Orde waarschuwt voor te vlotte attesten voor vrijstelling van de gordelplicht

De Nationale Raad van de Orde van artsen roept artsen op om terughoudend te zijn bij het attesteren van een “gewichtige medische tegenindicatie” voor het dragen van een veiligheidsgordel. De oproep komt er nadat de FOD Mobiliteit een duidelijke stijging vaststelde van het aantal aanvragen voor een vrijstelling van de gordelplicht.

Die toename heeft mogelijk te maken met een recente wijziging in de regelgeving. Vrijstellingen zonder geldigheidsduur die niet overeenstemmen met het huidige model, verloren hun geldigheid op 1 januari 2026. Wie voordien een attest had, moet dus vaak opnieuw een aanvraag indienen.

Volgens de FOD Mobiliteit moet een vrijstelling voor het dragen van de veiligheidsgordel een uitzondering blijven. De administratie wijst op het belang van de gordel voor de verkeersveiligheid en het bewezen levensreddende effect ervan. Daarom vroeg ze de Nationale Raad om de artsen nog eens te herinneren aan de deontologische principes die gelden bij medische attestering.

Geen attest bij louter ongemak

De Orde benadrukt dat artsen bij het opstellen van medische attesten de beginselen van zorgvuldigheid, voorzichtigheid en objectiviteit moeten respecteren. Dat geldt ook wanneer patiënten vragen om een attest dat een medische reden bevestigt om geen gordel te dragen.

Subjectieve ongemakken bij het dragen van een veiligheidsgordel vormen in de regel geen “gewichtige medische tegenindicatie”. Klachten zoals pijn, druk of een onaangenaam gevoel zijn op zich meestal onvoldoende om een vrijstelling te rechtvaardigen. Volgens de Nationale Raad moet een tegenindicatie concreet, individueel en proportioneel zijn. De arts moet zijn beoordeling bovendien kunnen verantwoorden en de motivering opnemen in het patiëntendossier.

Strikte vormvereisten

De regelgeving bepaalt ook welke gegevens een medisch attest moet bevatten. Het document moet onder meer de naam, voornaam, stempel en handtekening van de arts vermelden, evenals de identiteit, geboortedatum en het adres van de aanvrager. Ook de datum van uitreiking en de duur van de medische tegenindicatie moeten duidelijk worden vermeld. Daarnaast geldt een maximale geldigheidsduur van tien jaar.

De Orde vraagt de FOD Mobiliteit tegelijk om meer duidelijkheid te scheppen voor de praktijk. Zo pleit de Nationale Raad voor het opstellen van een lijst van medische aandoeningen die als voldoende “gewichtig” kunnen worden beschouwd om een vrijstelling te rechtvaardigen.

Daarnaast stelt de Orde voor dat de overheid zelf voorziet in een medische dienst die zulke tegenindicaties kan beoordelen. Dat zou volgens haar zorgen voor meer uniformiteit en de druk op individuele artsen verminderen.

Mogelijk deontologisch gevolg

Tot slot wijst de Nationale Raad erop dat twijfel over de waarachtigheid van een attest gevolgen kan hebben. Wanneer de FOD Mobiliteit vragen heeft bij een medisch attest, kan het dossier worden doorgestuurd naar de bevoegde provinciale raad van de Orde. Die kan dan nagaan of de betrokken arts de deontologische regels heeft nageleefd en, indien nodig, een passend gevolg geven aan het dossier.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.