Historisch arrest: rechter haalt Nederlandse huisartsentarieven onderuit

De Nederlandse huisartsen hebben een historische juridische overwinning behaald. Het hoogste economische rechtscollege oordeelt dat hun tarieven voor 2023, 2024 en 2025 onvoldoende onderbouwd zijn en mogelijk niet kostendekkend. Boven de Moerdijk wordt opgelucht gereageerd: “Dit is een kantelpunt richting eerlijke financiering van huisartsenzorg.” Het arrest zal ook in ons land niet onopgemerkt voorbij gaan.

De Zorgautoriteit waakt in Nederland over financiering, toegankelijkheid en organisatie van de zorg. Ze bepaalt welke prestaties huisartsen mogen aanrekenen en tegen welke tarieven. De rechtszaak bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven werd aangespannen door drie verenigingen van praktijkhoudende huisartsen. Zij voerden aan dat de vastgelegde tarieven te laag zijn en geen rekening houden met de reële kosten van een hedendaagse praktijk.

De rechter geeft hen gelijk. Tarieven van 12,43 euro voor een consultatie van vijf tot twintig minuten, 24,85 euro voor een langere consultatie en 20,35 euro per kwartaal voor een ingeschreven patiënt blijken gebaseerd op onvolledige aannames. Ook het norminkomen van 202.476 euro voor een voltijdse praktijkhoudende huisarts houdt volgens het arrest geen stand. Het achterliggende onderzoek is niet transparant genoeg en onderschat de zwaarte en verantwoordelijkheid van het vak, luidt het.

De Zorgautoriteit verwees naar een uitgebreid kostprijsonderzoek dat moest aantonen dat de tarieven wel degelijk kostendekkend zijn. Die studie wijst uit dat de gemiddelde praktijkkost steeg van 577.933 euro in 2015 naar 694.678 euro in 2022, vooral door duurdere huisvesting en meer personeel. Maar de rechter vindt die cijfers misleidend, omdat ze vertrekken van praktijken die al jaren te krap gehuisvest zijn. De Zorgautoriteit moet haar huiswerk nu opnieuw doen en krijgt zes maanden de tijd om nieuwe tarieven vast te leggen.

De Nederlandse huisartsenverenigingen reageren bijzonder opgelucht. Ze noemen het arrest een bevestiging van wat ze al jaren aanklagen. Volgens hen toont de beslissing aan dat het financieringskader niet langer spoort met de realiteit van de praktijk.

De Landelijke Huisartsen Vereniging spreekt van “een duidelijk signaal aan de overheid” en verwacht dat de nieuwe tarieven eindelijk vertrekken van de werkelijke noden van de eerstelijnszorg. Ook de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen benadrukt dat de uitspraak de deur opent naar een financieel kader dat eindelijk klopt.

Het arrest van het Nederlandse College van Beroep onderstreept hoe belangrijk het is om tarieven te baseren op de reële noden van een praktijk en niet op een achterhaald of kunstmatig laag kostenbeeld. Dat maakt deze uitspraak ook relevant voor de Belgische context.

> Klik hier voor het arrest

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.