Nieuwe fiches van het Nationaal College voor Socialeverzekeringsgeneeskunde geven huisartsen daarvoor een eerste houvast. Bij acute decompensatie van angststoornissen en obsessieve-compulsieve stoornissen (OCD) wordt een ziekteverlof van drie tot acht weken als referentie voorgesteld. Voor specifieke fobieën gaat het doorgaans om twee tot zes weken.
De fiches maken deel uit van een reeks van twintig evidence-based leidraden die werden ontwikkeld onder leiding van prof. Lode Godderis (KU Leuven en IDEWE) met onderzoekers Line Mouton en Lotje Lambreghts. Ze moeten artsen ondersteunen bij beslissingen over arbeidsongeschiktheid en werkhervatting, zonder daarbij het individuele klinische oordeel te vervangen.
Angststoornissen: 3 tot 8 weken
Van de drie psychische aandoeningen bevat de fiche over angst- en paniekstoornissen de meest concrete gegevens. Volgens de auteurs is ongeveer 13% van de afwezigheden wegens psychische klachten toe te schrijven aan angststoornissen. Bovendien bestaat er een grote overlap met depressieve klachten: volgens de fiche vertoont 67% van de patiënten met een angststoornis ook symptomen die lijken op een depressie.
Bij een acute decompensatie wordt een arbeidsongeschiktheid van drie tot acht weken als referentie voorgesteld. Bij chronische angststoornissen kan tijdelijke arbeidsongeschiktheid meerdere maanden duren. Werkhervatting wordt mogelijk geacht zodra voldoende stabilisatie is bereikt en de patiënt adequaat wordt begeleid.
De fiche wijst er ook op dat angststoornissen niet noodzakelijk leiden tot volledige uitval. Ongeveer 70% van de personen die behandeld worden voor een angststoornis blijft voltijds of deeltijds aan het werk. Wel kunnen concentratieproblemen, vermoeidheid, vermijdingsgedrag en angst voor drukke omgevingen het functioneren aanzienlijk bemoeilijken. Vooral functies met hoge werkdruk, veel multitasking of een onvoorspelbaar karakter zijn problematisch.
OCD: 3 tot 8 weken
Ook voor obsessieve-compulsieve stoornissen (OCD) wordt bij acute decompensatie een referentieduur van drie tot acht weken voorgesteld. De auteurs erkennen echter dat de wetenschappelijke onderbouwing voor dergelijke termijnen beperkt blijft.
OCD wordt gekenmerkt door terugkerende obsessies en compulsies die het dagelijks functioneren aanzienlijk kunnen verstoren. De aandoening kent bovendien vaak een chronisch verloop: ongeveer 70% van de patiënten krijgt te maken met frequente hervallen.
De cijfers over arbeidsparticipatie zijn opvallend. Bijna 44% van de mensen met OCD ondervindt problemen op de arbeidsmarkt, tegenover 16% in de algemene bevolking. Daarnaast ervaart ongeveer 26% langdurig absenteïsme, drie keer meer dan bij personen zonder OCD.
Stressvolle en onvoorspelbare werkomgevingen kunnen de symptomen versterken. De fiche vermeldt onder meer problemen met deadlines, verminderde efficiëntie en concentratiestoornissen. Bij mildere vormen blijft werken mogelijk, eventueel mits aanpassingen van de werkinhoud of begeleiding op de werkvloer.
Fobieën: meestal 2 tot 6 weken
De meest verrassende boodschap komt wellicht uit de fiche over specifieke fobieën. Anders dan bij veel andere aandoeningen leidt een specifieke fobie niet automatisch tot arbeidsongeschiktheid.
Wanneer arbeidsongeschiktheid noodzakelijk blijkt, suggereert de literatuur dat gemiddeld twee tot zes weken nodig zijn voor stabilisatie na de start van de behandeling. De impact hangt echter sterk af van de relatie tussen de fobie en de jobinhoud.
Een bloedfobie kan ernstige gevolgen hebben voor een verpleegkundige, terwijl dezelfde aandoening nauwelijks invloed heeft op iemand die administratief werk verricht. Ook claustrofobie bij chauffeurs of hoogtevrees bij werknemers die op hoogte werken kunnen een directe invloed hebben op de arbeidsgeschiktheid.
Volgens de auteurs zijn werknemers met een fobie vaker en langer afwezig, waarbij fobische angst en langdurige afwezigheid elkaar kunnen versterken. De kansen op succesvolle re-integratie hangen sterk af van de mogelijkheid om taken aan te passen, alternatieve opdrachten te voorzien of telewerk toe te laten. De fiche waarschuwt bovendien dat langdurige afwezigheid zonder blootstellings- of revalidatiestrategie het vermijdingsgedrag kan versterken.
Functioneren centraal
Hoewel de drie aandoeningen sterk verschillen, trekken de fiches dezelfde conclusie: de diagnose alleen volstaat niet om de duur van een arbeidsongeschiktheid te bepalen. De ernst van de symptomen, functionele beperkingen, comorbiditeiten en de concrete werkomstandigheden blijven doorslaggevend.
De nieuwe fiches willen huisartsen daarom vooral een kader bieden voor klinische beoordeling en overleg met patiënt, adviserend arts en arbeidsarts. Niet als rigide norm, maar als hulpmiddel om beslissingen over ziekteverlof en werkhervatting beter te onderbouwen.
Lees ook :
> Hoe lang mag een patiënt thuisblijven? Nieuwe fiches geven artsen houvast
> Hoe lang ziekteverlof bij angststoornissen, OCD en fobieën?
> Van CVS over fibromyalgie tot CRPS: waarom de duur van ziekteverlof sterk verschilt
> Van nekpijn over tenniselleboog tot heupprothese: nieuwe fiches geven richttijden voor ziekteverlof
> Van astma over diabetes tot de ziekte van Crohn: waarom de duur van ziekteverlof sterk verschilt
> Ontdek alle 20 fiches








