Kunnen 59% van de langdurig zieken werken? Wat het DGEC-rapport écht zegt

Het onderzoek van de DGEC waaruit moet blijken dat 59% van de langdurig zieken arbeidsgeschikt zou zijn, werd verkeerd voorgesteld in de media. De cijfers komen uit een beperkte en geselecteerde steekproef en kunnen niet zomaar geëxtrapoleerd worden naar de grote groep langdurig zieken. Die framing is jammer, want de discussie dreigt zich te vernauwen tot de vraag of dat cijfer klopt. Dat zou een gemiste kans zijn, zeker nu parlementaire hoorzittingen eraan komen.

Los van de interpretatie van die 59% legt het DGEC-rapport wel degelijk structurele zwaktes bloot in de beoordeling van arbeidsongeschiktheid en in de controlepraktijken van de ziekenfondsen, met wellicht een aanzienlijke budgettaire impact.

Het onderzoek waarop het cijfer gebaseerd is, is beperkt. Het gaat om 290 mensen die in het eerste kwartaal van 2019 net in invaliditeit waren terechtgekomen. Dat is geen doorsnede van alle langdurig zieken, maar enkel van de instroom op een bepaald moment. Die keuze was bewust: men wilde nagaan of mensen bij hun instap terecht erkend worden en of adviserend artsen over voldoende informatie beschikken.

Zelfs binnen die groep is er sprake van selectie. Bepaalde aandoeningen, zoals kanker, werden uitgesloten omdat patiënten fysiek moesten kunnen worden onderzocht. Daardoor verschuift de studie naar dossiers waar meer interpretatie bij komt kijken, zoals psychische aandoeningen en klachten van het bewegingsstelsel.

De conclusie is bekend: bijna 60% van de onderzochte patiënten werd na herbeoordeling als arbeidsgeschikt beschouwd. Dat wordt vaak vertaald als “gezond genoeg om te werken”, maar dat is te simplistisch. Arbeidsgeschiktheid is geen puur medische beoordeling. Het gaat ook over verdienvermogen, rekening houdend met opleiding en context.

Ook de manier van herbeoordelen verdient nuance. De DGEC-artsen baseerden zich op een eigen onderzoek en een uitgebreide anamnese. Dat is grondig, maar het rapport maakt niet duidelijk volgens welke vaste criteria beslissingen werden genomen. Er zijn geen uitgewerkte richtlijnen per aandoening en geen zicht op de consistentie tussen artsen. De auteurs erkennen dat zulke richtlijnen grotendeels ontbreken.

Dossiers en praktijk lopen uit elkaar
Waar het rapport scherp in is, is de kwaliteit van de dossiers. In meer dan driekwart van de gevallen ontbrak voldoende informatie om een beslissing degelijk te onderbouwen. Dat wijst op een structureel probleem. Tegelijk betekent een zwak dossier niet automatisch dat de oorspronkelijke beslissing fout was.

Opvallend is ook het verschil met de dagelijkse praktijk. In de meeste gevallen worden beslissingen van adviserend artsen bevestigd. Dat contrasteert sterk met deze studie. Het rapport geeft daar geen sluitende verklaring voor.

Wat gebeurt er na uitschrijving?
Belangrijker nog is wat er gebeurt na een uitschrijving. De DGEC-artsen schrapten 172 patiënten uit de invaliditeit, maar het rapport volgt niet op wat er nadien gebeurt. Er zijn enkele aanwijzingen van werkhervatting en een beperkt aantal beroepen, maar een systematische opvolging ontbreekt. Zonder die informatie blijft onduidelijk of mensen effectief terugkeren naar werk of in een ander statuut terechtkomen.

Ook inhoudelijk blijft het rapport algemeen. Er wordt vermeld dat vooral psychische aandoeningen en klachten van het bewegingsstelsel voorkomen bij de uitgeschreven groep, maar een diepgaande analyse per diagnose ontbreekt.

De echte inzet: hoe beslissen we?
Wat overeind blijft, is de kritiek op het systeem. Ziekenfondsen begeleiden patiënten, volgen hen op en beslissen tegelijk over hun recht op een uitkering. Die combinatie maakt het moeilijk om strikt te blijven, zeker onder werkdruk. Het rapport toont geen massale fouten, maar wel een systeem dat gevoelig is voor variatie en onvoldoende onderbouwde beslissingen.

In combinatie met de omvang van de uitgaven maakt dat de budgettaire bezorgdheid begrijpelijk. Het gaat om miljarden per jaar. Zelfs een beperkte overschatting kan snel oplopen.

De parlementaire hoorzittingen zullen onvermijdelijk ook ingaan op de manier waarop het rapport in de media werd gebracht. Dat is begrijpelijk, maar het risico is dat de discussie daar blijft hangen. De kern van het probleem is de rol van de ziekenfondsen zelf. Zolang zij tegelijk begeleiden én beslissen over uitkeringen, blijft de vraag hoe streng en objectief die beoordeling werkelijk is. Niet het percentage telt, maar het systeem erachter.

> Klik hier voor het RIZIV-rapport
 

Lees ook:

> BVAS: “Maak van de arts geen zondebok in het debat over langdurig zieken”

> Kamercommissie Sociale Zaken houdt hoorzittingen over rapport langdurig zieken 

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.