ze die supplementen zomaar opstrijken en meenemen in hun ‘take-home-bag’. Anesthesisten zijn wel de grootste groep van specialisten (circa 10%). Mocht men de genoemde bedragen nu eens uitrekenen per zorgverstrekker, dan wordt het plaatje al veel genuanceerder. Bovendien zijn anesthesisten in de regel exclusief actief in het ziekenhuis. Ze verzorgen er een 24/7 service voor vele andere disciplines, dewelke voor hun behandelingen op één of andere vorm van professionele anesthesie beroep doen.
Alhoewel anesthesisten in het nog steeds vigerende financieringssysteem een ‘vrij’ ereloon zouden hebben, wordt dit in de meeste ziekenhuizen aardig afgeroomd voor materiaal- en personeelskosten, die in veel gevallen eigenlijk dienen gefinancierd door het BFM.
Daarbovenop komt in de meeste ziekenhuizen, via de algemene regeling, een extra heffing voor allerlei solidariteits- & investeringsfondsen. Vermits numeriek anesthesisten behoren tot de grootste ziekenhuisdiensten, zijn ze de facto vaak één van de hoofdsponsors van die fondsen. Collega’s van andere disciplines, die in meerdere ziekenhuizen werken of inkomen verwerven via extra-muros activiteiten, zoals o.a. consultaties, ontsnappen soms voor een stuk aan die heffingen, mede eveneens door de meestal progressieve inningsschalen ervan.
Tenslotte is de hoogte van het percentage voor honorariumsupplementen altijd resultaat van een paritair akkoord tussen ziekenhuisbeheerder en medische raad – het initiatief ertoe kan trouwens van beide partijen komen, en dus niet noodzakelijk van de artsen.
Bruno Vandekerckhove
26 januari 2026Oorspronkelijk waren de zgn supplementen de norm. Deze erelonen werden omwille van het sociaal statuut verminderd naar de conventietarieven. Het woord supplement dekt de lading niet meer. En inderdaad hoeveel van die “ supplementen” worden effectief niet gedekt door enige privaat- of hospitalisatieverzekering?