Wat lange tijd als een logische stap binnen de nomenclatuurhervorming gold, staat steeds meer onder druk. De opsplitsing van artsenhonoraria in een intellectueel en een kostendeel verliest draagvlak binnen de artsensyndicaten. Thomas Gevaert (ASGB-Kartel) leek lang een roepende in de woestijn, maar krijgt nu bijval, ook van het Vlaams Artsensyndicaat.
De voorbije weken is het debat duidelijk gekanteld. Na een opiniestuk van Stan Politis (Federatie Medische Specialisten), ‘Requiem voor de medische raad’, en een oproep van Nikolas De Meurechy aan de leden van BVAS om het standpunt te heroverwegen, is van een breed gedragen consensus pro opsplitsing al lang geen sprake meer.
Groeiende scepsis
Een van de vroege critici is Thomas Gevaert. Hij trok maanden geleden al aan de alarmbel en stelde de logica van de opsplitsing fundamenteel in vraag. Intussen merkt hij dat zijn analyse steeds meer weerklank vindt. “Goed dat de angel in het opsplitsen van medische honoraria stilaan breder wordt opgepikt,” stelt hij. Tegelijk wijst hij erop dat de officiële standpunten voorlopig nog niet overal mee evolueren: “In de formele gremia staan we nog vaak alleen.”
De kern van zijn kritiek is dat de hervorming vertrekt vanuit een nobele intentie, maar in de praktijk moeilijk houdbaar blijkt. Meer transparantie en een betere pax hospitalia tussen artsen en beheerders waren de doelstellingen, met co-governance als hefboom. Maar volgens Gevaert gaapt er een kloof tussen concept en uitvoering.
Methodiek onder vuur
Een eerste struikelblok is de methodiek achter het bepalen van de kosten. Die steunt volgens Gevaert op beperkte en weinig representatieve gegevens. Het idee dat men op basis daarvan tot een objectieve en breed gedragen kostencomponent kan komen, noemt hij weinig realistisch. Daarbovenop komt dat kosten in de praktijk sterk variëren, afhankelijk van factoren zoals anciënniteit, investeringsritme, patiëntenprofiel en externe economische evoluties. Een uniform model dreigt die realiteit te negeren.
Daarnaast stelt hij zich vragen bij de selectieve toepassing van de maatregel. Waarom wordt deze opsplitsing enkel bij artsenhonoraria doorgevoerd en niet bij andere zorgverstrekkers? Die asymmetrie ondergraaft volgens hem de logica van de hervorming.
Ook op systeemniveau ziet Gevaert belangrijke risico’s. De hervorming werd deels gepositioneerd als een antwoord op de structurele onderfinanciering van ziekenhuizen. Maar het verschuiven van de kostencomponent van artsen naar ziekenhuisbeheerders zal dat probleem volgens hem niet oplossen. Integendeel, hij vreest een toename van bureaucratie, extra managementlagen en minder ruimte voor innovatie.
In zijn recente reactie gaat hij nog een stap verder: “De splitsing is ten nadele van artsen, zeker van ziekenhuisartsen, een turbo op ziekenhuisvlucht én een hypotheek op medische innovatie en investeringen in de ziekenhuizen van morgen.”
Co-governance in het gedrang
Die bezorgdheid wordt intussen ook gedeeld binnen syndicale kringen. Jos Vanhoof van het Vlaams Artsensyndicaat wijst op de mogelijke gevolgen voor de interne machtsverhoudingen binnen ziekenhuizen. Voor hem is het essentieel dat werkingskosten principieel deel blijven uitmaken van de honoraria, zodat artsen via de medische raad betrokken blijven bij de besteding ervan.
Indien dat niet het geval is, dreigt volgens Vanhoof een verschuiving naar een model waarin vooral het medisch departement en de ziekenhuisleiding de beslissingen bepalen. Dat creëert een spanningsveld tussen enerzijds de medische raad, die door de artsen wordt verkozen en een tijdelijk mandaat heeft, en anderzijds leidinggevende functies die top-down worden aangesteld en langdurige mandaten hebben. De vraag rijst dan hoe een evenwichtige en transparante besluitvorming over kosten nog kan worden gegarandeerd.
De tussenkomsten van Politis, De Meurechy en Vanhoof tonen aan dat de twijfels zich verspreiden over verschillende organisaties en geledingen. De grote vraag is nu of die evolutie zich ook zal vertalen in een beleidsmatige koerswijziging. Hervormingen hebben hun eigen dynamiek, en eens een traject is ingezet, is terugkeren niet vanzelfsprekend. Toch groeit het besef dat vasthouden aan een problematisch model op termijn meer schade kan aanrichten dan bijsturen.
Doodlopend traject
Thomas Gevaert verwoordt het met een eenvoudig beeld: een straat met werken inrijden in de hoop er toch door te raken, om uiteindelijk vast te lopen en tijd te verliezen. Volgens hem dreigt de opsplitsing van honoraria precies zo’n doodlopend traject te worden.
Wat enkele maanden geleden nog als een minderheidsstandpunt werd gezien, lijkt vandaag steeds meer uit te groeien tot een breed gedeelde bezorgdheid. Of dat voldoende zal zijn om de hervorming effectief te herdenken, wordt een van de cruciale vragen in het verdere verloop van het dossier.
Lees ook:
> Splitsing van honoraria onder vuur: “We dreigen onze positie als zelfstandige arts te verliezen”
> Requiem voor de Medische Raad (Prof. S. Politis)









Laatste reacties
Jo LAMBERT
20 april 2026Wat stelt men dan wél voor om het systeem houdbaar te houden ? Ergens is er wel het gemeenschappelijk probleem van een niet-duurzame gezondheidszorg. Akkoord om meer besliskracht bij de gezondheidsprofessional zelf te leggen, wanneer het bijdraagt aan betere uitkomsten voor de patiënt, binnen een beheersbare en eerlijke kost.