GMD, preventie, RVU: de ACA-werkgroep werkt haar ideeën voor de toekomstige nomenclatuur van huisartsen verder uit

De ACA-werkgroep (nomenclatuur van consultaties en aanverwante handelingen), die zich bezighoudt met een hervorming van de medische nomenclatuur, stelt voor om de vergoeding van diensten te structureren rond "relative value units" (RVU), die overeenkomt met een theoretisch consult van 20 minuten. In dit kader hebben verschillende voorstellen rechtstreeks betrekking op de huisartsgeneeskunde, met name het globaal medisch dossier (GMD) en de invoering van een periodieke preventieve controle en een specifiek consult in het kader van het beleid inzake “terugkeer naar het werk”.

Op verzoek van de medicomut is een specifieke werkgroep voor huisartsen opgericht om met name de waardering van het GMD en de ontwikkeling van preventieve activiteiten te onderzoeken.

Wat het globaal medisch dossier (GMD) betreft, herinnert de ACA-groep eraan dat dit een “essentieel onderdeel” vormt van de huisartsenpraktijk, omdat het een gedetailleerd overzicht biedt van de gezondheidstoestand van de patiënt. De werkzaamheden waren met name gebaseerd op een recente analyse van het Intermutualistisch Agentschap (IMA) over het gebruik van gezondheidszorg door patiënten met en zonder GMD, alsook op de overwegingen in het kader van de New Deal-hervorming.

De groep pleit ervoor om de inhoudelijke voorwaarden van de GMD nauwkeuriger te definiëren en de kwaliteit ervan te bewaken, in overeenstemming met de intenties die reeds zijn opgenomen in de medicomut-overeenkomst 2022-2023. Zij vraagt ook dat er wordt nagedacht over een mogelijk toekomstig verband tussen de vergoeding van de GMD en de verplichting om het Sumehr door te sturen naar de gezondheidshubs.

Op financieel vlak stelt de ACA-groep voor om de huidige verhouding tussen de waarde van een consult en die van de GMD, zoals vandaag vastgelegd in de nomenclatuur, te handhaven. Zij stelt dan ook voor om een RVU 1 toe te kennen aan de algemene GMD en de GMD voor chronisch zieken te waarderen op 1,75 RVU. Sommige leden willen bovendien dat er bij deze waardering meer rekening wordt gehouden met de sociale dimensie, met name voor mensen met een inkomensaanvulling of een soortgelijke uitkering.

De groep beveelt ook aan om de GMD voor chronisch zieken open te stellen voor alle leeftijdscategorieën.

Een ander belangrijk voorstel: de invoering van een “preventiebalans” door de huisarts die de GMD heeft. De groep is van mening dat een hervorming van de nomenclatuur ook de preventieve activiteiten van huisartsen moet versterken, “zonder afbreuk te doen aan de inspanningen van andere artsen en zorgverleners”.

Dit preventieonderzoek zou om de drie jaar worden georganiseerd vanaf de leeftijd van 45 jaar. Het zou de vorm aannemen van een gestructureerd gesprek van een uur tussen de arts en de patiënt, gewaardeerd op 3 RVU. Het doel zou zijn om de verschillende aspecten van de bevordering en het behoud van de lichamelijke en geestelijke gezondheid grondig te bespreken, uitgaande van een gezamenlijk opgesteld preventieplan.

De groep is ook van plan om het stimuleren en opvolgen van vaccinaties en screeningprogramma's hierin op te nemen. Volgens de besproken voorstellen zou deze dienst ook acties omvatten om de patiënt te motiveren, de zorg te plannen, afspraken te maken en op te volgen. De werkgroep pleit er ten slotte voor om deze preventieve aanpak te koppelen aan concrete resultaatsverplichtingen.

Het rapport voorziet ook in een specifiek consult in het kader van het “terug naar werk”-beleid, waarbij de huisarts het werkvermogen van de patiënt zou beoordelen. Deze prestatie zou worden gewaardeerd op 2,25 RVU.

De ACA-groep stelt ook een honorariumtoeslag voor voor een consult of een bezoek door de huisarts na een ziekenhuisopname van minstens zeven dagen, binnen de drie werkdagen na het verlaten van het ziekenhuis, of na een opname in een rusthuis binnen de vijf werkdagen. Het rapport verduidelijkt dat het verslag van de behandelende arts beschikbaar moet zijn om met name een correcte informatieverstrekking aan de patiënt en een eventuele herziening van de behandeling mogelijk te maken.

Het rapport benadrukt ook dat bepaalde specifieke activiteiten van de huisartsgeneeskunde moeilijk te vertalen zijn in klassieke prestatiecodes. Het noemt met name activiteiten op het gebied van “populatiemanagement”, zoals registraties of samenwerking met eerstelijnszones en andere partners. De groep is van mening dat een integratie van deze activiteiten in de praktijkpremie overwogen zou kunnen worden.

De tekst vermeldt ook de activiteiten die huisartsen uitvoeren buiten de fysieke contacten met patiënten om, met name telefonisch contact, adviezen en het opstellen van attesten. Het rapport verduidelijkt dat er in de medicomut-overeenkomst 2026-2027 een specifiek budgettair kader is voorzien om deze bijkomende taken van de huisartsenpraktijken te ondersteunen.

De voorstellen van de ACA-groep roepen nu al verschillende reacties op bij de vakbonden en mutualiteiten.

Het Kartel is met name van mening dat de basiswaarde van het consult bij de huisarts niet ter discussie kan worden gesteld zonder de discussies over de RVU's opnieuw te openen. De organisatie beschouwt de RVU 1 die aan het consult bij de huisarts is toegekend als een evenwichtspunt dat na lange onderhandelingen is bereikt. Het Kartel benadrukt ook dat de huisartsgeneeskunde zich niet beperkt tot louter individuele contacten met patiënten, maar ook taken omvat op het gebied van preventie, coördinatie en zorgopvolging die moeilijk te vertalen zijn in klassieke prestatiecodes.

De organisatie spreekt zich overigens uit voor de invoering van toeslagen voor bepaalde lange of complexe consulten in de huisartsgeneeskunde. Ze noemt met name consulten die plaatsvinden na een psychiatrische ziekenhuisopname, na een multidisciplinair overleg of in het kader van de opvolging van patiënten die door een psychiater of kinderpsychiater zijn doorverwezen. Het Kartel vraagt ook dat later andere objectief vast te stellen criteria voor langdurige consulten kunnen worden toegevoegd.

De ABSyM-BVAS bekritiseert vooral de omvang van de verschillen tussen de verschillende gespecialiseerde consulten. De organisatie is van mening dat de spreiding van de voorgestelde RVU's, die varieert van 1 tot 2,25 naargelang de discipline, te groot blijft en niet meer dan een verhouding van 1 tot 1,5 zou mogen bedragen. Zij is ook van mening dat de exploitatiekosten van de praktijken niet in de RVU's mogen worden opgenomen, maar afzonderlijk moeten worden gefinancierd.

Solidaris stelt eveneens de objectivering van de verschillen tussen de voorgestelde RVU's voor de verschillende specialismen ter discussie. De mutualiteit vraagt zich met name af waarom een consult in de huisartsgeneeskunde op 1 RVU is vastgesteld, tegenover 1,5 voor de cardiologie en 2,25 voor de nefrologie, terwijl het huidige verschil met de huisartsgeneeskunde ongeveer 2 zou bedragen. Volgens Solidaris wekken deze verschillen de indruk van een “reverse engineering” op basis van de bestaande vergoedingsniveaus.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.