De toelichting van minister Frank Vandenbroucke over de 6.500 reacties op de evenredigheidstoets volstaat niet om de ongerustheid bij het Kartel weg te nemen. In reacties op het artikel van Medi-Sfeer en De Specialist leggen Thomas Gevaert en Lieselot Brepoels de focus op de bepalingen rond de opschorting van het RIZIV-nummer, die volgens hen te weinig onderscheid maken tussen fraude, fouten en betwistingen.
“De minister blijft herhalen dat in de kaderwet louter en alleen zware fraude wordt geviseerd, zonder die grens duidelijk te omschrijven.” Dat zegt dr. Thomas Gevaert, voorzitter van het Kartel, in een reactie op onze berichtgeving. “Zonder dat hij die grens citeert, doelt hij dan op een betwist bedrag van 35.000 euro”, vervolgt hij. Volgens Gevaert kan die drempel veel sneller worden bereikt dan wordt gesuggereerd.
Hij wijst erop dat de inspectiedienst van het RIZIV tot drie jaar terug in de tijd kan gaan. “Dus iemand die een nomenclatuurnummer van bijvoorbeeld 100 euro fout toepast, zit er al aan met 120 zulke prestaties per jaar.” De vraag is volgens Gevaert of zo’n zorgverlener dan moet worden “weggezet als een zware fraudeur en vergeleken worden met de Houthulst-case”.
Gevaert benadrukt dat het Kartel geen begrip heeft voor fraude. “Begrijp ons niet verkeerd: ook de zorgverlener die ten bedrage van 35.000 euro fouten maakt, moet gestraft worden, laat daar geen twijfel over bestaan.” In zulke gevallen volstaat volgens hem echter een terugvordering met een boete.
De kern van het probleem zit volgens de Kartel-voorzitter in de tekst van het ontwerp zelf. “In het huidig ontwerp staat echter dat ook in zo’n geval een opschorting gevorderd kan worden door de DGEC.” Dat die opschorting uiteindelijk niet automatisch wordt opgelegd, stelt hem niet gerust. “De mogelijkheid is er. En wat ons betreft mag die mogelijkheid er gewoon niet zijn, zelfs niet dat de DGEC ze voor zoiets kan vorderen.”
Hij wijst daarbij op een spanningsveld tussen de toelichting en de wettekst. “Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat men dergelijke gevallen niet zou viseren, maar de wettekst zelf is daarmee niet in overeenstemming.” Volgens Gevaert heeft het Kartel hier al herhaaldelijk op gewezen en zelfs voorstellen gedaan om de tekst aan te passen, zonder resultaat.
“Dodelijk cynisme van de politiek”
Ook bij de coalitiepartners van Vandenbroucke ziet hij weinig beweging. “Mogelijk omdat het kabinet mist creëert rond dit onderwerp, of omdat er een politieke deal is rond andere dossiers en men elkaar met rust wil laten. Dat is het dodelijke cynisme van de politiek.” Hij besluit scherp dat het er zo op lijkt “alsof straks alle artsen aan een enkelband moeten, ook voor administratieve vergissingen”.
Ook dr. Lieselot Brepoels stelt zich vragen bij het gebruik van het begrip “betwist bedrag” door Vandenbroucke. “Zonder dat hij die grens citeert, doelt hij dan op het feit dat het moet gaan om een betwist bedrag van 35.000 euro.” Volgens haar blijft onduidelijk wat dat bedrag precies inhoudt. “Hij definieert dit bedrag niet verder. Je moet blijkbaar arts en geen econoom zijn om feeling te hebben met die cijfers.”
Brepoels wijst op de snelheid waarmee bedragen accumuleren. “Bij opeenvolgende betwistingen over meerdere jaren zit een arts sneller aan het betwiste bedrag dan velen denken.” Ze illustreert dat met een voorbeeld uit haar eigen praktijk rond DAT-scans. Een tracer van 749 euro, gecombineerd met de scan zelf, loopt al snel op tot een bedrag van ongeveer 1.000 euro. Tegelijk maken de kostenstructuur en de afhoudingen door het ziekenhuis duidelijk dat dit bedrag niet overeenkomt met wat een arts effectief ontvangt.
“Deze tracer mag slechts één keer in het leven worden aangerekend”, legt ze uit. “Het klinkt simpel, maar elke nucleaire dienst slikt een aantal keer per jaar deze tracer als verliespost, omdat niemand, ook niet de patiënt, nog weet dat deze scan gebeurd is en de mutualiteit dan uiteindelijk de factuur betwist.”
Betwistingen zijn schering en inslag
Volgens Brepoels herkent vrijwel elke arts zich in dergelijke situaties. Net daarom stoot de terminologie van de minister op zoveel onbegrip. “Hij doet alsof dit het bedrag is dat de arts in zijn eigen zak steekt, quod non. Dit gaat voorbij aan de kostenstructuur en de complexiteit van de nomenclatuur.” Ze benadrukt ook dat betwistingen niet automatisch fraude zijn. “Iedereen in de sector weet dat betwistingen schering en inslag zijn.”
Daarnaast wordt volgens Brepoels de intentie van de arts verkeerd voorgesteld. De minister wekt de indruk dat artsen handelen uit financieel eigenbelang. Ze besluit dat het dringend tijd is dat de minister “onderscheid maakt tussen eigengewin, fraude en betwistingen”. Zolang dat niet gebeurt, zal hij volgens haar blijven botsen op verzet bij artsen, ook bij zij die te goeder trouw handelen.
> Lieselot Brepoels voorzichtig tevreden over nieuwe passage fraudebestrijding Kaderwet
> Vandenbroucke licht 6.500 reacties op evenredigheidstoets toe, maar relativeert de impact








