Bestaande premies voor huisartsen maken plaats voor een nieuw model van praktijksteun

De federale overheid bereidt een grondige hervorming voor van de financiële ondersteuning voor huisartsenpraktijken. Een nieuw koninklijk besluit moet vanaf premiejaar 2026 het huidige systeem vervangen. De nadruk verschuift daarbij naar zorgcontinuïteit en samenwerking binnen de praktijk, met een eenvoudiger en doelgerichter financieringsmodel.

Vandaag bestaat de ondersteuning uit twee afzonderlijke premies: één voor zorgcontinuïteit en één voor praktijkbeheer. Die opsplitsing wordt verlaten. In de plaats komt één geïntegreerde premie, gericht op zorgcontinuïteit.

De oorspronkelijke zorgcontinuïteitspremie was specifiek bedoeld om huisartsenpraktijken aan te zetten tot het opstarten van een structurele samenwerking met een verpleegkundige of praktijkassistent. Het ging dus niet louter om administratieve ondersteuning, maar om het versterken van de zorgverlening zelf. 

Concreet moesten praktijken een duurzame samenwerking aangaan, vastgelegd in een overeenkomst, waarbij deze zorgprofessionals taken opnemen die bijdragen aan de continuïteit en kwaliteit van de patiëntenzorg, zoals opvolging van chronische patiënten, triage of praktijkorganisatie met een klinische component.

De hervorming komt er na een duidelijke vaststelling: het bestaande systeem werd amper benut. Ondanks een voorzien budget van meer dan 17 miljoen euro, bleef de effectieve besteding de voorbije jaren beperkt tot een fractie daarvan. Strikte voorwaarden en het beperkte aanbod van praktijkassistenten speelden daarin een belangrijke rol.

10 miljoen euro gerichter inzetten
Voor 2026 wordt een budget van 10 miljoen euro voorzien. Dat bedrag moet efficiënter worden ingezet door de steun beter af te stemmen op de realiteit van de huisartsenpraktijk.

Een belangrijke wijziging is dat de premie niet langer een vast bedrag is, maar afhankelijk wordt van de effectieve inzet van praktijkondersteuning. Concreet wordt gekeken naar het aantal gepresteerde uren van verpleegkundigen en praktijkassistenten, uitgedrukt in voltijdse equivalenten (VTE).

De nieuwe regeling werkt met een getrapt systeem. Praktijken met een beperkte ondersteuning van enkele uren per week ontvangen een relatief beperkte premie, terwijl praktijken die sterk inzetten op ondersteuning een aanzienlijk hoger bedrag kunnen krijgen.

Zo start de premie bij enkele duizenden euro’s voor een beperkte inzet, en kan die oplopen tot bijna 27.000 euro per jaar bij een zeer uitgebreide ondersteuning. Opvallend is dat er extra aandacht gaat naar praktijken die evolueren naar minstens een halftijdse ondersteuning. Die categorie wordt beschouwd als cruciaal voor een merkbare verbetering van de zorgkwaliteit en de werkorganisatie.

Structurele samenwerking blijft centraal
Ook in de nieuwe regeling blijft het principe van structurele samenwerking centraal staan. De premie is bedoeld om duurzame samenwerking binnen de praktijk te stimuleren. Daarom moet er nog steeds sprake zijn van een samenwerking met een verpleegkundige of praktijkassistent, vastgelegd in een overeenkomst van onbepaalde duur, met een minimale inzet van zes uur per week.

De ondersteuning kan flexibel georganiseerd worden: via een werknemer, een zelfstandige of een externe organisatie. Dat moet de drempel verlagen voor praktijken om in te stappen. Daarnaast blijven er minimale activiteitsvoorwaarden gelden, zoals een bepaald aantal globale medische dossiers en een minimum aan terugbetaalde prestaties.

De hervorming zet ook sterk in op administratieve vereenvoudiging. De aanvraagprocedure wordt geïntegreerd in een bestaande digitale toepassing, wat het proces moet vereenvoudigen en uniformiseren. Aanvragen zullen jaarlijks in september kunnen worden ingediend, met een uitbetaling voorzien in het voorjaar van het daaropvolgende jaar.

Antwoord op huisartsentekort
Met deze hervorming wil de overheid meerdere uitdagingen aanpakken. Door meer ondersteuning in de praktijk mogelijk te maken, moeten huisartsen zich meer kunnen focussen op hun kerntaken. Tegelijk moet het model bijdragen aan een aantrekkelijkere werkomgeving en zo helpen om het groeiende huisartsentekort aan te pakken.

De verwachting is dat het nieuwe systeem meer praktijken zal overtuigen om gebruik te maken van de ondersteuning. De maatregel wordt niet zonder meer definitief ingevoerd. Er is een evaluatie voorzien tegen 2028 om na te gaan of de hervorming haar doelstellingen bereikt: meer samenwerking in de eerste lijn, een betere organisatie van de zorg en een hogere deelnamegraad.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.

Laatste reacties

  • Maria Peeters

    21 april 2026

    wij zijn een duopraktijk , vallen nu zonder haio voor 6 maanden ( die gaan liever naar stedelijke gebieden dan naar de kempen).
    Structureel hebben we eerste een 3° collega nodig voor permanentie , vakanties op vangen ed . Dan is er te weinig werk voor een verpleegkundige. Dat is geen oplossing voor ons maar hierdoor lopen we wel subsidie mis! De praktijken die al zover zijn, worden bevoordeeld

  • Marc DE MEULEMEESTER

    21 april 2026

    1 tegen allen , inclusief de cowboys en de gestelde lichamen in de Far West , helaas niet zo leuk als het immens populaire spelprogramma uit de jaren 60 met Tony Corsari !

  • Geert MICHIELS

    20 april 2026

    Weer eens staat de solo-arts in de kou. Ik heb geen behoefte aan een praktijkassistent of een verpleegkundige. Ik werk samen met paramedici en dit op vrijwillige basis. Dit systeem lukt aardig zonder dat er schriftelijke overeenkomsten zijn. Naar de praktijkondersteuning kan ik dus fluiten.